Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
20 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
afgeleide
De functie die bij elke x de helling van de oorspronkelijke grafiek geeft.
-
sinus
In een rechthoekige driehoek de overstaande zijde gedeeld door de schuine zijde.
-
eenheidscirkel
De cirkel met straal één om de oorsprong, waarop cosinus en sinus de coördinaten zijn.
-
tangens
In een rechthoekige driehoek de overstaande zijde gedeeld door de aanliggende zijde.
-
radialen
De eenheid voor hoeken waarbij een hele cirkel 2 pi is.
-
baan
De kromme die een bewegend punt doorloopt, gevonden door de tijd te elimineren.
-
bewegingsvergelijking
Een paar formules dat x en y elk als functie van de tijd geeft.
-
bepaalde integraal
De primitieve in de bovengrens min de primitieve in de ondergrens.
-
transformatie
Een verschuiving, vermenigvuldiging of spiegeling van een grafiek.
-
bereik
De verzameling uitkomsten die een functie werkelijk aanneemt.
-
raaklijn
De lijn die een grafiek in een punt aanraakt, met de afgeleide als richtingscoëfficiënt.
-
integratieconstante
De onbekende constante die bij elke primitieve hoort.
-
kettingregel
De regel om een functie in een functie te differentiëren, buiten maal binnen.
-
inverse
De functie die de koppeling omdraait, grafisch een spiegeling in de lijn y is x.
-
logaritme
De exponent waartoe je het grondtal moet verheffen om een getal te krijgen.
Naar de les over Exponentiële en logaritmische vergelijkingen
-
algebraïsch oplossen
Met de hand oplossen volgens de rekenregels, zonder afgelezen waarden.
-
basisoplossingen
De oplossingen binnen één periode van een goniometrische vergelijking.
-
helling
De steilheid van een grafiek, gegeven door de afgeleide.