Naar de inhoud
Inloggen

Natuurkunde havo

Meten, sturen en regelen

Ongeveer 9 minuten. Een sensor meet, een verwerker beslist en een actuator doet iets. Met terugkoppeling wordt het een regeling.

Elk meet- en regelsysteem heeft drie delen: een sensor die meet, een verwerker die beslist en een actuator die iets doet. Meet het systeem het resultaat opnieuw, dan heet het regelen.

Sturen of regelen

Bij sturen gaat er geen informatie terug. Een lamp op een tijdklok gaat om zes uur aan, of het nu donker is of niet.

Bij regelen meet het systeem het resultaat en past zich aan. Een thermostaat meet de temperatuur, vergelijkt die met de gewenste waarde en zet de ketel aan of uit.

Dat vergelijken gebeurt met een referentiewaarde. Het verschil tussen gemeten en gewenst heet de afwijking, en daar reageert de verwerker op.

Veel sensoren zijn in feite een weerstand die verandert. Een LDR heeft een lagere weerstand bij meer licht, een NTC een lagere weerstand bij een hogere temperatuur.

De kring van een regeling

sensorverwerkeractuatorterugkoppelingzonder die gestippelde lijn is het sturen

De gestippelde lijn maakt het verschil tussen sturen en regelen.

Zo analyseer je een systeem

1

Zoek de sensor

Wat wordt er gemeten, en met welke grootheid? Licht, temperatuur, druk of afstand.

2

Zoek de actuator

Wat gebeurt er als reactie? Een motor, een lamp, een ventiel of een verwarmingselement.

3

Kijk of er teruggekoppeld wordt

Meet het systeem het effect van zijn eigen actie? Dan is het een regeling.

4

Benoem de referentiewaarde

Waarmee wordt de meting vergeleken? Dat is de gewenste waarde die iemand instelt.

De fout die bijna iedereen maakt

Een lamp gaat elke avond om zes uur aan met een tijdklok. Is dat sturen of regelen?

regelen, want er wordt iets geschakeldklopt niet

De klok kijkt niet of het licht is of donker. Pas als een sensor het resultaat meet en het systeem zich daarop aanpast, heet het regelen. Een lamp met een lichtsensor is dus wel een regeling.

NTC en LDR

Een NTC heeft een lagere weerstand bij een hogere temperatuur, een LDR bij meer licht. Dat ene zinnetje is in bijna elke schakelvraag de sleutel tot de rest van je antwoord.

Meten, sturen en regelen

Check jezelf

Wat doet een actuator?

De actuator voert de actie uit, bijvoorbeeld een motor of een lamp.

Wat maakt van sturen een regeling?

Het systeem meet het effect van zijn eigen actie en past zich aan.

Wat gebeurt er met de weerstand van een NTC bij opwarmen?

Negatieve temperatuurcoƫfficiƫnt: warmer betekent een lagere weerstand.

In jouw boek

Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.

De begrippen uit deze les

actuator
Het onderdeel dat de uitvoering doet, bijvoorbeeld een motor, een lamp of een verwarmingselement.
ldr
Een weerstand die bij meer licht een lagere waarde heeft. Je gebruikt hem als lichtsensor in een spanningsdeler.
ntc
Een weerstand die bij een hogere temperatuur een lagere waarde heeft. Je gebruikt hem als temperatuursensor.
referentiewaarde
De waarde waarmee een regelsysteem de meting vergelijkt, bijvoorbeeld de ingestelde temperatuur op een thermostaat.
sensor
Een onderdeel dat een grootheid uit de omgeving omzet in een elektrisch signaal, bijvoorbeeld een lichtgevoelige weerstand.
spanningsdeler
Twee weerstanden in serie waarmee je een deel van de spanning afneemt. Verandert de ene weerstand, dan verandert de afgenomen spanning mee.
terugkoppeling
Het terugsturen van de uitkomst naar de ingang, zodat het systeem zichzelf bijstelt. Daardoor blijft een thermostaat rond de ingestelde waarde.
verwerker
Het deel tussen sensor en actuator dat beslist wat er moet gebeuren, meestal met een vergelijking tegen een referentiewaarde.

Overhoor deze begrippenAlle begrippen van dit vak

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 28-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak