Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
32 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
tangens
In een rechthoekige driehoek de overstaande zijde gedeeld door de aanliggende zijde.
-
baan
De kromme die een bewegend punt doorloopt, gevonden door de tijd te elimineren.
-
inverse
De functie die de koppeling omdraait, grafisch een spiegeling in de lijn y is x.
-
bereik
De verzameling uitkomsten die een functie werkelijk aanneemt.
-
primitieve
Een functie waarvan de afgeleide de oorspronkelijke functie is.
-
helling
De steilheid van een grafiek, gegeven door de afgeleide.
-
asymptoot
Een lijn die de grafiek steeds dichter nadert zonder hem te bereiken.
-
cosinus
In een rechthoekige driehoek de aanliggende zijde gedeeld door de schuine zijde.
-
sinus
In een rechthoekige driehoek de overstaande zijde gedeeld door de schuine zijde.
-
logaritme
De exponent waartoe je het grondtal moet verheffen om een getal te krijgen.
Naar de les over Exponentiële en logaritmische vergelijkingen
-
integratieconstante
De onbekende constante die bij elke primitieve hoort.
-
transformatie
Een verschuiving, vermenigvuldiging of spiegeling van een grafiek.
-
productregel
De regel om een product van twee functies te differentiëren.
-
bewegingsvergelijking
Een paar formules dat x en y elk als functie van de tijd geeft.
-
quotiëntregel
De regel om een breuk van twee functies te differentiëren.
-
algebraïsch oplossen
Met de hand oplossen volgens de rekenregels, zonder afgelezen waarden.
-
afgeleide
De functie die bij elke x de helling van de oorspronkelijke grafiek geeft.
-
snelheidsvector
De vector met de afgeleiden van x en y naar de tijd, rakend aan de baan.
-
eenheidscirkel
De cirkel met straal één om de oorsprong, waarop cosinus en sinus de coördinaten zijn.
-
bepaalde integraal
De primitieve in de bovengrens min de primitieve in de ondergrens.
-
radialen
De eenheid voor hoeken waarbij een hele cirkel 2 pi is.
-
scheve asymptoot
Een schuine lijn die de grafiek ver weg nadert, bij een teller die één graad hoger is dan de noemer.
-
raaklijn
De lijn die een grafiek in een punt aanraakt, met de afgeleide als richtingscoëfficiënt.
-
somformules
De formules voor de sinus en de cosinus van een som of verschil van twee hoeken.
-
kettingregel
De regel om een functie in een functie te differentiëren, buiten maal binnen.
-
basisoplossingen
De oplossingen binnen één periode van een goniometrische vergelijking.
-
inproduct
Een getal uit twee vectoren, gelijk aan x1 x2 plus y1 y2 en aan het product van de lengtes maal de cosinus van de hoek.
-
ongelijkheid
Een opgave waarbij je het gebied zoekt waar iets groter of kleiner is.