Naar de inhoud
Inloggen

Wiskunde A vwo

Data in beeld brengen

Ongeveer 9 minuten. Het diagram volgt uit het soort variabele, niet uit wat er mooi uitziet.

Het soort variabele bepaalt het diagram: categorieën krijgen staven met ruimte ertussen, getallen krijgen klassen die aan elkaar sluiten.

Welk diagram waarvoor

Een staafdiagram hoort bij categorieën. De staven raken elkaar niet, want tussen twee categorieën zit niets.

Een histogram hoort bij getallen die je in klassen hebt ingedeeld. De staven raken elkaar wel, want de schaal loopt door, en de oppervlakte stelt het aantal voor.

Een boxplot vat een verdeling samen in vijf getallen en laat de spreiding zien. Hij is sterk om twee groepen te vergelijken, en zwak als je het aantal waarnemingen wilt laten zien.

Een spreidingsdiagram gebruik je bij twee variabelen per waarneming, en daarmee beoordeel je samenhang.

Vier diagrammen

staafdiagramcategorieën, staven loshistogramklassen, staven aan elkaarboxplotverdeling en spreiding vergelijkenspreidingsdiagramtwee variabelen per waarneminghet soort variabele kiest, niet de smaak

Bij een histogram zegt de oppervlakte het aantal, niet de hoogte.

Zo kies en lees je

1

Bepaal het soort variabele

Categorie of getal, en bij getallen: discreet of continu.

2

Kies het diagram

En zeg erbij waarom, want dat is de helft van het antwoord.

3

Let op de assen

Begint de verticale as bij nul? Zo niet, dan oogt elk verschil groter.

4

Let op klassenbreedte

Ongelijke klassen in een histogram vragen om oppervlakte, niet om hoogte.

5

Beschrijf wat je ziet

Centrum, spreiding, vorm en uitschieters, in die volgorde.

De fout die bijna iedereen maakt

Een boxplot is breed. Zitten daar veel waarnemingen in?

ja, breed is veelklopt niet

Elk van de vier delen van een boxplot bevat precies een kwart van de waarnemingen, hoe breed of smal dat deel ook is. De breedte zegt dus hoe ver de waarden in dat kwart uit elkaar liggen, en niet hoeveel het er zijn.

Beschrijf altijd vier dingen

Centrum, spreiding, vorm en uitschieters. Wie alleen het gemiddelde noemt, heeft één van de vier beschreven, en examenvragen vragen bijna altijd om minstens twee.

Check jezelf

Wanneer raken de staven elkaar?

Bij een histogram loopt de schaal door.

Wat betekent een breed deel in een boxplot?

Elk deel bevat een kwart van de waarnemingen.

Welk diagram gebruik je bij twee variabelen per waarneming?

Elk punt is dan één waarneming met twee waarden.

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 9-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak