Naar de inhoud
Inloggen

Natuurkunde havo

Stroomkringen doorrekenen

Ongeveer 9 minuten. Serie of parallel bepaalt welke grootheid gelijk is. De rest volgt uit de wet van Ohm.

In serie is de stroom overal gelijk en tellen de spanningen op. Parallel is de spanning gelijk en tellen de stromen op. Met U = I · R reken je elk onderdeel apart door.

De vervangingsweerstand

Twee weerstanden in serie vervang je door hun som. Twee van 10 en 20 ohm gedragen zich samen als 30 ohm.

Twee gelijke weerstanden parallel geven samen de helft. Twee van 20 ohm gedragen zich als 10 ohm, want de stroom heeft twee wegen.

Dat verklaart waarom een huis parallel geschakeld is. Elk apparaat dat je aanzet verlaagt de totale weerstand, dus de totale stroom loopt op, en daarom slaat een groep af bij te veel apparaten.

Het vermogen van een onderdeel reken je uit met P is U keer I. Bij een lamp van 230 volt die 0,26 ampère trekt is dat ongeveer 60 watt.

Serie telt op, parallel verdeelt

1020serie: samen 30 ohm2020parallel: samen 10 ohmmeer takken betekent minder totale weerstanden dus meer stroom uit de bron

Parallel geeft de stroom een extra weg, dus de weerstand daalt.

Zo reken je een schakeling door

1

Zoek de vervangingsweerstand

Werk van binnen naar buiten. Reken eerst de parallelstukken samen, daarna de serie.

2

Reken de hoofdstroom uit

I is de bronspanning gedeeld door de vervangingsweerstand.

3

Werk terug naar de onderdelen

In serie krijgt elk onderdeel die hoofdstroom. Parallel krijgt elke tak de volle spanning.

4

Controleer met de som

De deelspanningen in serie horen op te tellen tot de bronspanning. Klopt dat niet, dan zit er een fout in.

De fout die bijna iedereen maakt

Twee weerstanden van 20 ohm staan parallel. Hoe groot is de vervangingsweerstand?

40 ohm, want je telt ze opklopt niet

Optellen doe je bij serie. Parallel geef je de stroom een extra weg, dus het geheel laat juist makkelijker stroom door. Bij twee gelijke weerstanden is de vervangingsweerstand de helft.

Parallel is altijd kleiner dan de kleinste

Kom je bij een parallelschakeling op een waarde die groter is dan een van de twee afzonderlijke weerstanden, dan heb je gerekend als bij serie. Dat is een controle die een seconde kost.

Stroomkringen doorrekenen

Check jezelf

Twee weerstanden van 10 en 20 ohm in serie. Samen?

In serie tel je de weerstanden op.

Een lamp van 230 V trekt 0,26 A. Wat is het vermogen?

P is U keer I, dus 230 keer 0,26 is ongeveer 60 watt.

Je zet een extra apparaat bij op een parallelgroep. Wat gebeurt er met de totale stroom?

De totale weerstand daalt, dus er loopt meer stroom uit de bron.

In jouw boek

Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.

De begrippen uit deze les

parallelschakeling
Onderdelen naast elkaar tussen dezelfde twee punten. De spanning is over alle takken gelijk en de stromen tellen op.
serieschakeling
Onderdelen achter elkaar in één kring. De stroom is overal gelijk en de spanningen tellen op.
spanning
Het energieverschil per eenheid lading tussen twee punten, in volt. Hij is wat de stroom door een kring duwt.
stroomsterkte
De hoeveelheid lading die per seconde voorbijkomt, in ampère.
vervangingsweerstand
De ene weerstand die hetzelfde doet als een hele schakeling. In serie tel je de weerstanden op, parallel wordt hij kleiner dan de kleinste.
weerstand
Hoe sterk een onderdeel de stroom tegenhoudt, in ohm. Hij is de spanning gedeeld door de stroomsterkte.
wet van Ohm
Het verband dat de spanning gelijk is aan de stroomsterkte keer de weerstand. Hij geldt alleen als de weerstand niet van de stroom afhangt.

Overhoor deze begrippenAlle begrippen van dit vak

In het examen

De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 28-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak