Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
103 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
simultaan spel
Een spel waarin de spelers tegelijk kiezen.
-
berovingsprobleem
Dat een partij na een specifieke investering onder druk kan worden gezet, omdat weglopen hem meer kost.
-
actor
Een partij met een eigen belang, zoals een consument, een producent, een werknemer of de overheid.
-
procentpunt
Het verschil tussen twee percentages.
-
gevangenendilemma
Een spel waarin beide spelers hun dominante strategie kiezen en daardoor samen slechter uitkomen.
-
marginale opbrengst
De verandering van de omzet door één extra verkochte eenheid.
-
elastisch
Dat de gevraagde hoeveelheid harder reageert dan de prijs verandert.
-
secundaire inkomen
Het inkomen na belastingen, premies, uitkeringen en toeslagen.
-
collectieve vraaglijn
De lijn die aangeeft hoeveel alle vragers samen willen kopen bij elke prijs.
-
aandeel
Een stukje eigendom van een bedrijf, met recht op dividend en koerswinst maar ook op verlies.
-
stroomgrootheid
Een grootheid die je over een periode meet, zoals inkomen per jaar.
-
bbp
Het bruto binnenlands product, de waarde van alles wat er in een land in een jaar wordt geproduceerd.
-
uitgestelde belastingheffing
Dat een tekort van nu later alsnog uit belastingen moet worden betaald.
-
indexcijfer
Een getal dat een waarde afzet tegen het basisjaar, dat op 100 staat.
-
m1
De maatschappelijke geldhoeveelheid, dus chartaal geld plus direct opvraagbare tegoeden.
-
zelfbinding
Jezelf vrijwillig een keuze ontnemen om je belofte of dreiging geloofwaardig te maken.
-
staatsschuld
Het totaal van alle openstaande schulden van de overheid op een moment.
-
is-curve
De curve met alle combinaties van reële rente en inkomen waarbij de goederenmarkt in evenwicht is.
-
output gap
Het verschil tussen de werkelijke productie en de potentiële productie.
-
consumentensurplus
Het verschil tussen wat kopers wilden betalen en wat zij werkelijk betaalden.
-
lener in laatste instantie
De centrale bank, die een gezonde bank in nood geld leent tegen onderpand.
-
arbeidsaanbod
De beroepsbevolking, dus iedereen die kan en wil werken.
-
risicoavers
Dat iemand zekerheid verkiest boven een gok met dezelfde verwachte waarde.
-
totale kosten
De constante kosten plus de variabele kosten.
-
belastingspreiding
Belasting gelijkmatig over de jaren heffen, omdat het welvaartsverlies sneller groeit dan het tarief.
-
lorenzcurve
Een curve die laat zien hoe het totale inkomen over de huishoudens is verdeeld.
-
wisselkoers
De prijs van een munt uitgedrukt in een andere munt.
-
depositogarantiestelsel
Een regeling die tegoeden tot een bepaald bedrag garandeert, zodat een bankrun minder snel ontstaat.
-
enkelvoudig mandaat
Een opdracht aan een centrale bank met één doel, namelijk prijsstabiliteit.
-
dominante strategie
Een keuze die altijd de beste is, wat de tegenspeler ook doet.
-
automatische stabilisatoren
Uitgaven en ontvangsten die vanzelf meebewegen met de conjunctuur en de golf dempen.
-
theorie van optimale valutagebieden
De theorie die zegt wanneer een muntunie werkt, namelijk als aanpassing via lonen of migratie mogelijk is.
-
marktmacht
De ruimte die een aanbieder heeft om zijn eigen prijs te bepalen.
-
subsidie
Een bijdrage van de overheid die de kostprijs of de prijs verlaagt.
-
prijselasticiteit
De procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid gedeeld door de procentuele prijsverandering.
-
maximumprijs
Een door de overheid vastgestelde hoogste prijs, die onder het evenwicht ligt.
-
refi-rente
Het belangrijkste rentetarief waarmee de ECB stuurt.
-
marginale kosten
De kosten van één extra geproduceerde eenheid.
-
break-even
De situatie waarin de totale opbrengsten precies de totale kosten dekken.
-
principaal-agentrelatie
Een relatie waarin de een opdracht geeft en de ander uitvoert, met asymmetrische informatie en tegengestelde belangen.
-
intergenerationele ruil
Dat de ene generatie betaalt voor de andere, zoals bij het omslagstelsel.
-
multiplier
Het getal dat aangeeft hoeveel het inkomen stijgt bij een euro extra autonome bestedingen.
-
ginicoëfficiënt
Een getal tussen nul en één dat de ongelijkheid van een inkomensverdeling samenvat.
-
heffing
Een belasting die de kostprijs van een product verhoogt.
-
ecb
De Europese Centrale Bank, die het monetair beleid voor de eurozone voert.
-
solidariteit
Dat velen samen de schade van enkelen dragen.
-
begrotingssaldo
Het verschil tussen ontvangsten en uitgaven van de overheid over een jaar.
-
spaarlek
Het deel van extra inkomen dat wordt gespaard en dus niet wordt besteed.
-
keynesiaanse kruis
Het model waarin het inkomen zich aanpast tot de bestedingen gelijk zijn aan de productie.
-
primaire inkomen
Het inkomen dat je op de markt verdient, voor herverdeling.
-
averechtse selectie
Dat juist de slechte risicos zich verzekeren, omdat zij meer weten dan de verzekeraar.
-
anticyclisch begrotingsbeleid
Beleid dat tegen de conjunctuur ingaat, dus stimuleren in een dip en afremmen bij hoogconjunctuur.
-
bankrun
Dat veel spaarders tegelijk hun geld opnemen, waardoor een bank niet meer kan uitbetalen.
-
voorraadgrootheid
Een grootheid die je op een moment meet, zoals vermogen op 1 januari.
-
ga-curve
De curve die het geaggregeerde aanbod geeft bij elk inflatieniveau.
-
kapitaaldekkingsstelsel
Een pensioenstelsel waarin iedereen zijn eigen pot opbouwt.
-
betalingsbereidheid
De hoogste prijs die een vrager voor een eenheid wil betalen.
-
rente
De vergoeding voor het uitlenen van geld of voor het uitstellen van consumptie.
-
arbeidsvraag
De werkgelegenheid plus de openstaande vacatures.
-
moral hazard
Dat iemand zich minder voorzichtig gedraagt omdat hij verzekerd is.
-
marktevenwicht
De situatie waarin de gevraagde en de aangeboden hoeveelheid gelijk zijn.
-
asymmetrische informatie
Een situatie waarin de ene partij meer weet dan de andere.
-
trilemma
Dat een land maar twee kan hebben van vrij kapitaalverkeer, eigen rentebeleid en een vaste wisselkoers.
-
procentuele verandering
De verandering gedeeld door de oude waarde, maal honderd.
-
mb-curve
De curve die de monetaire beleidsregel van de centrale bank weergeeft.
-
verwachte schadebedrag
De kans op schade maal de hoogte van die schade.
-
prijsdiscriminatie
Verschillende prijzen vragen voor hetzelfde product aan verschillende groepen.
-
tijdsvoorkeur
De mate waarin iemand liever nu dan later consumeert.
-
conjunctuur
De golfbeweging van de economie rond de langetermijntrend.
-
nash-evenwicht
Een uitkomst waarin geen speler in zijn eentje reden heeft om af te wijken.
-
individuele aanbodlijn
De lijn die aangeeft hoeveel één aanbieder wil leveren bij elke prijs.
-
depreciatie
Een daling van de waarde van een munt ten opzichte van een andere munt.
-
intertemporele ruil
Het verschuiven van koopkracht tussen twee momenten in de tijd.
-
inflatie
Een stijging van het algemene prijspeil.
-
welvaartsvast
Dat een uitkering meestijgt met de lonen.
-
waardevast
Dat een uitkering meestijgt met de prijzen.
-
producentensurplus
Het verschil tussen de marktprijs en de laagste prijs waarvoor aanbieders willen leveren.
-
economische doelmatigheid
De mate waarin het totale surplus uit een markt wordt gehaald.
-
sequentieel spel
Een spel waarin de spelers na elkaar kiezen.
-
verloren surplus
Welvaart die door marktmacht of een ingreep verdwijnt en bij niemand terechtkomt.
-
structurele groei
Groei van de productiecapaciteit op lange termijn.
-
kruislingse elasticiteit
De reactie van de vraag naar het ene goed op de prijs van een ander goed.
Naar de les over Inkomenselasticiteit en kruislingse elasticiteit
-
inkomenselasticiteit
De procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid gedeeld door de procentuele inkomensverandering.
Naar de les over Inkomenselasticiteit en kruislingse elasticiteit
-
totale surplus
De som van het consumentensurplus en het producentensurplus.
-
pay-off matrix
Een tabel met de opbrengsten van beide spelers in een simultaan spel.
-
collectieve aanbodlijn
De lijn die aangeeft hoeveel alle aanbieders samen willen leveren bij elke prijs.
-
bestedingen
Alle uitgaven in een economie, dus consumptie, investeringen, overheidsbestedingen en export min import.
-
effectieve ondergrens
De grens waaronder de centrale bank de nominale rente niet verder kan verlagen, omdat mensen dan contant geld aanhouden.
-
arbeidsproductiviteit
De productie per werknemer of per gewerkt uur.
-
gemiddelde totale kosten
De totale kosten gedeeld door het aantal eenheden.
-
spelboom
Een boomdiagram waarin de keuzes in een sequentieel spel na elkaar staan.
-
verzonken kosten
Kosten die al gemaakt zijn en niet meer terug te draaien.
-
pareto-efficiënt
Een uitkomst waarbij niemand erop vooruit kan gaan zonder dat een ander erop achteruit gaat.
-
omslagstelsel
Een pensioenstelsel waarin de werkenden van nu de uitkeringen van nu betalen.
-
overheidstekort
Een jaar waarin de overheid meer uitgeeft dan zij ontvangt.
-
gemiddelde opbrengst
De omzet gedeeld door de afzet, dus de prijs per eenheid.
-
obligatie
Een lening aan een bedrijf of een overheid, met een afgesproken rente.
-
marginale consumptiequote
Het deel van een extra euro inkomen dat wordt geconsumeerd.
-
belastinglek
Het deel van extra inkomen dat naar de belasting gaat en dus niet wordt besteed.