Ongeveer 10 minuten. Hoe hard de vraag reageert, en wat dat met de omzet doet.
De prijselasticiteit is de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid gedeeld door de procentuele prijsverandering. Ligt de uitkomst onder min één, dan is de vraag elastisch.
Van elasticiteit naar omzet
Bij een elastische vraag reageert de hoeveelheid harder dan de prijs. Een prijsverhoging laat dan de omzet dalen.
Bij een inelastische vraag reageert de hoeveelheid juist minder hard. Een prijsverhoging verhoogt dan de omzet.
Precies bij min één veranderen prijs en hoeveelheid even hard en blijft de omzet gelijk. Daar ligt de omzet op zijn hoogste punt.
Op een rechte vraaglijn verschilt de elasticiteit per segment. Bovenin is de vraag elastisch, onderin inelastisch.
Elasticiteit langs de vraaglijn
Dezelfde lijn, een andere elasticiteit per stuk.
Zo bereken je de segmentelasticiteit
1
Reken de procentuele verandering van de hoeveelheid
Nieuw min oud, gedeeld door oud, maal honderd.
2
Doe hetzelfde met de prijs
Op precies dezelfde manier.
3
Deel de hoeveelheid door de prijs
In die volgorde, nooit omgekeerd.
4
Schrijf het teken erbij
Het minteken hoort bij de uitkomst.
De fout die bijna iedereen maakt
De elasticiteit is min 0,4. Loont een prijsverhoging?
nee, de vraag daalthalf gezien
De vraag daalt wel, maar met minder procent dan de prijs stijgt. Prijs maal hoeveelheid valt daardoor hoger uit. Pas onder min één wint het hoeveelheidseffect het van het prijseffect.
Hoeveelheid boven, prijs onder
Wie de breuk omkeert krijgt min 2,5 in plaats van min 0,4 en komt tot de omgekeerde conclusie. Noteer de breuk voor je rekent.
Check jezelf
Prijs +10%, hoeveelheid -25%. De elasticiteit?
Min 25 gedeeld door 10.
Elasticiteit -0,5. De prijs stijgt. De omzet?
Inelastisch, dus het prijseffect wint.
Waar ligt op een rechte vraaglijn het elastische deel?