Arbeid en energie berekenen
Ongeveer 10 minuten. Drie formules die op elk examen terugkomen, en ze horen bij elkaar.
De drie formules
Arbeid is kracht keer afstand, dus W = F × s. De kracht staat in newton en de afstand in meter, en er komt joule uit. Alleen de afstand in de richting van de kracht telt mee.
Zwaarte-energie is de energie van iets dat omhoog staat, met Ez = m × g × h. De massa in kilogram, g ongeveer 9,8 newton per kilogram en de hoogte in meter.
Bewegingsenergie is de energie van iets dat rijdt of valt, met Ek = 0,5 × m × v². De massa in kilogram en de snelheid in meter per seconde, dus eerst omrekenen als er km per uur staat.
De snelheid staat in het kwadraat. Twee keer zo hard geeft dus vier keer zo veel bewegingsenergie, en dat is waarom hard rijden zo veel uitmaakt bij een botsing.
Arbeid wordt hoogte of snelheid
Alle drie in joule, dus je mag ze aan elkaar gelijkstellen.
Zo reken je bewegingsenergie uit
Zet de massa in kilogram
Staat er 800 gram, dan reken je dat om naar 0,8 kilogram. Doe je dat niet, dan zit je er duizend keer naast.
Zet de snelheid in meter per seconde
Deel kilometer per uur door 3,6. Dus 36 kilometer per uur is 10 meter per seconde.
Kwadrateer eerst de snelheid
Bij 10 meter per seconde is dat 100. Pas daarna keer de massa en keer 0,5.
Kijk of de eenheid joule is
0,5 keer 0,8 keer 100 is 40 joule. Komt er een rond getal uit dat je kunt navertellen, dan heb je goed omgerekend.
De fout die bijna iedereen maakt
Een bal van 0,8 kilogram rijdt 36 kilometer per uur. Hoeveel bewegingsenergie heeft hij?
In de formule hoort de snelheid in meter per seconde en die gaat in het kwadraat. Twee dingen die vaak samen misgaan. Reken eerst om, kwadrateer daarna, en vul dan de formule in.
Hoogte eruit, snelheid erin
Valt er iets of rolt er iets van een helling, dan wordt de zwaarte-energie bewegingsenergie. Vraagt de opgave de snelheid onderaan, dan stel je Ez gelijk aan Ek en werk je de formule om. De massa valt er dan uit.
Arbeid en energie berekenen
Check jezelf
Je duwt een kist met 50 newton over 4 meter. Hoeveel arbeid is dat?
Een doos van 5 kilogram gaat 2 meter omhoog. Hoeveel zwaarte-energie krijgt hij erbij? Reken met 9,8.
Een bal van 0,8 kilogram rijdt 10 meter per seconde. Hoeveel bewegingsenergie?
Je gaat twee keer zo hard rijden. Wat doet de bewegingsenergie?
In jouw boek
De begrippen uit deze les
- arbeid
- De energie die je aan iets geeft door het met een kracht over een afstand te verplaatsen. Je rekent hem uit met de kracht keer de afstand, en de uitkomst staat in joule.
- bewegingsenergie
- De energie die iets heeft doordat het beweegt. Hij hangt af van de massa en van de snelheid in het kwadraat, dus twee keer zo hard geeft vier keer zo veel.
- joule
- De eenheid van energie en van arbeid, met als symbool J. Duizend joule is een kilojoule, en een kilowattuur is 3,6 miljoen joule.
- zwaarte-energie
- De energie die iets heeft doordat het omhoog staat. Hij hangt af van de massa, de valversnelling en de hoogte, en wordt bewegingsenergie zodra het valt.
In het examen
- 2026, tijdvak 1vragen 11 en 28ExamenAntwoorden
- 2026, tijdvak 2vragen 22 en 23ExamenAntwoorden
- 2025, tijdvak 1vragen 25 en 28ExamenAntwoorden
- 2025, tijdvak 2vragen 26 en 28ExamenAntwoorden
- 2024, tijdvak 1vraag 33ExamenAntwoorden
- 2024, tijdvak 2vragen 11, 20 en 37ExamenAntwoorden
De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 28-10-2026.