Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 alles

20 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. afgeleide

    De functie die bij elke x de helling van de oorspronkelijke grafiek geeft.

    Naar de les over De afgeleide als helling

  2. sinus

    In een rechthoekige driehoek de overstaande zijde gedeeld door de schuine zijde.

    Naar de les over De eenheidscirkel en radialen

  3. eenheidscirkel

    De cirkel met straal één om de oorsprong, waarop cosinus en sinus de coördinaten zijn.

    Naar de les over De eenheidscirkel en radialen

  4. tangens

    In een rechthoekige driehoek de overstaande zijde gedeeld door de aanliggende zijde.

    Naar de les over Goniometrische functies en hun grafiek

  5. radialen

    De eenheid voor hoeken waarbij een hele cirkel 2 pi is.

    Naar de les over De eenheidscirkel en radialen

  6. baan

    De kromme die een bewegend punt doorloopt, gevonden door de tijd te elimineren.

    Naar de les over Bewegingsvergelijkingen en baankrommen

  7. bewegingsvergelijking

    Een paar formules dat x en y elk als functie van de tijd geeft.

    Naar de les over Bewegingsvergelijkingen en baankrommen

  8. bepaalde integraal

    De primitieve in de bovengrens min de primitieve in de ondergrens.

    Naar de les over De bepaalde integraal

  9. transformatie

    Een verschuiving, vermenigvuldiging of spiegeling van een grafiek.

    Naar de les over Transformaties van grafieken

  10. bereik

    De verzameling uitkomsten die een functie werkelijk aanneemt.

    Naar de les over Formules en functies

  11. raaklijn

    De lijn die een grafiek in een punt aanraakt, met de afgeleide als richtingscoëfficiënt.

    Naar de les over Raaklijnen opstellen

  12. integratieconstante

    De onbekende constante die bij elke primitieve hoort.

    Naar de les over De primitieve functie

  13. domein

    De verzameling x-waarden waarvoor een functie bestaat.

    Naar de les over Formules en functies

  14. kettingregel

    De regel om een functie in een functie te differentiëren, buiten maal binnen.

    Naar de les over Technieken voor differentiëren

  15. buigpunt

    Een punt waar de bolling van de grafiek omslaat.

    Naar de les over Extremen en buigpunten

  16. inverse

    De functie die de koppeling omdraait, grafisch een spiegeling in de lijn y is x.

    Naar de les over Inverse functies

  17. logaritme

    De exponent waartoe je het grondtal moet verheffen om een getal te krijgen.

    Naar de les over Exponentiële en logaritmische vergelijkingen

  18. algebraïsch oplossen

    Met de hand oplossen volgens de rekenregels, zonder afgelezen waarden.

    Naar de les over Vergelijkingen algebraïsch oplossen

  19. basisoplossingen

    De oplossingen binnen één periode van een goniometrische vergelijking.

    Naar de les over Goniometrische vergelijkingen

  20. helling

    De steilheid van een grafiek, gegeven door de afgeleide.

    Naar de les over De afgeleide als helling

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 32 begrippen.

6 onderwerpen
7 onderwerpen
4 onderwerpen
2 onderwerpen
Begin opnieuw