Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
10 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
algebraïsch oplossen
Met de hand oplossen volgens de rekenregels, zonder afgelezen waarden.
-
scheve asymptoot
Een schuine lijn die de grafiek ver weg nadert, bij een teller die één graad hoger is dan de noemer.
-
ongelijkheid
Een opgave waarbij je het gebied zoekt waar iets groter of kleiner is.
-
eenheidscirkel
De cirkel met straal één om de oorsprong, waarop cosinus en sinus de coördinaten zijn.
-
quotiëntregel
De regel om een breuk van twee functies te differentiëren.
-
baan
De kromme die een bewegend punt doorloopt, gevonden door de tijd te elimineren.
-
somformules
De formules voor de sinus en de cosinus van een som of verschil van twee hoeken.
-
snelheidsvector
De vector met de afgeleiden van x en y naar de tijd, rakend aan de baan.
-
inproduct
Een getal uit twee vectoren, gelijk aan x1 x2 plus y1 y2 en aan het product van de lengtes maal de cosinus van de hoek.