Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

20 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. onderzoeksvraag

    De vraag waar je onderzoek antwoord op moet geven. Die zet je bovenaan en alles wat je doet moet die vraag dienen.

    Naar de les over Van onderzoeksvraag tot conclusie

  2. spanning

    Het verschil dat de stroom aandrijft, gemeten in volt. Je meet hem altijd over een onderdeel.

    Naar de les over Serie of parallel

  3. druk

    De kracht per vierkante meter, in pascal. Dezelfde kracht op een kleiner vlak geeft meer druk.

    Naar de les over Druk op de ondergrond

  4. stookwaarde

    Hoeveel energie er per kubieke meter of per kilogram brandstof vrijkomt. Voor aardgas ongeveer 32 megajoule per kubieke meter.

    Naar de les over Van brandstof naar warmte

  5. serieschakeling

    Een schakeling met maar één weg. De stroom is overal gelijk en de spanningen tellen op tot de bronspanning.

    Naar de les over Serie of parallel

  6. oscilloscoop

    Een apparaat dat een trilling als een golf op een scherm laat zien, zodat je de trillingstijd kunt aflezen.

    Naar de les over Geluid meten en dempen

  7. bètastraling

    Snelle elektronen die door papier gaan maar door enkele millimeters aluminium worden tegengehouden.

    Naar de les over Waar straling vandaan komt

  8. dynamo

    Een apparaat dat door beweging spanning opwekt. Stilstaan betekent geen licht.

    Naar de les over Dynamo en transformator

  9. isolatie

    Materiaal dat warmte tegenhoudt door stilstaande lucht op te sluiten, zoals in dubbel glas of een dikke jas.

    Naar de les over Warmte die wegloopt

  10. parallelschakeling

    Een schakeling met meer takken. Over elke tak staat dezelfde spanning en de stromen tellen op.

    Naar de les over Serie of parallel

  11. massa

    Hoeveel stof er is, gemeten in kilogram. Die blijft overal gelijk, ook op de maan.

    Naar de les over Krachten en zwaartekracht

  12. resultante

    De kracht die overblijft als je alle krachten bij elkaar neemt. Bij evenwicht is die nul.

    Naar de les over Krachten en zwaartekracht

  13. ioniserende straling

    Straling die vrijkomt bij het vervallen van een onstabiele kern en die atomen kan ioniseren.

    Naar de les over Waar straling vandaan komt

  14. typeplaatje

    Het plaatje op een apparaat met het vermogen en de spanning erop. Dat komt van de fabrikant en is betrouwbaarder dan een webwinkel.

    Naar de les over Je sectorwerkstuk over een natuurkundig onderwerp

  15. generator

    De draaiende machine die in bijna elke centrale de elektrische energie opwekt.

    Naar de les over Hoe stroom wordt opgewekt

  16. inductie

    Het ontstaan van spanning doordat een magnetisch veld verandert. Zonder verandering is er geen spanning.

    Naar de les over Dynamo en transformator

  17. decibel

    De eenheid van geluidssterkte. Tien decibel erbij klinkt ongeveer twee keer zo hard.

    Naar de les over Geluid meten en dempen

  18. luchtdruk

    De druk van de lucht boven je, gemeten in hectopascal. Rond 1013 is gemiddeld.

    Naar de les over Temperatuur en luchtdruk meten

  19. faseovergang

    De overgang tussen vast, vloeibaar en gas. Tijdens zo een overgang blijft de temperatuur gelijk.

    Naar de les over Moleculen in drie fasen

  20. aardlekschakelaar

    Een beveiliging die uitschakelt als er stroom weglekt, bij een verschil van 30 milliampère. Die beschermt mensen.

    Naar de les over Zekering, aarding en kortsluiting

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 95 begrippen.

2 onderwerpen
1 onderwerp
3 onderwerpen
2 onderwerpen
2 onderwerpen
4 onderwerpen
3 onderwerpen
2 onderwerpen
2 onderwerpen
6 onderwerpen
1 onderwerp
4 onderwerpen
Begin opnieuw