Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

20 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. antwoordzin

    De laatste regel van je uitwerking, waarin de gevraagde grootheid, het getal en de eenheid staan. Daarmee is je antwoord pas af.

    Naar de les over Een natuurkundig antwoord opschrijven

  2. wrijvingskracht

    De kracht die tegen de beweging in werkt, van de lucht of van het oppervlak. Bij hogere snelheid wordt de luchtwrijving snel groter.

    Naar de les over De wetten van Newton

  3. afhankelijke variabele

    De grootheid die je meet omdat hij verandert door wat je zelf instelt. Die zet je verticaal in de grafiek.

    Naar de les over Een proef die iets aantoont

  4. decibel

    De eenheid van geluidsniveau. De schaal is logaritmisch, dus je mag decibellen niet bij elkaar optellen.

    Naar de les over Geluid, toonhoogte en geluidsniveau

  5. hefboom

    Een stijf voorwerp dat om een draaipunt kan draaien. In het lichaam zijn de botten de hefbomen en de spieren de krachten.

    Naar de les over Natuurkunde van het lichaam

  6. achtergrondstraling

    De straling die er altijd is, uit de bodem, de lucht en het heelal. Elke meting van een bron moet je daarvoor corrigeren.

    Naar de les over Ioniserende straling en dosis

  7. werklijn

    De lijn waarop een kracht werkt, de krachtpijl naar beide kanten verlengd. Daarop meet je de arm loodrecht.

    Naar de les over Momenten en evenwicht

  8. becquerel

    De eenheid van activiteit, één verval per seconde.

    Naar de les over Ioniserende straling en dosis

  9. joule

    De eenheid van energie en van arbeid, met symbool J. Een kilowattuur is 3,6 miljoen joule.

    Naar de les over Arbeid, energie en rendement

  10. elektronvolt

    Een eenheid van energie die handig is bij fotonen en deeltjes. Het is de energie die een elektron krijgt bij een spanningsverschil van een volt.

    Naar de les over Fotonen en het spectrum

  11. elektromagnetisch spectrum

    De hele reeks straling van radiogolven met een lange golflengte tot gammastraling met een heel korte. Alles erin gaat in vacuum even snel.

    Naar de les over Fotonen en het spectrum

  12. tweede wet van Newton

    De resulterende kracht is de massa keer de versnelling. Meer massa vraagt dus meer kracht voor dezelfde versnelling.

    Naar de les over De wetten van Newton

  13. newton

    De eenheid van kracht, met symbool N. Eén newton is de kracht die een massa van één kilogram één meter per seconde per seconde laat versnellen.

    Naar de les over De wetten van Newton

  14. kilowattuur

    De eenheid waarin je energierekening rekent. Het is het verbruik van duizend watt gedurende een uur.

    Naar de les over Vermogen, energie en je rekening

  15. kinetische energie

    De energie die iets heeft doordat het beweegt. Hij groeit met het kwadraat van de snelheid, dus twee keer zo hard geeft vier keer zo veel.

    Naar de les over Arbeid, energie en rendement

  16. stroommeter

    Een meter die je in serie opneemt om de stroomsterkte te meten. Hij heeft zelf een heel kleine weerstand.

    Naar de les over Meten met de juiste meter

  17. helling

    De steilheid van een grafiek, uitgerekend als het verschil verticaal gedeeld door het verschil horizontaal. Welke grootheid eruit komt hangt af van wat er op de assen staat.

    Naar de les over Bewegingsdiagrammen lezen

  18. grootheid

    Iets dat je kunt meten, zoals lengte, tijd of kracht. Bij elke grootheid horen een symbool en een eenheid.

    Naar de les over Opzoeken in Binas

  19. toevallige fout

    Een fout die per meting wisselt, bijvoorbeeld bij het aflezen. Vaker meten en gemiddelden nemen maakt die kleiner.

    Naar de les over Een proef die iets aantoont

  20. buik

    Een punt in een staande golf met de grootste uitwijking. Aan een open uiteinde zit een buik.

    Naar de les over Staande golven en boventonen

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 138 begrippen.

2 onderwerpen
8 onderwerpen
7 onderwerpen
1 onderwerp
1 onderwerp
4 onderwerpen
1 onderwerp
5 onderwerpen
Begin opnieuw