Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
138 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
frequentie
Het aantal trillingen per seconde, in hertz. Hoger betekent bij geluid een hogere toon.
-
zwaarte-energie
De energie die iets heeft doordat het hoog staat. Hij hangt af van de massa, de valversnelling en de hoogte, en wordt kinetische energie zodra het valt.
-
weerstand
Hoe sterk een onderdeel de stroom tegenhoudt, in ohm. Hij is de spanning gedeeld door de stroomsterkte.
-
rendement
Het deel van de toegevoerde energie dat nuttig terechtkomt, meestal in procenten. Wat niet nuttig is wordt vrijwel altijd warmte.
-
onafhankelijke variabele
De grootheid die je in een proef zelf verandert. Die zet je horizontaal in de grafiek.
-
meetonzekerheid
De marge waarbinnen de echte waarde ligt. Je schrijft die bij je meting, want zonder marge zegt een meetwaarde te veel.
-
brandpunt
Het punt waar een positieve lens stralen die parallel binnenkomen samenbrengt. De afstand daarheen heet de brandpuntsafstand.
-
newton
De eenheid van kracht, met symbool N. Eén newton is de kracht die een massa van één kilogram één meter per seconde per seconde laat versnellen.
-
trillingstijd
De tijd van één hele trilling, in seconden. Hij is één gedeeld door de frequentie.
-
elastisch gebied
Het stuk waarin een materiaal na belasting weer helemaal terugveert. De spanning en de rek zijn daar recht evenredig.
-
baansnelheid
De snelheid waarmee een satelliet zijn baan rondgaat, gelijk aan de omtrek van de baan gedeeld door de omlooptijd.
-
grondtoon
De laagste toon die in een snaar of luchtkolom past. Bij een snaar is de golflengte dan twee keer de lengte.
-
stroommeter
Een meter die je in serie opneemt om de stroomsterkte te meten. Hij heeft zelf een heel kleine weerstand.
-
wrijvingskracht
De kracht die tegen de beweging in werkt, van de lucht of van het oppervlak. Bij hogere snelheid wordt de luchtwrijving snel groter.
-
resonantie
Meetrillen van iets dat je op zijn eigen frequentie aanstoot, waardoor de uitwijking sterk groeit. Daarom klinkt een snaar luider met een klankkast.
-
stroomsterkte
De hoeveelheid lading die per seconde voorbijkomt, in ampère.
-
plaats-tijddiagram
Een grafiek met de afgelegde weg verticaal en de tijd horizontaal. De helling is de snelheid.
-
golflengte
De afstand tussen twee punten in een golf die hetzelfde doen, bijvoorbeeld van top tot top.
-
vloeigrens
De spanning waarboven een materiaal blijvend vervormt. Daarna komt het niet meer in zijn oude vorm terug.
-
spanningsdeler
Twee weerstanden in serie waarmee je een deel van de spanning afneemt. Verandert de ene weerstand, dan verandert de afgenomen spanning mee.
-
antwoordzin
De laatste regel van je uitwerking, waarin de gevraagde grootheid, het getal en de eenheid staan. Daarmee is je antwoord pas af.
-
verplaatsing
Het verschil tussen begin- en eindpositie, met een richting erbij. Hij is niet hetzelfde als de afgelegde afstand, want heen en terug geeft nul verplaatsing.
-
kwadratisch verband
Een verband waarin de ene grootheid met het kwadraat van de andere groeit. Twee keer zo veel geeft dan vier keer zo veel.
-
actuator
Het onderdeel dat de uitvoering doet, bijvoorbeeld een motor, een lamp of een verwarmingselement.
-
halveringstijd
De tijd waarin de helft van de kernen is vervallen. Na twee halveringstijden is er een kwart over.
-
stroming
Warmtetransport waarbij warme lucht of warm water de warmte zelf meeneemt. Een gesloten ruimte houdt dat tegen.
-
longitudinale golf
Een golf waarin de deeltjes heen en weer bewegen in de richting van de voortplanting, zoals geluid in lucht.
-
knoop
Een punt in een staande golf dat niet beweegt. Aan een vast uiteinde zit altijd een knoop.
-
joule
De eenheid van energie en van arbeid, met symbool J. Een kilowattuur is 3,6 miljoen joule.
-
stralingsbalans
Het evenwicht tussen de energie die de aarde van de zon opneemt en de energie die ze weer uitstraalt. Raakt die balans uit het lood, dan verandert de temperatuur.
-
ioniserende straling
Straling met genoeg energie om elektronen uit atomen te slaan. Daardoor kan hij cellen beschadigen.
-
context
Het verhaal of apparaat waarin een examenvraag is verpakt. De context mag nieuw zijn, de natuurkunde erin niet.
-
lenssterkte
Eén gedeeld door de brandpuntsafstand in meter, in dioptrie. Een sterkere lens buigt het licht meer.
-
eenheid
Waarin je een grootheid uitdrukt, zoals meter, seconde of newton. Een antwoord zonder eenheid is op een examen niet goed.
-
bloeddruk
De druk van het bloed op de vaatwand, meestal in millimeter kwikdruk. Hij wisselt tussen de bovendruk bij het samentrekken en de onderdruk daartussen.
-
druk
De kracht per oppervlak, in pascal. Dezelfde kracht op een kleiner oppervlak geeft een hogere druk.
-
achtergrondstraling
De straling die er altijd is, uit de bodem, de lucht en het heelal. Elke meting van een bron moet je daarvoor corrigeren.
-
vergroting
Hoeveel keer groter het beeld is dan het voorwerp, te vinden uit de beeldafstand gedeeld door de voorwerpsafstand.
-
eerste wet van Newton
Werkt er geen resulterende kracht, dan blijft een voorwerp stilstaan of met dezelfde snelheid in dezelfde richting doorgaan.
-
elektromagnetisch spectrum
De hele reeks straling van radiogolven met een lange golflengte tot gammastraling met een heel korte. Alles erin gaat in vacuum even snel.
-
lenzenformule
Het verband tussen de voorwerpsafstand, de beeldafstand en de brandpuntsafstand van een lens. Daarmee reken je uit waar het beeld komt.
-
macht van tien
Een getal geschreven als een getal tussen 1 en 10 keer een macht van tien. Daarmee blijven heel grote en heel kleine getallen leesbaar.
-
doorsnede
Het oppervlak van de dwarsdoorsnede van een draad, in vierkante meter. Bij een ronde draad is dat pi keer de straal in het kwadraat.
-
atoomnummer
Het aantal protonen in een kern. Het staat linksonder bij het symbool en bepaalt welk element het is.
-
rek
De verlenging gedeeld door de oorspronkelijke lengte, zonder eenheid of in procenten.
-
decibel
De eenheid van geluidsniveau. De schaal is logaritmisch, dus je mag decibellen niet bij elkaar optellen.
-
foton
Een pakketje elektromagnetische straling. De energie ervan is de constante van Planck keer de frequentie, dus een kortere golflengte geeft een energieker foton.
-
halveringsdikte
De dikte van een afschermend materiaal waarbij de helft van de straling doorkomt. Twee van die diktes laat een kwart door.
-
binas
Het tabellenboek dat je op het examen mag gebruiken, met formules, constanten en stofgegevens. Weten waar iets staat is net zo belangrijk als de formule kennen.
-
betastraling
Straling van elektronen uit een kern. Hij komt verder dan alfastraling en wordt tegengehouden door een paar millimeter aluminium.
-
eigenfrequentie
De frequentie waarop een voorwerp van zichzelf trilt. Hij volgt uit de massa en de stijfheid, en elk voorwerp heeft er een.
-
amplitude
De grootste uitwijking vanuit de evenwichtsstand. Bij geluid hoor je een grotere amplitude als harder.
-
verwerker
Het deel tussen sensor en actuator dat beslist wat er moet gebeuren, meestal met een vergelijking tegen een referentiewaarde.
-
oppervlak onder de grafiek
De som van hoogte keer breedte over het hele stuk. In een snelheid-tijddiagram is dat de afgelegde weg.
-
resultante
De ene kracht die hetzelfde doet als twee of meer krachten samen. Je vindt hem met de parallellogrammethode of door op te tellen.
-
recht evenredig
Twee grootheden waarbij de ene twee keer zo groot wordt als de andere twee keer zo groot wordt. De grafiek is een rechte lijn door de oorsprong.
-
tweede wet van Newton
De resulterende kracht is de massa keer de versnelling. Meer massa vraagt dus meer kracht voor dezelfde versnelling.
-
behoud van energie
De regel dat de totale energie in een afgesloten systeem gelijk blijft. Energie verdwijnt dus nooit, hij gaat van de ene vorm naar de andere.
-
soortelijke warmte
De energie die nodig is om één kilogram van een stof één graad warmer te maken. Water heeft een hoge soortelijke warmte.
-
resulterende kracht
Wat er van alle krachten op een voorwerp samen overblijft. Is hij nul, dan blijft de snelheid gelijk.
-
vervangingsweerstand
De ene weerstand die hetzelfde doet als een hele schakeling. In serie tel je de weerstanden op, parallel wordt hij kleiner dan de kleinste.
-
golfsnelheid
Hoe snel een golf zich voortplant, gelijk aan de frequentie keer de golflengte. In lucht is geluid ongeveer 340 meter per seconde.
-
sensor
Een onderdeel dat een grootheid uit de omgeving omzet in een elektrisch signaal, bijvoorbeeld een lichtgevoelige weerstand.
-
zwaartekracht
De kracht waarmee de aarde aan een voorwerp trekt. Je rekent hem uit met de massa keer de valversnelling.
-
parallellogrammethode
Twee krachtpijlen samenstellen door ze als zijden van een parallellogram te tekenen. De diagonaal vanuit het aangrijpingspunt is de resultante.
-
versnelling
Hoeveel de snelheid per seconde verandert, in meter per seconde per seconde. Bij afremmen is hij negatief.
-
mechanische spanning
De kracht per oppervlak in een materiaal, in newton per vierkante meter. Een dunne staaf staat bij dezelfde kracht onder meer spanning dan een dikke.
-
middelpuntzoekende kracht
De kracht die nodig is om iets in een cirkelbaan te houden, altijd naar het middelpunt gericht. Bij een satelliet is dat de gravitatiekracht.
-
geostationaire baan
Een baan waarin een satelliet precies zo snel rondgaat als de aarde draait, zodat hij boven hetzelfde punt blijft staan. Hij ligt op ongeveer 36000 kilometer hoogte.
-
spanning
Het energieverschil per eenheid lading tussen twee punten, in volt. Hij is wat de stroom door een kring duwt.
-
boventoon
Een hogere toon die ook in dezelfde snaar of buis past, met er een halve golflengte bij. De eerste boventoon van een snaar heeft de dubbele frequentie van de grondtoon.
-
bereik
De grootste waarde die een meter kan aanwijzen. Een te groot bereik kost nauwkeurigheid en een te klein bereik geeft geen uitslag.
-
omlooptijd
De tijd van één hele rondgang om het middelpunt. Verder weg betekent een langere omlooptijd.
-
wet van Ohm
Het verband dat de spanning gelijk is aan de stroomsterkte keer de weerstand. Hij geldt alleen als de weerstand niet van de stroom afhangt.
-
arbeid
De energie die een kracht aan iets geeft door het over een afstand te verplaatsen. Alleen het stuk weg in de richting van de kracht telt mee, dus duwen zonder beweging is nul arbeid.
-
geabsorbeerde dosis
De stralingsenergie die een kilogram weefsel opneemt, in gray. Hij zegt nog niets over de schade.
-
veerconstante
Hoeveel newton je nodig hebt per meter uitrekking, in newton per meter. Het is de helling van de kracht-uitrekkingsgrafiek.
-
isotoop
Een atoomsoort met een vast aantal protonen en een vast aantal neutronen. Isotopen van hetzelfde element verschillen alleen in het aantal neutronen.
-
lichtjaar
De afstand die licht in een jaar aflegt. Het is een maat voor afstand en niet voor tijd.
-
equivalente dosis
De geabsorbeerde dosis keer een weegfactor voor de soort straling, in sievert. Die factor is voor alfastraling veel hoger dan voor gammastraling.
-
broeikaseffect
Het vasthouden van warmtestraling door gassen in de atmosfeer. Zonder dat natuurlijke effect zou het op aarde veel te koud zijn.
-
helling
De steilheid van een grafiek, uitgerekend als het verschil verticaal gedeeld door het verschil horizontaal. Welke grootheid eruit komt hangt af van wat er op de assen staat.
-
massagetal
Het aantal protonen en neutronen samen in een kern. Het staat linksboven bij het symbool en blijft bij betaverval gelijk.
-
werklijn
De lijn waarop een kracht werkt, de krachtpijl naar beide kanten verlengd. Daarop meet je de arm loodrecht.
-
momentenwet
Bij evenwicht is de som van de momenten linksom gelijk aan de som rechtsom, gerekend om hetzelfde draaipunt.
-
staande golf
Een golf die in een snaar of luchtkolom heen en weer loopt en zichzelf versterkt. Alleen bepaalde frequenties passen erin.
-
arm
De kortste afstand van het draaipunt tot de werklijn van een kracht, loodrecht gemeten. Niet de afstand tot het aangrijpingspunt.
-
terugkoppeling
Het terugsturen van de uitkomst naar de ingang, zodat het systeem zichzelf bijstelt. Daardoor blijft een thermostaat rond de ingestelde waarde.
-
geluidsniveau
Hoe hard geluid klinkt, in decibel. Tien decibel erbij voelt ongeveer twee keer zo hard maar is tien keer zo veel intensiteit.
-
referentiewaarde
De waarde waarmee een regelsysteem de meting vergelijkt, bijvoorbeeld de ingestelde temperatuur op een thermostaat.
-
intensiteit
Het geluidsvermogen per vierkante meter, in watt per vierkante meter. Twee keer zo ver weg geeft vier keer zo weinig intensiteit.
-
moment
De kracht keer de arm ten opzichte van een draaipunt, in newtonmeter. Gaat de werklijn door het draaipunt, dan is het moment nul.
-
warmteafgifte
De energie die het lichaam per seconde aan de omgeving verliest, door straling, geleiding, stroming en verdamping.
-
massa
Hoeveel stof er in een voorwerp zit, in kilogram. Hij verandert niet als je ergens anders bent, in tegenstelling tot het gewicht.
-
ntc
Een weerstand die bij een hogere temperatuur een lagere waarde heeft. Je gebruikt hem als temperatuursensor.
-
derde wet van Newton
Oefent A een kracht uit op B, dan oefent B een even grote kracht in de tegengestelde richting uit op A. Die twee krachten grijpen op verschillende voorwerpen aan.
-
vermogen
Het aantal joule per seconde, in watt. Je rekent het uit met de energie gedeeld door de tijd.
-
becquerel
De eenheid van activiteit, één verval per seconde.
-
kinetische energie
De energie die iets heeft doordat het beweegt. Hij groeit met het kwadraat van de snelheid, dus twee keer zo hard geeft vier keer zo veel.
-
geleider
Een materiaal dat stroom goed doorlaat, dus met een lage soortelijke weerstand. Metalen zijn goede geleiders.
-
gravitatiekracht
De aantrekkende kracht tussen twee voorwerpen met massa. Hij wordt kleiner met het kwadraat van de afstand ertussen.
-
grootheid
Iets dat je kunt meten, zoals lengte, tijd of kracht. Bij elke grootheid horen een symbool en een eenheid.
-
langgolvige straling
De warmtestraling die de aarde zelf uitzendt, met een lange golflengte. Broeikasgassen houden juist die straling vast.
-
kortgolvige straling
De straling die de aarde van de zon ontvangt, met een korte golflengte. Hij komt grotendeels door de atmosfeer heen.
-
systematische fout
Een fout die elke meting dezelfde kant op verschuift, bijvoorbeeld een meter die niet op nul staat. Vaker meten helpt daar niet tegen.
-
buik
Een punt in een staande golf met de grootste uitwijking. Aan een open uiteinde zit een buik.
-
afhankelijke variabele
De grootheid die je meet omdat hij verandert door wat je zelf instelt. Die zet je verticaal in de grafiek.
-
soortelijke weerstand
Een stofeigenschap die zegt hoe sterk een materiaal de stroom tegenhoudt, in ohm meter. Koper heeft een lage waarde en nichroom een hoge.
-
watt
De eenheid van vermogen, met symbool W. Een apparaat van 1000 watt gebruikt duizend joule per seconde.
-
ldr
Een weerstand die bij meer licht een lagere waarde heeft. Je gebruikt hem als lichtsensor in een spanningsdeler.
-
dichtheid
De massa per volume-eenheid, in kilogram per kubieke meter. Hij bepaalt samen met de sterkte of een materiaal geschikt is voor een licht ontwerp.
-
omgekeerd evenredig
Twee grootheden waarvan het product gelijk blijft, dus de ene wordt half zo groot als de andere verdubbelt.
-
emissie
Hoe goed een oppervlak warmtestraling uitzendt. Een spiegelende laag heeft een lage emissie en houdt warmte daarom binnen.
-
vervalreactie
De vergelijking van een kern die vervalt. Massagetal en atoomnummer moeten links en rechts van de pijl gelijk zijn.
-
activiteit
Het aantal kernen dat per seconde vervalt, in becquerel. Hij neemt af met de halveringstijd.
-
serieschakeling
Onderdelen achter elkaar in één kring. De stroom is overal gelijk en de spanningen tellen op.
-
schuifmaat
Een meetinstrument voor kleine lengtes, nauwkeuriger dan een lineaal. Je leest de hoofdschaal en de nonius samen af.
-
schaalverdeling
De afstand tussen twee streepjes op een meter, uitgedrukt in de gemeten grootheid. Die bepaalt hoe nauwkeurig je kunt aflezen.
-
kilowattuur
De eenheid waarin je energierekening rekent. Het is het verbruik van duizend watt gedurende een uur.
-
toevallige fout
Een fout die per meting wisselt, bijvoorbeeld bij het aflezen. Vaker meten en gemiddelden nemen maakt die kleiner.
-
breukspanning
De spanning waarbij een materiaal breekt. Een constructie wordt altijd ruim daaronder ontworpen.
-
albedo
Het deel van het invallende licht dat een oppervlak weerkaatst. Sneeuw heeft een hoge albedo en een donkere oceaan een lage.
-
gammastraling
Straling zonder massa en zonder lading, met de grootste dracht. Je houdt hem alleen tegen met dik lood of beton.
-
parallelschakeling
Onderdelen naast elkaar tussen dezelfde twee punten. De spanning is over alle takken gelijk en de stromen tellen op.
-
spanningsmeter
Een meter die je parallel aansluit om de spanning over een onderdeel te meten. Hij heeft zelf een heel grote weerstand.
-
positieve lens
Een lens die dikker is in het midden en lichtstralen bij elkaar brengt. Hij maakt een beeld op een scherm.
-
alfastraling
Straling van heliumkernen. Hij heeft een korte dracht en komt niet door papier, maar is binnen het lichaam juist gevaarlijk.
-
significante cijfers
De cijfers in een getal die werkelijk gemeten zijn. Bij vermenigvuldigen houdt je antwoord er zo veel als het minst nauwkeurige gegeven.
-
elektronvolt
Een eenheid van energie die handig is bij fotonen en deeltjes. Het is de energie die een elektron krijgt bij een spanningsverschil van een volt.
-
normaalkracht
De kracht waarmee een oppervlak terugduwt, altijd loodrecht op dat oppervlak.
-
eindsnelheid
De snelheid waarbij de luchtwrijving even groot is als de zwaartekracht, zodat de resulterende kracht nul wordt en de snelheid niet meer groeit.
-
hefboom
Een stijf voorwerp dat om een draaipunt kan draaien. In het lichaam zijn de botten de hefbomen en de spieren de krachten.
-
elasticiteitsmodulus
De steilheid van het rechte stuk in het spanning-rekdiagram. Hoe groter hij is, hoe stijver het materiaal.
-
ontbinden
Eén kracht vervangen door twee krachten die samen hetzelfde doen, meestal langs en loodrecht op de beweging. Bij een helling is dat de handigste splitsing.
-
snelheid-tijddiagram
Een grafiek met de snelheid verticaal en de tijd horizontaal. De helling is de versnelling en het oppervlak onder de lijn is de afgelegde weg.
-
geleiding
Warmtetransport waarbij deeltjes hun beweging aan hun buren doorgeven, zonder dat de stof zelf meeverhuist. Metalen doen dat goed, lucht slecht.
-
transversale golf
Een golf waarin de deeltjes dwars op de voortplantingsrichting bewegen, zoals een golf in een touw.
-
constante van Planck
De constante waarmee je van de frequentie van straling naar de energie van een foton rekent. Hij staat in de tabel.