Wiskunde A
vwoKies een onderwerp. Elke les duurt ongeveer tien minuten en eindigt met oefeningen.
Vaardigheden 3
- Wiskunde in het nieuws Een getal in een kop is nooit zomaar een getal. Dit zijn de vier vragen die je stelt. 9 minuten
- Van verhaal naar model Het moeilijkste van een contextvraag is niet het rekenen, maar de vertaling heen en terug. 10 minuten
- Algebra die je moet kunnen Op vwo mag een deel zonder rekenmachine. Dit is wat je dan uit je hoofd moet kunnen. 10 minuten
Algebra en tellen 2
- Rekenen met letters Haakjes, breuken en machten. Vier regels die je overal tegenkomt. 9 minuten
- Tellen zonder te tellen Eerst uittekenen, dan beslissen of je moet optellen of vermenigvuldigen. 10 minuten
Verbanden 2
- De standaardfuncties herkennen Zes vormen. Als je ze aan hun grafiek herkent, weet je meteen welke formule erbij hoort. 10 minuten
- Vergelijkingen met en zonder ICT Soms moet het algebraïsch, soms mag het met de grafische rekenmachine. Weten wanneer is het halve werk. 10 minuten
Verandering 3
- Rijen herkennen en doorrekenen Stap voor stap of in één sprong. Welke formule je kiest, hangt af van wat er gevraagd wordt. 9 minuten
- Helling en toename De hoogte zegt hoeveel, de helling zegt hoe snel. Twee verschillende vragen over dezelfde grafiek. 10 minuten
- Differentiëren De afgeleide is een nieuwe functie: hij geeft bij elk punt de helling. 10 minuten
Statistiek en kansrekening 7
- Een onderzoek opzetten Voordat je gaat meten: wat wil je weten, bij wie, en welke variabelen heb je nodig? 9 minuten
- Data in beeld brengen Het diagram volgt uit het soort variabele, niet uit wat er mooi uitziet. 9 minuten
- Maten kiezen bij je data Gemiddelde of mediaan? Het antwoord hangt af van de verdeling, niet van gewoonte. 9 minuten
- Kansen uitrekenen Tellen wat kan en tellen wat telt. En weten wanneer je mag vermenigvuldigen. 10 minuten
- Kansverdelingen Twee verdelingen die je moet herkennen, en de twee getallen die ze samenvatten. 10 minuten
- Van steekproef naar uitspraak Je meet bij tweehonderd mensen en zegt iets over zeventien miljoen. Dat mag, met een marge erbij. 11 minuten
- Statistiek met de computer De machine rekent. Jij kiest wat je uitrekent en legt uit wat eruit komt. 9 minuten