Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 alles

39 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. rechthoekige driehoek

    Een driehoek met een hoek van 90 graden, waarin sinus, cosinus en tangens gelden.

    Naar de les over Sinus, cosinus en tangens in een driehoek

  2. samengestelde functie

    Een functie waarin een andere functie zit, te differentiëren met de kettingregel.

    Naar de les over De kettingregel

  3. koorde

    Het lijnstuk tussen twee punten op een grafiek of cirkel.

    Naar de les over Gemiddelde verandering en het differentiequotiënt

  4. wortelfunctie

    Een functie met x onder een wortel, met een domein waarin dat stuk niet negatief is.

    Naar de les over Machtsfuncties en wortelfuncties

  5. sinusregel

    Een regel voor een willekeurige driehoek bij een zijde met zijn overstaande hoek.

    Naar de les over De sinusregel en de cosinusregel

  6. sinusoïde

    Een grafiek met de vorm van een sinus, beschreven door evenwichtsstand, amplitude, periode en beginpunt.

    Naar de les over De sinusfunctie

  7. evenwichtsstand

    De middenlijn van een sinusoïde, het gemiddelde van de hoogste en de laagste waarde.

    Naar de les over De sinusfunctie

  8. kwadratische functie

    Een functie met x in het kwadraat, met een parabool als grafiek.

    Naar de les over Lineaire en kwadratische functies

  9. groeifactor

    Het getal waarmee je per stap vermenigvuldigt bij exponentiële groei.

    Naar de les over Exponentiële functies

  10. minimum

    Het laagste punt van een grafiek, waar de afgeleide van min naar plus wisselt.

    Naar de les over Maximum en minimum bepalen

  11. differentiequotiënt

    De gemiddelde verandering over een interval, dus de helling van de koorde.

    Naar de les over Gemiddelde verandering en het differentiequotiënt

  12. beginwaarde

    De functiewaarde bij x is nul, bij een exponentiële functie de factor voor de macht.

    Naar de les over Exponentiële functies

  13. algebraïsch oplossen

    Met de hand oplossen volgens de rekenregels, zonder afgelezen waarden.

    Naar de les over Vergelijkingen algebraïsch oplossen

  14. parabool

    De grafiek van een kwadratische functie.

    Naar de les over Lineaire en kwadratische functies

  15. kettingregel

    De regel om een functie in een functie te differentiëren, buiten maal binnen.

    Naar de les over De kettingregel

  16. omgekeerd evenredig

    Een verband waarbij het product van de twee grootheden gelijk blijft.

    Naar de les over Evenredig en omgekeerd evenredig

  17. discriminant

    Het getal b in het kwadraat min 4ac, dat het aantal oplossingen van een kwadratische vergelijking bepaalt.

    Naar de les over Snijpunten en raaklijnen berekenen

  18. gebroken functie

    Een functie met x in de noemer, met daardoor een verticale asymptoot.

    Naar de les over Gebroken functies en asymptoten

  19. periode

    De lengte van één herhaling van een periodieke grafiek.

    Naar de les over De sinusfunctie

  20. recht evenredig

    Een verband waarbij het quotiënt van de twee grootheden gelijk blijft.

    Naar de les over Evenredig en omgekeerd evenredig

  21. exact antwoord

    Een antwoord zonder afronding, waarin wortels en breuken blijven staan.

    Naar de les over Exact rekenen en afronden

  22. afgeleide

    De functie die bij elke x de helling van de oorspronkelijke grafiek geeft.

    Naar de les over Wat de afgeleide betekent

  23. helling

    De steilheid van een grafiek, gegeven door de afgeleide.

    Naar de les over Wat de afgeleide betekent

  24. amplitude

    De uitwijking van een sinusoïde vanaf de evenwichtsstand.

    Naar de les over De sinusfunctie

  25. horizontale asymptoot

    De waarde die een grafiek nadert als x heel groot of heel klein wordt.

    Naar de les over Gebroken functies en asymptoten

  26. maximum

    Het hoogste punt van een grafiek, waar de afgeleide van plus naar min wisselt.

    Naar de les over Maximum en minimum bepalen

  27. logaritme

    De exponent waartoe je het grondtal moet verheffen om een getal te krijgen.

    Naar de les over Logaritmische functies

  28. verticale asymptoot

    Een verticale lijn waar de functie niet bestaat en de grafiek naar oneindig loopt.

    Naar de les over Gebroken functies en asymptoten

  29. lineaire functie

    Een functie van de vorm y is ax plus b, met een rechte lijn als grafiek.

    Naar de les over Lineaire en kwadratische functies

  30. exponentiële functie

    Een functie waarbij x in de exponent staat.

    Naar de les over Exponentiële functies

  31. domein

    De verzameling x-waarden waarvoor een functie bestaat.

    Naar de les over Machtsfuncties en wortelfuncties

  32. beginpunt

    De x-waarde waar een sinusoïde stijgend door de evenwichtsstand gaat.

    Naar de les over Een sinusformule opstellen

  33. ongelijkheid

    Een opgave waarbij je het gebied zoekt waar iets groter of kleiner is.

    Naar de les over Ongelijkheden oplossen

  34. machtsfunctie

    Een functie waarbij x in het grondtal staat en de exponent vast is.

    Naar de les over Machtsfuncties en wortelfuncties

  35. cosinusregel

    Een regel voor een willekeurige driehoek bij drie zijden of bij twee zijden met de hoek ertussen.

    Naar de les over De sinusregel en de cosinusregel

  36. machtsregel

    De afgeleide van x tot de macht n is n maal x tot de macht n min één.

    Naar de les over Differentiëren van machtsfuncties

  37. richtingscoëfficiënt

    Het getal dat aangeeft hoeveel y stijgt als x met één toeneemt.

    Naar de les over Lineaire en kwadratische functies

  38. gelijkvormig

    Dezelfde vorm maar niet dezelfde grootte, met gelijke hoeken en zijden in dezelfde verhouding.

    Naar de les over Gelijkvormigheid en verhoudingen

  39. raaklijn

    De lijn die een grafiek in een punt aanraakt, met de afgeleide als richtingscoëfficiënt.

    Naar de les over De helling in een punt

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 39 begrippen.

10 onderwerpen
4 onderwerpen
6 onderwerpen
1 onderwerp
Begin opnieuw