Data in beeld brengen
Ongeveer 9 minuten. Het diagram volgt uit het soort variabele, niet uit wat er mooi uitziet.
Welk diagram waarvoor
Een staafdiagram hoort bij categorieën. De staven raken elkaar niet, want tussen twee categorieën zit niets.
Een histogram hoort bij getallen die je in klassen hebt ingedeeld. De staven raken elkaar wel, want de schaal loopt door, en de oppervlakte stelt het aantal voor.
Een boxplot vat een verdeling samen in vijf getallen en laat de spreiding zien. Hij is sterk om twee groepen te vergelijken, en zwak als je het aantal waarnemingen wilt laten zien.
Een spreidingsdiagram gebruik je bij twee variabelen per waarneming, en daarmee beoordeel je samenhang.
Vier diagrammen
Bij een histogram zegt de oppervlakte het aantal, niet de hoogte.
Zo kies en lees je
Bepaal het soort variabele
Categorie of getal, en bij getallen: discreet of continu.
Kies het diagram
En zeg erbij waarom, want dat is de helft van het antwoord.
Let op de assen
Begint de verticale as bij nul? Zo niet, dan oogt elk verschil groter.
Let op klassenbreedte
Ongelijke klassen in een histogram vragen om oppervlakte, niet om hoogte.
Beschrijf wat je ziet
Centrum, spreiding, vorm en uitschieters, in die volgorde.
De fout die bijna iedereen maakt
Een boxplot is breed. Zitten daar veel waarnemingen in?
Elk van de vier delen van een boxplot bevat precies een kwart van de waarnemingen, hoe breed of smal dat deel ook is. De breedte zegt dus hoe ver de waarden in dat kwart uit elkaar liggen, en niet hoeveel het er zijn.
Beschrijf altijd vier dingen
Centrum, spreiding, vorm en uitschieters. Wie alleen het gemiddelde noemt, heeft één van de vier beschreven, en examenvragen vragen bijna altijd om minstens twee.
Check jezelf
Wanneer raken de staven elkaar?
Wat betekent een breed deel in een boxplot?
Welk diagram gebruik je bij twee variabelen per waarneming?
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 9-10-2026.