De wetten van Newton
Ongeveer 9 minuten. Zonder resulterende kracht verandert er niets aan de beweging. Dat is de hele eerste wet.
Drie wetten, drie vragen
De eerste wet zegt dat een voorwerp zonder resulterende kracht met gelijke snelheid rechtdoor gaat, of stil blijft staan. Een auto die met constante snelheid rijdt heeft dus net zo goed geen resulterende kracht als een auto die stilstaat.
De tweede wet koppelt kracht aan versnelling. Dezelfde kracht op een grotere massa geeft een kleinere versnelling, want a is F gedeeld door m.
De derde wet gaat over twee voorwerpen. Duw jij tegen een muur met 200 newton, dan duwt de muur met 200 newton terug. Die twee krachten werken op verschillende voorwerpen en heffen elkaar dus niet op.
Bij een vallend voorwerp met luchtwrijving groeit de wrijvingskracht tot hij gelijk is aan de zwaartekracht. Dan is de resulterende kracht nul en valt het met een constante eindsnelheid.
Resulterende kracht en versnelling
Alleen als de som van de krachten niet nul is, verandert de snelheid.
Zo pak je een krachtenvraag aan
Teken alle krachten op het voorwerp
Alleen krachten die op dit voorwerp werken. De kracht die het zelf uitoefent hoort er niet bij.
Bepaal de resulterende kracht
Tel op wat dezelfde kant op werkt en trek af wat tegen elkaar in werkt.
Kijk of de som nul is
Nul betekent stilstand of een constante snelheid. Niet nul betekent een versnelling.
Gebruik F is m keer a
Een kar van 40 kilogram met een resulterende kracht van 20 newton versnelt met 0,5 meter per seconde per seconde.
De fout die bijna iedereen maakt
Een auto rijdt met een constante snelheid van 80 kilometer per uur. Wat weet je over de krachten?
Er werkt wel degelijk een voorwaartse kracht van de motor, maar die is precies even groot als de wrijving. De som is dus nul, en daarom blijft de snelheid gelijk. Een constante snelheid vraagt geen resulterende kracht.
Actie en reactie werken nooit op hetzelfde voorwerp
Daarom heffen ze elkaar niet op. De zwaartekracht op een boek en de normaalkracht van de tafel zijn geen actie-reactiepaar, want die werken allebei op het boek.
De wetten van Newton
Check jezelf
Een kar van 40 kg ondervindt een resulterende kracht van 20 N. Wat is de versnelling?
Wat geldt bij een constante snelheid?
Waarom bereikt een vallende parachutist een eindsnelheid?
In jouw boek
De begrippen uit deze les
- derde wet van Newton
- Oefent A een kracht uit op B, dan oefent B een even grote kracht in de tegengestelde richting uit op A. Die twee krachten grijpen op verschillende voorwerpen aan.
- eerste wet van Newton
- Werkt er geen resulterende kracht, dan blijft een voorwerp stilstaan of met dezelfde snelheid in dezelfde richting doorgaan.
- eindsnelheid
- De snelheid waarbij de luchtwrijving even groot is als de zwaartekracht, zodat de resulterende kracht nul wordt en de snelheid niet meer groeit.
- massa
- Hoeveel stof er in een voorwerp zit, in kilogram. Hij verandert niet als je ergens anders bent, in tegenstelling tot het gewicht.
- newton
- De eenheid van kracht, met symbool N. Eén newton is de kracht die een massa van één kilogram één meter per seconde per seconde laat versnellen.
- resulterende kracht
- Wat er van alle krachten op een voorwerp samen overblijft. Is hij nul, dan blijft de snelheid gelijk.
- tweede wet van Newton
- De resulterende kracht is de massa keer de versnelling. Meer massa vraagt dus meer kracht voor dezelfde versnelling.
- versnelling
- Hoeveel de snelheid per seconde verandert, in meter per seconde per seconde. Bij afremmen is hij negatief.
- wrijvingskracht
- De kracht die tegen de beweging in werkt, van de lucht of van het oppervlak. Bij hogere snelheid wordt de luchtwrijving snel groter.
In het examen
- 2024, tijdvak 1vragen 2 en 4ExamenAntwoorden
De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 28-10-2026.