Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

20 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. druk

    De kracht per vierkante meter, in pascal. Dezelfde kracht op een kleiner vlak geeft meer druk.

    Naar de les over Druk op de ondergrond

  2. parallelschakeling

    Een schakeling met meer takken. Over elke tak staat dezelfde spanning en de stromen tellen op.

    Naar de les over Serie of parallel

  3. volume

    Hoeveel ruimte iets inneemt. Bij een blok is dat lengte keer breedte keer hoogte, bij een rare vorm meet je de stijging van het water.

    Naar de les over Dichtheid, drijven en zinken

  4. transformator

    Twee spoelen om één ijzeren kern. De verhouding van de windingen is de verhouding van de spanning.

    Naar de les over Dynamo en transformator

  5. geluidssnelheid

    De snelheid waarmee geluid zich voortplant, in lucht ongeveer 340 meter per seconde.

    Naar de les over Wat geluid is

  6. hogedrukgebied

    Een gebied waar de lucht daalt. Dalende lucht wordt warmer en de wolken lossen op.

    Naar de les over Temperatuur en luchtdruk meten

  7. bewegingsenergie

    De energie die iets heeft doordat het beweegt. Hij hangt af van de massa en van de snelheid in het kwadraat, dus twee keer zo hard geeft vier keer zo veel.

    Naar de les over Arbeid en energie berekenen

  8. bijziend

    Het beeld valt voor het netvlies, dus de verte is wazig. Een holle lens met een minsterkte helpt.

    Naar de les over Hoe je oog scherpstelt

  9. hypothese

    Je verwachting vooraf, met een reden erbij. Achteraf zeg je of hij klopte.

    Naar de les over Van onderzoeksvraag tot conclusie

  10. grootheid

    Wat je meet, bijvoorbeeld kracht, massa of spanning. De eenheid is waarin je het meet.

    Naar de les over Grootheid, eenheid en symbool

  11. luchtdruk

    De druk van de lucht boven je, gemeten in hectopascal. Rond 1013 is gemiddeld.

    Naar de les over Temperatuur en luchtdruk meten

  12. pascal

    De eenheid van druk, gelijk aan één newton per vierkante meter.

    Naar de les over Druk op de ondergrond

  13. arbeid

    De energie die je aan iets geeft door het met een kracht over een afstand te verplaatsen. Je rekent hem uit met de kracht keer de afstand, en de uitkomst staat in joule.

    Naar de les over Arbeid en energie berekenen

  14. remweg

    De afstand die je nodig hebt om tot stilstand te komen. Die groeit met het kwadraat van je snelheid.

    Naar de les over Reactieafstand en remweg

  15. gemiddelde snelheid

    De hele afgelegde afstand gedeeld door de hele tijd, ook de tijd dat er werd stilgestaan.

    Naar de les over Een bewegingsdiagram aflezen

  16. stroomsterkte

    Hoeveel lading er per seconde langskomt, gemeten in ampère. Je meet hem in de kring.

    Naar de les over Serie of parallel

  17. proton

    Een positief geladen deeltje in de kern. Het aantal protonen bepaalt welke stof het is.

    Naar de les over De bouw van een atoom

  18. frequentie

    Het aantal trillingen per seconde, in hertz. Meer hertz betekent een hogere toon.

    Naar de les over Wat geluid is

  19. stopafstand

    De reactieafstand plus de remweg, dus de hele afstand tot stilstand.

    Naar de les over Reactieafstand en remweg

  20. normaal

    De lijn loodrecht op een spiegel of lens. Hoeken meet je altijd ten opzichte van die lijn.

    Naar de les over Spiegels en lenzen

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 101 begrippen.

2 onderwerpen
1 onderwerp
3 onderwerpen
2 onderwerpen
2 onderwerpen
4 onderwerpen
3 onderwerpen
2 onderwerpen
2 onderwerpen
6 onderwerpen
2 onderwerpen
5 onderwerpen
Begin opnieuw