Naar de inhoud
Inloggen

Natuurkunde havo

Een proef die iets aantoont

Ongeveer 9 minuten. Eén variabele veranderen, de rest vastzetten, en genoeg metingen om toeval uit te sluiten.

Een proef toont alleen iets aan als je één onafhankelijke variabele verandert en de rest constant houdt. Elke meting heeft bovendien een onzekerheid, en die hoort in je conclusie mee te wegen.

Wat een meting waard is

De grootheid die jij instelt is de onafhankelijke variabele en komt horizontaal in je grafiek. Wat je meet is de afhankelijke variabele en komt verticaal.

Elke meting heeft een onzekerheid, bijvoorbeeld de helft van de kleinste schaalverdeling. Meet je met een liniaal in millimeters, dan is je onzekerheid ongeveer een halve millimeter.

Herhalen helpt tegen toevallige fouten, maar niet tegen systematische fouten. Een weegschaal die altijd tien gram te veel aanwijst blijft dat doen, hoe vaak je ook meet.

Je conclusie mag niet verder gaan dan je data. Heb je gemeten tussen tien en dertig graden, dan zeg je niets over honderd graden.

Meetpunten met hun onzekerheid

de lijn hoort door de balkjes te lopen,niet per se door de punten

Een punt dat er met balkje en al naast ligt is een uitschieter.

Zo zet je een proef op

1

Formuleer een meetbare vraag

Welk verband verwacht je tussen welke twee grootheden? Dat is je hypothese.

2

Zet alles vast behalve één ding

Schrijf op wat je constant houdt en met welke waarde. Dat is het stuk waar punten op staan.

3

Meet over een flink bereik

Minstens vijf punten, goed verdeeld. Drie punten dicht bij elkaar laten geen verband zien.

4

Teken de grafiek en trek een lijn

Niet van punt naar punt, maar één lijn die zo goed mogelijk door alle punten loopt.

De fout die bijna iedereen maakt

Je meetpunten liggen netjes op een rechte lijn, maar de lijn gaat niet door de oorsprong. Wat concludeer je?

de meting is mislukt, hij hoort door nul te gaante snel

Een rechte lijn die niet door de oorsprong gaat betekent vaak dat er een vaste waarde bij opgeteld wordt, bijvoorbeeld een nulpunt dat verkeerd staat. Dat is een systematische fout en die zie je juist in zo een grafiek terug.

Herhalen helpt niet tegen alles

Toevallige fouten middelen uit als je vaak meet. Systematische fouten niet. Vraagt een opgave hoe je de meting kunt verbeteren, kijk dan eerst of het nulpunt klopt.

Een proef die iets aantoont

Check jezelf

Wat komt horizontaal in je grafiek?

De onafhankelijke variabele, die jij varieert.

Waartegen helpt vaker meten niet?

Een meter die structureel te veel aanwijst blijft dat doen.

Hoe trek je een lijn door meetpunten?

Een vloeiende lijn die het verband laat zien, niet de ruis volgt.

In jouw boek

Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.

De begrippen uit deze les

afhankelijke variabele
De grootheid die je meet omdat hij verandert door wat je zelf instelt. Die zet je verticaal in de grafiek.
meetonzekerheid
De marge waarbinnen de echte waarde ligt. Je schrijft die bij je meting, want zonder marge zegt een meetwaarde te veel.
onafhankelijke variabele
De grootheid die je in een proef zelf verandert. Die zet je horizontaal in de grafiek.
systematische fout
Een fout die elke meting dezelfde kant op verschuift, bijvoorbeeld een meter die niet op nul staat. Vaker meten helpt daar niet tegen.
toevallige fout
Een fout die per meting wisselt, bijvoorbeeld bij het aflezen. Vaker meten en gemiddelden nemen maakt die kleiner.

Overhoor deze begrippenAlle begrippen van dit vak

In het examen

De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 28-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak