Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
20 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
antwoordzin
De laatste regel van je uitwerking, waarin de gevraagde grootheid, het getal en de eenheid staan. Daarmee is je antwoord pas af.
-
wrijvingskracht
De kracht die tegen de beweging in werkt, van de lucht of van het oppervlak. Bij hogere snelheid wordt de luchtwrijving snel groter.
-
afhankelijke variabele
De grootheid die je meet omdat hij verandert door wat je zelf instelt. Die zet je verticaal in de grafiek.
-
decibel
De eenheid van geluidsniveau. De schaal is logaritmisch, dus je mag decibellen niet bij elkaar optellen.
-
hefboom
Een stijf voorwerp dat om een draaipunt kan draaien. In het lichaam zijn de botten de hefbomen en de spieren de krachten.
-
achtergrondstraling
De straling die er altijd is, uit de bodem, de lucht en het heelal. Elke meting van een bron moet je daarvoor corrigeren.
-
werklijn
De lijn waarop een kracht werkt, de krachtpijl naar beide kanten verlengd. Daarop meet je de arm loodrecht.
-
becquerel
De eenheid van activiteit, één verval per seconde.
-
joule
De eenheid van energie en van arbeid, met symbool J. Een kilowattuur is 3,6 miljoen joule.
-
elektronvolt
Een eenheid van energie die handig is bij fotonen en deeltjes. Het is de energie die een elektron krijgt bij een spanningsverschil van een volt.
-
elektromagnetisch spectrum
De hele reeks straling van radiogolven met een lange golflengte tot gammastraling met een heel korte. Alles erin gaat in vacuum even snel.
-
tweede wet van Newton
De resulterende kracht is de massa keer de versnelling. Meer massa vraagt dus meer kracht voor dezelfde versnelling.
-
newton
De eenheid van kracht, met symbool N. Eén newton is de kracht die een massa van één kilogram één meter per seconde per seconde laat versnellen.
-
kilowattuur
De eenheid waarin je energierekening rekent. Het is het verbruik van duizend watt gedurende een uur.
-
kinetische energie
De energie die iets heeft doordat het beweegt. Hij groeit met het kwadraat van de snelheid, dus twee keer zo hard geeft vier keer zo veel.
-
stroommeter
Een meter die je in serie opneemt om de stroomsterkte te meten. Hij heeft zelf een heel kleine weerstand.
-
helling
De steilheid van een grafiek, uitgerekend als het verschil verticaal gedeeld door het verschil horizontaal. Welke grootheid eruit komt hangt af van wat er op de assen staat.
-
grootheid
Iets dat je kunt meten, zoals lengte, tijd of kracht. Bij elke grootheid horen een symbool en een eenheid.
-
toevallige fout
Een fout die per meting wisselt, bijvoorbeeld bij het aflezen. Vaker meten en gemiddelden nemen maakt die kleiner.
-
buik
Een punt in een staande golf met de grootste uitwijking. Aan een open uiteinde zit een buik.