Begrippenlijst
vwo32 begrippen die je bij Wiskunde B op vwo moet kennen, elk met een paar zinnen uitleg. Staat er een les bij, dan wordt het begrip daar gebruikt en geoefend.
A 3
- afgeleide C1
- De functie die bij elke x de helling van de oorspronkelijke grafiek geeft. Naar de les
- algebraïsch oplossen B5
- Met de hand oplossen volgens de rekenregels, zonder afgelezen waarden. Naar de les
- asymptoot B6
- Een lijn die de grafiek steeds dichter nadert zonder hem te bereiken. Naar de les
B 6
- baan E4
- De kromme die een bewegend punt doorloopt, gevonden door de tijd te elimineren. Naar de les
- basisoplossingen D
- De oplossingen binnen één periode van een goniometrische vergelijking. Naar de les
- bepaalde integraal C3
- De primitieve in de bovengrens min de primitieve in de ondergrens. Naar de les
- bereik B1
- De verzameling uitkomsten die een functie werkelijk aanneemt. Naar de les
- bewegingsvergelijking E4
- Een paar formules dat x en y elk als functie van de tijd geeft. Naar de les
- buigpunt C1
- Een punt waar de bolling van de grafiek omslaat. Naar de les
C 1
- cosinus D
- In een rechthoekige driehoek de aanliggende zijde gedeeld door de schuine zijde. Naar de les
D 1
- domein B1
- De verzameling x-waarden waarvoor een functie bestaat. Naar de les
E 2
- eenheidscirkel D
- De cirkel met straal één om de oorsprong, waarop cosinus en sinus de coördinaten zijn. Naar de les
- extreem C1
- Een maximum of een minimum van een functie. Naar de les
H 1
- helling C1
- De steilheid van een grafiek, gegeven door de afgeleide. Naar de les
I 3
- inproduct E3
- Een getal uit twee vectoren, gelijk aan x1 x2 plus y1 y2 en aan het product van de lengtes maal de cosinus van de hoek. Naar de les
- integratieconstante C3
- De onbekende constante die bij elke primitieve hoort. Naar de les
- inverse B4
- De functie die de koppeling omdraait, grafisch een spiegeling in de lijn y is x. Naar de les
K 1
- kettingregel C2
- De regel om een functie in een functie te differentiëren, buiten maal binnen. Naar de les
L 1
- logaritme B5
- De exponent waartoe je het grondtal moet verheffen om een getal te krijgen. Naar de les
O 1
- ongelijkheid B5
- Een opgave waarbij je het gebied zoekt waar iets groter of kleiner is. Naar de les
P 2
- primitieve C3
- Een functie waarvan de afgeleide de oorspronkelijke functie is. Naar de les
- productregel C2
- De regel om een product van twee functies te differentiëren. Naar de les
Q 1
- quotiëntregel C2
- De regel om een breuk van twee functies te differentiëren. Naar de les
R 2
- raaklijn C1
- De lijn die een grafiek in een punt aanraakt, met de afgeleide als richtingscoëfficiënt. Naar de les
- radialen D
- De eenheid voor hoeken waarbij een hele cirkel 2 pi is. Naar de les
S 4
- scheve asymptoot B6
- Een schuine lijn die de grafiek ver weg nadert, bij een teller die één graad hoger is dan de noemer. Naar de les
- sinus D
- In een rechthoekige driehoek de overstaande zijde gedeeld door de schuine zijde. Naar de les
- snelheidsvector E4
- De vector met de afgeleiden van x en y naar de tijd, rakend aan de baan. Naar de les
- somformules D
- De formules voor de sinus en de cosinus van een som of verschil van twee hoeken. Naar de les
T 2
- tangens D
- In een rechthoekige driehoek de overstaande zijde gedeeld door de aanliggende zijde. Naar de les
- transformatie B3
- Een verschuiving, vermenigvuldiging of spiegeling van een grafiek. Naar de les
V 1
- vector E3
- Een grootheid met een lengte en een richting. Naar de les
Geen begrip gevonden. Probeer een ander woord.