Economie vwo
De IS-curve Ongeveer 10 minuten. Alle combinaties van rente en inkomen waarbij de goederenmarkt klopt.
De IS-curve geeft alle combinaties van reële rente en inkomen waarbij de goederenmarkt in evenwicht is. Hij loopt dalend , want een lagere rente verhoogt consumptie en investeringen.
Langs de curve of de hele curve Verandert alleen de reële rente, dan schuif je langs de curve. Een lagere rente geeft meer bestedingen en dus een hoger evenwichtsinkomen.
Verandert iets anders aan de autonome bestedingen, dan verschuift de hele curve. Denk aan optimisme, aan overheidsuitgaven of aan belastingen.
Stimulerend begrotingsbeleid schuift de IS naar rechts. Bij elke rente hoort dan een hoger inkomen om de goederenmarkt te sluiten.
De steilheid zegt iets over de gevoeligheid. Een steile IS betekent dat bestedingen nauwelijks op de rente reageren.
De IS verschuift r Y IS IS na stimulering meer bestedingen schuiven de curve naar rechts Dezelfde rente, een hoger inkomen.
Zo bepaal je wat de IS doet 1
Zoek wat er verandert De reële rente, of iets aan de autonome bestedingen.
2
Alleen de rente Dan schuif je langs de curve.
3
Iets anders Dan verschuift de hele curve, rechts bij meer bestedingen.
4
Noem de richting en de reden Bij elke rente hoort dan een ander evenwichtsinkomen.
De fout die bijna iedereen maakt De centrale bank verlaagt de rente. Verschuift de IS?
ja, er wordt meer besteed fout
Kijk waar de rente staat De reële rente staat op de verticale as van dit diagram, dus een renteverandering is een beweging langs de curve. De IS verschuift alleen door iets dat de bestedingen bij een gegeven rente verandert.
Begrotingsbeleid schuift de IS, monetair beleid schuift de MB Dat is het makkelijkste houvast in dit model. Een vraag over de overheid raakt de IS, een vraag over de centrale bank de MB.
De IS-curve Afspelen (1 minuut)
Zet JavaScript aan om de video te bekijken.
Check jezelf Wat staat op de assen van de IS?
Reële rente en inkomen Inflatie en inkomen Prijs en hoeveelheid Rente verticaal, inkomen horizontaal.
Waarom loopt de IS dalend?
Door inflatie Omdat een lagere rente de bestedingen verhoogt Door de export Consumptie en investeringen reageren op de rente.
Stimulerend begrotingsbeleid. Wat doet de IS?
Steiler Naar links Naar rechts Bij elke rente hoort een hoger inkomen.
Wat betekent een steile IS?
Bestedingen reageren nauwelijks op de rente De rente is hoog Bestedingen reageren sterk op de rente Dat past bij de Keynesiaanse visie.
In jouw boek Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.
In het examen De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.
Uit de syllabus:
Conjunctuuranalyse aan de hand van IS-MB-GA-model voor een gesloten economie. De kandidaat kan in contexten herkennen en toepassen: - 4.1 Het Keynesiaanse kruis - De consumptie stijgt als het besteedbaar inkomen toeneemt en als de autonome consumptie toeneemt; - De investeringen zijn autonoom; - Het Keynesiaanse kruis geeft het evenwicht tussen de bestedingen en het inkomen bij gegeven rente en inflatie; - De bestedingen van de een zijn het inkomen van een ander: de totale bestedingen nemen toe/af als het inkomen stijgt/daalt (ceteris paribus); - Mechanisme: inkomen Y past zich aan om evenwicht te geven op de goederenmarkt; - Consumentenvertrouwen en producentenvertrouwen, optimisme/ pessimisme (Òanimal spirits'): hogere/ lagere autonome consumptie of investeringen; o Bij ieder inkomen willen huishoudens of bedrijven meer/minder consumeren of investeren; - Hogere/lagere overheidsuitgaven O of lagere/hogere belastingen B verhogen/verlagen bestedingen waardoor een hoger/lager inkomen wordt bereikt (en vice versa); - Als de goederenmarkt in evenwicht is, dan is de vermogensmarkt automatisch ook in evenwicht; o Uit de kringloop (bij gesloten economie) volgt dat aanbod gelijk is aan de vraag op de vermogensmarkt: S = I + (O Î B); - Een hogere / lagere marginale consumptiequote (= lagere / hogere marginale spaarquote) zorgt ervoor dat een steilere (vlakkere) helling van de bestedingslijn steiler / vlakker wordt, waardoor de effecten van hogere bestedingen op het inkomen (multipliers) groter /kleiner zijn en vice versa; - De grootte van de multiplier hangt af van het spaarlek en het belastinglek. - 4.2 IS-curve - De IS-curve geeft de combinaties van inkomen en reële rente waarbij de goederenmarkt in evenwicht is: productie = bestedingen. Op de horizontale as staat het inkomen en op de verticale as de reële rente. De IS-curve geeft een dalend verband weer tussen de rente en het inkomen; - Mechanisme voor dalend verband: de consumptie en de investeringen stijgen/dalen als de reële rente daalt/stijgt; - Stijging/daling van autonome bestedingen (bijvoorbeeld door lagere autonome consumptie of investeringen of stimulerend/verkrappend begrotingsbeleid) leidt tot een hoger/lager inkomen. De IS-curve schuift naar rechts/links, want bij iedere reële rente zal het inkomen hoger/lager zijn om evenwicht op de goederenmarkt te realiseren. - 4.3 MB-curve - De MB-curve geeft de monetaire beleidsregel van de Centrale Bank. Op de horizontale as staat het inkomen en op de verticale as de reële rente. De MB-curve geeft een horizontaal verband tussen de reële rente r en het inkomen Y; - De centrale bank voert een ruimer/krapper monetair beleid (heeft een hogere/lagere inflatiedoelstelling) als het een lagere/hogere rente zet bij ieder inkomen Y; - Monetaire beleidsregel centrale bank: de reële rente gaat omhoog/omlaag (MB-curve schuift omhoog/omlaag) als inflatie stijgt/daalt; - Mechanisme: de Centrale Bank verhoogt/verlaagt de nominale rente als de inflatie stijgt/daalt. Bij gegeven inflatieverwachtingen betekent dit dat de reële rente stijgt/daalt; - Bij een sterkere afkeer van inflatie zal de Centrale Bank de nominale rente meer aanpassen als de inflatie stijgt/daalt (en zal de MB-curve meer omhoog/omlaag verschuiven). - 4.4 GA-curve - De GA-curve geeft het geaggregeerde aanbod van goederen en diensten bij ieder inflatieniveau. De GA-curve is stijgend in de inflatie. Op de horizontale as staat het inkomen en op de verticale as de inflatie. Punt op de GA-curve waarbij Y = Y* geeft de verwachte inflatie weer; - Hoe groter/kleiner de mate van loon- en prijsflexibiliteit is, hoe steiler/vlakker de helling van de GA-curve; - Mechanisme: GA is stijgend door loon- en prijsrigiditeit. Bij een hogere/lagere dan verwachte inflatie dalen/stijgen de reële lonen en de reële productiekosten omdat nominale lonen en inkoopprijzen op de korte termijn zijn vastgelegd in contracten. Bij lagere/hogere reële productiekosten zullen bedrijven meer/minder produceren; - Mechanisme achter verschuiving curve over de tijd: Aanpassingen van KT naar LT-evenwicht verlopen via de aanpassing van de verwachte inflatie over de tijd. Als de inflatie stijgt /daalt, zal de inflatieverwachting ook toenemen/afnemen, waardoor lonen en inkoopprijzen opnieuw worden onderhandeld op basis van de hogere/lagere inflatieverwachtingen. De GA- curve schuift dan omhoog/omlaag over de tijd. - 4.5 Conjuncturele werkloosheid - Conjuncturele werkloosheid treedt op bij een negatieve output gap en neemt toe als de output gap negatiever wordt. - 4.6 Economische scholen en IS-MB-GA - Keynesianen: begrotingsbeleid is krachtig, monetair beleid is zwak; o IS-curve is steil: bestedingen reageren weinig op de renteveranderingen; o MB verschuift weinig: centrale bank verhoogt rente weinig bij stijgende inflatie. - Monetaristen: begrotingsbeleid is zwak, monetair beleid is sterk; o IS-curve is vlak: bestedingen reageren sterk op de rente; o MB verschuift veel: centrale bank verhoogt rente sterk bij stijgende inflatie. - Keynesianen en monetaristen: er is geen perfecte loon- en prijsflexibiliteit waardoor GA-curve niet verticaal is. Op korte termijn is Y niet gelijk aan potentiële productie Y*. - Neo- en Nieuw klassieken: er is sprake van perfecte loon- en prijsflexibiliteit. GA is verticaal en Y is gelijk aan potentiële productie Y*. Hierdoor is vraagstimulering (budgettair en monetair) niet effectief: geen effect op inkomen, alleen effect op inflatie.
I4, syllabus CE 2026.
Wat betekent dit?
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 29-10-2026.