Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
40 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
zwaartekracht
De kracht waarmee de aarde aan iets trekt, in newton. Je rekent hem uit met massa keer 9,8.
-
reactieafstand
De afstand die je aflegt voordat je begint te remmen. Die groeit recht evenredig met je snelheid.
-
decibel
De eenheid van geluidssterkte. Tien decibel erbij klinkt ongeveer twee keer zo hard.
-
hypothese
Je verwachting vooraf, met een reden erbij. Achteraf zeg je of hij klopte.
-
pascal
De eenheid van druk, gelijk aan één newton per vierkante meter.
-
arbeid
De energie die je aan iets geeft door het met een kracht over een afstand te verplaatsen. Je rekent hem uit met de kracht keer de afstand, en de uitkomst staat in joule.
-
condenseren
De overgang van gas naar vloeistof, zoals damp die op een koude ruit neerslaat.
-
draaipunt
Het punt waar een hefboom om draait. Alle armen meet je vanaf dat punt.
-
meetwaarde
Een getal met een eenheid dat je hebt gemeten, met de plek waar je mat erbij. Je schrijft hem op tijdens het meten.
-
geleiding
Warmtetransport doordat de deeltjes hun trilling aan elkaar doorgeven. Metalen doen dat goed, lucht slecht.
-
atoomkern
Het kleine midden van een atoom met de protonen en neutronen. Daar zit bijna alle massa.
-
amplitude
De grootte van de uitwijking van een trilling. Een grotere amplitude klinkt harder.
-
atoomnummer
Het aantal protonen in de kern. Elk atoom met zes protonen is koolstof.
-
afstand-tijddiagram
Een grafiek met de afgelegde afstand verticaal. Een horizontale lijn betekent stilstand.
-
stookwaarde
Hoeveel energie er per kubieke meter of per kilogram brandstof vrijkomt. Voor aardgas ongeveer 32 megajoule per kubieke meter.
-
omwerken
Een formule zo veranderen dat de letter die je zoekt alleen staat. Wat je links doet, doe je ook rechts.
-
arm
De afstand van het draaipunt tot de plek waar een kracht aangrijpt, loodrecht gemeten.
-
bètastraling
Snelle elektronen die door papier gaan maar door enkele millimeters aluminium worden tegengehouden.
-
stofeigenschap
Een eigenschap die bij de stof hoort en niet bij het voorwerp, zoals het smeltpunt of de geleiding.
-
brandpunt
Het punt waar een bolle lens evenwijdig invallend licht samenbrengt.
-
achtergrondstraling
De straling waar je altijd aan blootstaat, uit de bodem, uit de ruimte en uit je eigen lichaam.
-
faseovergang
De overgang tussen vast, vloeibaar en gas. Tijdens zo een overgang blijft de temperatuur gelijk.
-
kernschaduw
Het deel van de schaduw waar van geen enkel punt van de lichtbron licht komt.
-
nettokracht
Wat er van alle krachten op een voorwerp samen overblijft. Is de nettokracht nul, dan blijft de snelheid gelijk; is hij niet nul, dan verandert de snelheid.
-
verziend
Het beeld zou achter het netvlies vallen. Een bolle lens met een plussterkte helpt.
-
resultante
De kracht die overblijft als je alle krachten bij elkaar neemt. Bij evenwicht is die nul.
-
alfastraling
Zware deeltjes die niet ver komen. Papier houdt ze tegen, maar binnen in je lichaam zijn ze juist gevaarlijk.
-
zwaarte-energie
De energie die iets heeft doordat het omhoog staat. Hij hangt af van de massa, de valversnelling en de hoogte, en wordt bewegingsenergie zodra het valt.
-
bolle lens
Een lens die in het midden dikker is en het licht bundelt in het brandpunt.
-
transformator
Twee spoelen om één ijzeren kern. De verhouding van de windingen is de verhouding van de spanning.
-
generator
De draaiende machine die in bijna elke centrale de elektrische energie opwekt.
-
geleider
Een stof die warmte of stroom goed doorlaat. Metalen zijn goede geleiders.
-
gemiddelde snelheid
De hele afgelegde afstand gedeeld door de hele tijd, ook de tijd dat er werd stilgestaan.
-
inductie
Het ontstaan van spanning doordat een magnetisch veld verandert. Zonder verandering is er geen spanning.
-
volume
Hoeveel ruimte iets inneemt. Bij een blok is dat lengte keer breedte keer hoogte, bij een rare vorm meet je de stijging van het water.
-
kookpunt
De temperatuur waarbij een vloeistof gaat koken. Bij water is dat 100 graden.
-
hefboomwet
Bij evenwicht is kracht keer arm aan de ene kant gelijk aan kracht keer arm aan de andere kant.
-
versnelling
Hoeveel de snelheid per seconde verandert, in meter per seconde per seconde. Je rekent hem uit met de snelheidsverandering gedeeld door de tijd, en bij afremmen is hij negatief.
-
waterdamp
Water als gas, en dat is onzichtbaar. Wat je bij een wolk ziet zijn al druppeltjes.
-
spanning
Het verschil dat de stroom aandrijft, gemeten in volt. Je meet hem altijd over een onderdeel.