Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
20 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
druk
De kracht per vierkante meter, in pascal. Dezelfde kracht op een kleiner vlak geeft meer druk.
-
parallelschakeling
Een schakeling met meer takken. Over elke tak staat dezelfde spanning en de stromen tellen op.
-
volume
Hoeveel ruimte iets inneemt. Bij een blok is dat lengte keer breedte keer hoogte, bij een rare vorm meet je de stijging van het water.
-
transformator
Twee spoelen om één ijzeren kern. De verhouding van de windingen is de verhouding van de spanning.
-
geluidssnelheid
De snelheid waarmee geluid zich voortplant, in lucht ongeveer 340 meter per seconde.
-
hogedrukgebied
Een gebied waar de lucht daalt. Dalende lucht wordt warmer en de wolken lossen op.
-
bewegingsenergie
De energie die iets heeft doordat het beweegt. Hij hangt af van de massa en van de snelheid in het kwadraat, dus twee keer zo hard geeft vier keer zo veel.
-
bijziend
Het beeld valt voor het netvlies, dus de verte is wazig. Een holle lens met een minsterkte helpt.
-
hypothese
Je verwachting vooraf, met een reden erbij. Achteraf zeg je of hij klopte.
-
grootheid
Wat je meet, bijvoorbeeld kracht, massa of spanning. De eenheid is waarin je het meet.
-
luchtdruk
De druk van de lucht boven je, gemeten in hectopascal. Rond 1013 is gemiddeld.
-
pascal
De eenheid van druk, gelijk aan één newton per vierkante meter.
-
arbeid
De energie die je aan iets geeft door het met een kracht over een afstand te verplaatsen. Je rekent hem uit met de kracht keer de afstand, en de uitkomst staat in joule.
-
remweg
De afstand die je nodig hebt om tot stilstand te komen. Die groeit met het kwadraat van je snelheid.
-
gemiddelde snelheid
De hele afgelegde afstand gedeeld door de hele tijd, ook de tijd dat er werd stilgestaan.
-
stroomsterkte
Hoeveel lading er per seconde langskomt, gemeten in ampère. Je meet hem in de kring.
-
proton
Een positief geladen deeltje in de kern. Het aantal protonen bepaalt welke stof het is.
-
frequentie
Het aantal trillingen per seconde, in hertz. Meer hertz betekent een hogere toon.
-
stopafstand
De reactieafstand plus de remweg, dus de hele afstand tot stilstand.
-
normaal
De lijn loodrecht op een spiegel of lens. Hoeken meet je altijd ten opzichte van die lijn.