Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
101 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
onvolledige verbranding
Verbranden met te weinig zuurstof. Er blijft roet achter, er komt minder warmte vrij en er ontstaat koolstofmono-oxide.
-
achtergrondstraling
De straling waar je altijd aan blootstaat, uit de bodem, uit de ruimte en uit je eigen lichaam.
-
geluidssnelheid
De snelheid waarmee geluid zich voortplant, in lucht ongeveer 340 meter per seconde.
-
decibel
De eenheid van geluidssterkte. Tien decibel erbij klinkt ongeveer twee keer zo hard.
-
sectorwerkstuk
Een eigen werkstuk over een onderwerp uit je sector, waarbij je zelf informatie zoekt, verwerkt en presenteert.
Naar de les over Je sectorwerkstuk over een natuurkundig onderwerp
-
aardlekschakelaar
Een beveiliging die uitschakelt als er stroom weglekt, bij een verschil van 30 milliampère. Die beschermt mensen.
-
zwaartekracht
De kracht waarmee de aarde aan iets trekt, in newton. Je rekent hem uit met massa keer 9,8.
-
waterdamp
Water als gas, en dat is onzichtbaar. Wat je bij een wolk ziet zijn al druppeltjes.
-
geleiding
Warmtetransport doordat de deeltjes hun trilling aan elkaar doorgeven. Metalen doen dat goed, lucht slecht.
-
stopafstand
De reactieafstand plus de remweg, dus de hele afstand tot stilstand.
-
brandpunt
Het punt waar een bolle lens evenwijdig invallend licht samenbrengt.
-
verziend
Het beeld zou achter het netvlies vallen. Een bolle lens met een plussterkte helpt.
-
weerstand
Hoe moeilijk de stroom ergens doorheen komt, gemeten in ohm. Volgt uit U gedeeld door I.
-
serieschakeling
Een schakeling met maar één weg. De stroom is overal gelijk en de spanningen tellen op tot de bronspanning.
-
traagheid
De eigenschap dat iets zijn beweging houdt zolang er geen kracht op werkt. Daarom schiet je bij een botsing naar voren.
-
reactieafstand
De afstand die je aflegt voordat je begint te remmen. Die groeit recht evenredig met je snelheid.
-
hefboomwet
Bij evenwicht is kracht keer arm aan de ene kant gelijk aan kracht keer arm aan de andere kant.
-
bewegingsenergie
De energie die iets heeft doordat het beweegt. Hij hangt af van de massa en van de snelheid in het kwadraat, dus twee keer zo hard geeft vier keer zo veel.
-
nettokracht
Wat er van alle krachten op een voorwerp samen overblijft. Is de nettokracht nul, dan blijft de snelheid gelijk; is hij niet nul, dan verandert de snelheid.
-
hypothese
Je verwachting vooraf, met een reden erbij. Achteraf zeg je of hij klopte.
-
atoomkern
Het kleine midden van een atoom met de protonen en neutronen. Daar zit bijna alle massa.
-
voorvoegsel
Een woordje voor de eenheid dat een factor aangeeft. Kilo is duizend keer, milli is duizend keer zo klein.
-
onderzoeksvraag
De vraag waar je onderzoek antwoord op moet geven. Die zet je bovenaan en alles wat je doet moet die vraag dienen.
-
faseovergang
De overgang tussen vast, vloeibaar en gas. Tijdens zo een overgang blijft de temperatuur gelijk.
-
generator
De draaiende machine die in bijna elke centrale de elektrische energie opwekt.
-
geleider
Een stof die warmte of stroom goed doorlaat. Metalen zijn goede geleiders.
-
neutron
Een deeltje in de kern zonder lading. Het aantal kan per isotoop verschillen.
-
spanning
Het verschil dat de stroom aandrijft, gemeten in volt. Je meet hem altijd over een onderdeel.
-
bestraling
Straling die op je valt. Die stopt zodra je bij de bron weggaat en je neemt niets mee.
-
frequentie
Het aantal trillingen per seconde, in hertz. Meer hertz betekent een hogere toon.
-
parallelschakeling
Een schakeling met meer takken. Over elke tak staat dezelfde spanning en de stromen tellen op.
-
arbeid
De energie die je aan iets geeft door het met een kracht over een afstand te verplaatsen. Je rekent hem uit met de kracht keer de afstand, en de uitkomst staat in joule.
-
zwaartepunt
Het punt waarin je de hele zwaartekracht van een voorwerp mag denken.
-
stofeigenschap
Een eigenschap die bij de stof hoort en niet bij het voorwerp, zoals het smeltpunt of de geleiding.
-
lagedrukgebied
Een gebied waar de lucht opstijgt. Stijgende lucht koelt af en geeft wolken en neerslag.
-
resultante
De kracht die overblijft als je alle krachten bij elkaar neemt. Bij evenwicht is die nul.
-
arm
De afstand van het draaipunt tot de plek waar een kracht aangrijpt, loodrecht gemeten.
-
stroomsterkte
Hoeveel lading er per seconde langskomt, gemeten in ampère. Je meet hem in de kring.
-
hogedrukgebied
Een gebied waar de lucht daalt. Dalende lucht wordt warmer en de wolken lossen op.
-
ioniserende straling
Straling die vrijkomt bij het vervallen van een onstabiele kern en die atomen kan ioniseren.
-
bijziend
Het beeld valt voor het netvlies, dus de verte is wazig. Een holle lens met een minsterkte helpt.
-
warmtestraling
Warmtetransport zonder stof ertussen. Zo bereikt de warmte van de zon de aarde.
-
isolator
Een stof die warmte of stroom slecht doorlaat, zoals kunststof, glas, hout en rubber.
-
dichtheid
De massa van een kubieke centimeter, dus massa gedeeld door volume. Water heeft 1,0 gram per kubieke centimeter.
-
bètastraling
Snelle elektronen die door papier gaan maar door enkele millimeters aluminium worden tegengehouden.
-
eenheid
Waarin je een grootheid meet, bijvoorbeeld newton, kilogram of volt. Een getal zonder eenheid zegt niets.
-
dynamo
Een apparaat dat door beweging spanning opwekt. Stilstaan betekent geen licht.
-
inductie
Het ontstaan van spanning doordat een magnetisch veld verandert. Zonder verandering is er geen spanning.
-
kookpunt
De temperatuur waarbij een vloeistof gaat koken. Bij water is dat 100 graden.
-
holle lens
Een lens die in het midden dunner is en het licht spreidt. Zit in een bril bij bijziend.
-
transformator
Twee spoelen om één ijzeren kern. De verhouding van de windingen is de verhouding van de spanning.
-
condenseren
De overgang van gas naar vloeistof, zoals damp die op een koude ruit neerslaat.
-
alfastraling
Zware deeltjes die niet ver komen. Papier houdt ze tegen, maar binnen in je lichaam zijn ze juist gevaarlijk.
-
gammastraling
Straling die het verst komt en waar lood of dik beton voor nodig is.
-
kilowattuur
De eenheid van energie op je energierekening. Eén kilowattuur is 3,6 megajoule.
-
typeplaatje
Het plaatje op een apparaat met het vermogen en de spanning erop. Dat komt van de fabrikant en is betrouwbaarder dan een webwinkel.
Naar de les over Je sectorwerkstuk over een natuurkundig onderwerp
-
snelheid-tijddiagram
Een grafiek met de snelheid verticaal. Een horizontale lijn betekent een gelijkblijvende snelheid.
-
stookwaarde
Hoeveel energie er per kubieke meter of per kilogram brandstof vrijkomt. Voor aardgas ongeveer 32 megajoule per kubieke meter.
-
kreukelzone
Het deel van een auto dat mag vervormen, zodat het stoppen langer duurt en de kracht kleiner wordt.
-
variabele
Iets dat je in een proef verandert of juist gelijk houdt. Je verandert er maar één tegelijk.
-
draaipunt
Het punt waar een hefboom om draait. Alle armen meet je vanaf dat punt.
-
remweg
De afstand die je nodig hebt om tot stilstand te komen. Die groeit met het kwadraat van je snelheid.
-
atoomnummer
Het aantal protonen in de kern. Elk atoom met zes protonen is koolstof.
-
bolle lens
Een lens die in het midden dikker is en het licht bundelt in het brandpunt.
-
proton
Een positief geladen deeltje in de kern. Het aantal protonen bepaalt welke stof het is.
-
meetwaarde
Een getal met een eenheid dat je hebt gemeten, met de plek waar je mat erbij. Je schrijft hem op tijdens het meten.
-
luchtdruk
De druk van de lucht boven je, gemeten in hectopascal. Rond 1013 is gemiddeld.
-
zwaarte-energie
De energie die iets heeft doordat het omhoog staat. Hij hangt af van de massa, de valversnelling en de hoogte, en wordt bewegingsenergie zodra het valt.
-
gemiddelde snelheid
De hele afgelegde afstand gedeeld door de hele tijd, ook de tijd dat er werd stilgestaan.
-
afleesfout
Een fout doordat je scheef op een schaal of een wijzer kijkt. Recht van voren aflezen voorkomt hem.
-
rendement
De nuttige energie gedeeld door de toegevoerde energie, in procent. Het kan nooit boven de honderd komen.
-
normaal
De lijn loodrecht op een spiegel of lens. Hoeken meet je altijd ten opzichte van die lijn.
-
halveringstijd
De tijd waarin de helft van de kernen vervalt. Na drie halveringstijden is er nog een achtste over.
-
steunvlak
Het vlak tussen de steunpunten. Komt het zwaartepunt daarbuiten, dan valt het voorwerp om.
-
oscilloscoop
Een apparaat dat een trilling als een golf op een scherm laat zien, zodat je de trillingstijd kunt aflezen.
-
netvlies
De achterwand van je oog waar het beeld op moet vallen.
-
dauwpunt
De temperatuur waarbij waterdamp gaat condenseren. Daar begint een wolk.
-
trillingstijd
De tijd van één hele trilling. De frequentie is 1 gedeeld door die tijd.
-
versnelling
Hoeveel de snelheid per seconde verandert, in meter per seconde per seconde. Je rekent hem uit met de snelheidsverandering gedeeld door de tijd, en bij afremmen is hij negatief.
-
zekering
Een beveiliging die de kring onderbreekt bij te veel stroom. Een gewone groep in huis is 16 ampère.
-
besmetting
Radioactief materiaal op of in je lichaam. Dat gaat met je mee en blijft stralen.
-
joule
De eenheid van energie en van arbeid, met als symbool J. Duizend joule is een kilojoule, en een kilowattuur is 3,6 miljoen joule.
-
accommoderen
Het boller maken van je ooglens om dichtbij scherp te zien.
-
elektron
Een negatief geladen deeltje dat om de kern beweegt en bijna niets weegt.
-
omwerken
Een formule zo veranderen dat de letter die je zoekt alleen staat. Wat je links doet, doe je ook rechts.
-
massa
Hoeveel stof er is, gemeten in kilogram. Die blijft overal gelijk, ook op de maan.
-
vermogen
Het aantal joule per seconde, gemeten in watt. Vermogen keer tijd geeft de energie.
-
aarddraad
De geelgroene draad die stroom van een metalen kast naar de aarde leidt, zodat die kast niet onder spanning komt.
-
isolatie
Materiaal dat warmte tegenhoudt door stilstaande lucht op te sluiten, zoals in dubbel glas of een dikke jas.
-
grootheid
Wat je meet, bijvoorbeeld kracht, massa of spanning. De eenheid is waarin je het meet.
-
bijschaduw
De lichtere rand om de kernschaduw, waar nog licht van een deel van de bron komt.
-
pascal
De eenheid van druk, gelijk aan één newton per vierkante meter.
-
volume
Hoeveel ruimte iets inneemt. Bij een blok is dat lengte keer breedte keer hoogte, bij een rare vorm meet je de stijging van het water.
-
afstand-tijddiagram
Een grafiek met de afgelegde afstand verticaal. Een horizontale lijn betekent stilstand.
-
wet van Ohm
De spanning is de stroom keer de weerstand, U is I keer R. Daarmee reken je elk onderdeel van een schakeling door.
-
stroming
Warmtetransport doordat warme lucht of warm water opstijgt en de warmte meeneemt.
-
druk
De kracht per vierkante meter, in pascal. Dezelfde kracht op een kleiner vlak geeft meer druk.
-
kernschaduw
Het deel van de schaduw waar van geen enkel punt van de lichtbron licht komt.
-
smeltpunt
De temperatuur waarbij een stof van vast naar vloeibaar gaat. Lood smelt bij 327 graden, ijzer pas bij 1538.
-
amplitude
De grootte van de uitwijking van een trilling. Een grotere amplitude klinkt harder.
-
kortsluiting
Plus en min raken elkaar zonder apparaat ertussen. De weerstand is dan bijna nul en de stroom enorm.