Ongeveer 10 minuten. Wat je meer koopt bij meer inkomen, en wat bij de prijs van iets anders.
De inkomenselasticiteit meet hoe de gevraagde hoeveelheid reageert op een inkomensverandering. De kruislingse elasticiteit meet hoe die reageert op de prijs van een ánder goed.
Twee elasticiteiten, twee tekens
Een positieve inkomenselasticiteit hoort bij een normaal goed. Boven één is het een luxegoed, tussen nul en één een primair goed.
Een negatieve inkomenselasticiteit hoort bij een inferieur goed. Met een hoger inkomen stap je dan over op iets anders.
Een positieve kruislingse elasticiteit betekent substituten. Wordt het ene duurder, dan stijgt de vraag naar het andere.
Een negatieve kruislingse elasticiteit betekent complementen. Die twee goederen gebruik je samen, dus ze bewegen tegengesteld.
Het teken vertelt het verhaal
Eerst het teken, dan de één.
Zo bepaal je het soort goed
1
Kijk welke elasticiteit gevraagd wordt
Inkomen of de prijs van een ander goed.
2
Kijk naar het teken
Negatief betekent inferieur, of complementair bij kruislings.
3
Vergelijk bij inkomen met één
Boven één luxe, tussen nul en één primair.
4
Noem het begrip
Het nakijkmodel wil het woord, niet alleen het getal.
De fout die bijna iedereen maakt
Inferieur betekent dus dat het product slecht is?
ja, van mindere kwaliteitverwarring
Inferieur zegt niets over kwaliteit, alleen over de reactie op inkomen. Hetzelfde goed kan voor de ene groep inferieur zijn en voor de andere normaal, want het hangt af van waar mensen op overstappen als ze meer verdienen.
Kruislings vraagt twee goederen
In de teller staat de hoeveelheid van goed A en in de noemer de prijs van goed B. Zet je beide van hetzelfde goed in, dan heb je de gewone prijselasticiteit berekend.