Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
39 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
rechthoekige driehoek
Een driehoek met een hoek van 90 graden, waarin sinus, cosinus en tangens gelden.
-
samengestelde functie
Een functie waarin een andere functie zit, te differentiëren met de kettingregel.
-
koorde
Het lijnstuk tussen twee punten op een grafiek of cirkel.
Naar de les over Gemiddelde verandering en het differentiequotiënt
-
wortelfunctie
Een functie met x onder een wortel, met een domein waarin dat stuk niet negatief is.
-
sinusregel
Een regel voor een willekeurige driehoek bij een zijde met zijn overstaande hoek.
-
sinusoïde
Een grafiek met de vorm van een sinus, beschreven door evenwichtsstand, amplitude, periode en beginpunt.
-
evenwichtsstand
De middenlijn van een sinusoïde, het gemiddelde van de hoogste en de laagste waarde.
-
kwadratische functie
Een functie met x in het kwadraat, met een parabool als grafiek.
-
groeifactor
Het getal waarmee je per stap vermenigvuldigt bij exponentiële groei.
-
minimum
Het laagste punt van een grafiek, waar de afgeleide van min naar plus wisselt.
-
differentiequotiënt
De gemiddelde verandering over een interval, dus de helling van de koorde.
Naar de les over Gemiddelde verandering en het differentiequotiënt
-
beginwaarde
De functiewaarde bij x is nul, bij een exponentiële functie de factor voor de macht.
-
algebraïsch oplossen
Met de hand oplossen volgens de rekenregels, zonder afgelezen waarden.
-
parabool
De grafiek van een kwadratische functie.
-
kettingregel
De regel om een functie in een functie te differentiëren, buiten maal binnen.
-
omgekeerd evenredig
Een verband waarbij het product van de twee grootheden gelijk blijft.
-
discriminant
Het getal b in het kwadraat min 4ac, dat het aantal oplossingen van een kwadratische vergelijking bepaalt.
-
gebroken functie
Een functie met x in de noemer, met daardoor een verticale asymptoot.
-
recht evenredig
Een verband waarbij het quotiënt van de twee grootheden gelijk blijft.
-
exact antwoord
Een antwoord zonder afronding, waarin wortels en breuken blijven staan.
-
afgeleide
De functie die bij elke x de helling van de oorspronkelijke grafiek geeft.
-
helling
De steilheid van een grafiek, gegeven door de afgeleide.
-
amplitude
De uitwijking van een sinusoïde vanaf de evenwichtsstand.
-
horizontale asymptoot
De waarde die een grafiek nadert als x heel groot of heel klein wordt.
-
maximum
Het hoogste punt van een grafiek, waar de afgeleide van plus naar min wisselt.
-
logaritme
De exponent waartoe je het grondtal moet verheffen om een getal te krijgen.
-
verticale asymptoot
Een verticale lijn waar de functie niet bestaat en de grafiek naar oneindig loopt.
-
lineaire functie
Een functie van de vorm y is ax plus b, met een rechte lijn als grafiek.
-
exponentiële functie
Een functie waarbij x in de exponent staat.
-
domein
De verzameling x-waarden waarvoor een functie bestaat.
-
beginpunt
De x-waarde waar een sinusoïde stijgend door de evenwichtsstand gaat.
-
ongelijkheid
Een opgave waarbij je het gebied zoekt waar iets groter of kleiner is.
-
machtsfunctie
Een functie waarbij x in het grondtal staat en de exponent vast is.
-
cosinusregel
Een regel voor een willekeurige driehoek bij drie zijden of bij twee zijden met de hoek ertussen.
-
machtsregel
De afgeleide van x tot de macht n is n maal x tot de macht n min één.
-
richtingscoëfficiënt
Het getal dat aangeeft hoeveel y stijgt als x met één toeneemt.
-
gelijkvormig
Dezelfde vorm maar niet dezelfde grootte, met gelijke hoeken en zijden in dezelfde verhouding.
-
raaklijn
De lijn die een grafiek in een punt aanraakt, met de afgeleide als richtingscoëfficiënt.