Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 alles

32 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. tangens

    In een rechthoekige driehoek de overstaande zijde gedeeld door de aanliggende zijde.

    Naar de les over Goniometrische functies en hun grafiek

  2. baan

    De kromme die een bewegend punt doorloopt, gevonden door de tijd te elimineren.

    Naar de les over Bewegingsvergelijkingen en baankrommen

  3. inverse

    De functie die de koppeling omdraait, grafisch een spiegeling in de lijn y is x.

    Naar de les over Inverse functies

  4. bereik

    De verzameling uitkomsten die een functie werkelijk aanneemt.

    Naar de les over Formules en functies

  5. primitieve

    Een functie waarvan de afgeleide de oorspronkelijke functie is.

    Naar de les over De primitieve functie

  6. helling

    De steilheid van een grafiek, gegeven door de afgeleide.

    Naar de les over De afgeleide als helling

  7. buigpunt

    Een punt waar de bolling van de grafiek omslaat.

    Naar de les over Extremen en buigpunten

  8. asymptoot

    Een lijn die de grafiek steeds dichter nadert zonder hem te bereiken.

    Naar de les over Asymptoten en limietgedrag

  9. cosinus

    In een rechthoekige driehoek de aanliggende zijde gedeeld door de schuine zijde.

    Naar de les over De eenheidscirkel en radialen

  10. sinus

    In een rechthoekige driehoek de overstaande zijde gedeeld door de schuine zijde.

    Naar de les over De eenheidscirkel en radialen

  11. logaritme

    De exponent waartoe je het grondtal moet verheffen om een getal te krijgen.

    Naar de les over Exponentiële en logaritmische vergelijkingen

  12. integratieconstante

    De onbekende constante die bij elke primitieve hoort.

    Naar de les over De primitieve functie

  13. transformatie

    Een verschuiving, vermenigvuldiging of spiegeling van een grafiek.

    Naar de les over Transformaties van grafieken

  14. productregel

    De regel om een product van twee functies te differentiëren.

    Naar de les over Technieken voor differentiëren

  15. bewegingsvergelijking

    Een paar formules dat x en y elk als functie van de tijd geeft.

    Naar de les over Bewegingsvergelijkingen en baankrommen

  16. quotiëntregel

    De regel om een breuk van twee functies te differentiëren.

    Naar de les over Technieken voor differentiëren

  17. vector

    Een grootheid met een lengte en een richting.

    Naar de les over Vectoren en het inproduct

  18. algebraïsch oplossen

    Met de hand oplossen volgens de rekenregels, zonder afgelezen waarden.

    Naar de les over Vergelijkingen algebraïsch oplossen

  19. afgeleide

    De functie die bij elke x de helling van de oorspronkelijke grafiek geeft.

    Naar de les over De afgeleide als helling

  20. snelheidsvector

    De vector met de afgeleiden van x en y naar de tijd, rakend aan de baan.

    Naar de les over Bewegingsvergelijkingen en baankrommen

  21. eenheidscirkel

    De cirkel met straal één om de oorsprong, waarop cosinus en sinus de coördinaten zijn.

    Naar de les over De eenheidscirkel en radialen

  22. bepaalde integraal

    De primitieve in de bovengrens min de primitieve in de ondergrens.

    Naar de les over De bepaalde integraal

  23. radialen

    De eenheid voor hoeken waarbij een hele cirkel 2 pi is.

    Naar de les over De eenheidscirkel en radialen

  24. extreem

    Een maximum of een minimum van een functie.

    Naar de les over Extremen en buigpunten

  25. domein

    De verzameling x-waarden waarvoor een functie bestaat.

    Naar de les over Formules en functies

  26. scheve asymptoot

    Een schuine lijn die de grafiek ver weg nadert, bij een teller die één graad hoger is dan de noemer.

    Naar de les over Asymptoten en limietgedrag

  27. raaklijn

    De lijn die een grafiek in een punt aanraakt, met de afgeleide als richtingscoëfficiënt.

    Naar de les over Raaklijnen opstellen

  28. somformules

    De formules voor de sinus en de cosinus van een som of verschil van twee hoeken.

    Naar de les over Goniometrische formules

  29. kettingregel

    De regel om een functie in een functie te differentiëren, buiten maal binnen.

    Naar de les over Technieken voor differentiëren

  30. basisoplossingen

    De oplossingen binnen één periode van een goniometrische vergelijking.

    Naar de les over Goniometrische vergelijkingen

  31. inproduct

    Een getal uit twee vectoren, gelijk aan x1 x2 plus y1 y2 en aan het product van de lengtes maal de cosinus van de hoek.

    Naar de les over Vectoren en het inproduct

  32. ongelijkheid

    Een opgave waarbij je het gebied zoekt waar iets groter of kleiner is.

    Naar de les over Ongelijkheden oplossen

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 32 begrippen.

6 onderwerpen
7 onderwerpen
4 onderwerpen
2 onderwerpen
Begin opnieuw