Ongelijkheden oplossen
Ongeveer 10 minuten. Niet één getal, maar een heel gebied.
Van grenzen naar gebied
Los eerst de bijbehorende vergelijking op. De oplossingen daarvan zijn de grenzen van je intervallen.
Kijk daarna per stuk tussen de grenzen of de ongelijkheid klopt. Een schets van de grafiek helpt daarbij.
Vermenigvuldig of deel je door een negatief getal, dan draait het teken om. Dat is de klassieke valkuil.
Let bij een gebroken ongelijkheid op de nulpunten van de noemer. Daar kan het teken ook omslaan.
Teken per stuk
Eerst de grenzen, dan per stuk het teken.
Zo los je een ongelijkheid op
Breng alles naar één kant
Zodat er nul aan de andere kant staat.
Los de vergelijking op
Die oplossingen zijn je grenzen.
Bepaal het teken per interval
Vul een handig getal in of schets de grafiek.
Schrijf het antwoord als interval
Met de juiste tekens voor wel of niet meedoen.
De fout die bijna iedereen maakt
Je deelt een ongelijkheid door min 2. Blijft het teken staan?
Twee is kleiner dan vier. Deel je beide kanten door min twee, dan krijg je min één en min twee, en min één is juist groter. Daarom draait het teken om zodra je met een negatief getal vermenigvuldigt of deelt.
Schets de grafiek, dan zie je het gebied
Voor een kwadratische ongelijkheid is een snelle schets vaak sneller dan redeneren. Zoek de nulpunten, teken de parabool en lees af waar hij boven of onder de x-as ligt.
Ongelijkheden oplossen
Check jezelf
Wat is de oplossing van een ongelijkheid?
Wat doe je eerst?
Delen door min 3. Wat gebeurt er met het teken?
Waarop let je bij een gebroken ongelijkheid?
In jouw boek
De begrippen uit deze les
- ongelijkheid
- Een opgave waarbij je het gebied zoekt waar iets groter of kleiner is.
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 29-10-2026.