Naar de inhoud
Inloggen

Wiskunde A vwo

Vergelijkingen met en zonder ICT

Ongeveer 10 minuten. Soms moet het algebraïsch, soms mag het met de grafische rekenmachine. Weten wanneer is het halve werk.

Kan het exact, dan doe je het algebraïsch. Kan dat niet, dan los je het numeriek op en zeg je erbij dat het een benadering is.

Wanneer wat

Een lineaire of een tweedegraadsvergelijking los je exact op, met herleiden of met de abc-formule. Daar is geen rekenmachine voor nodig en vaak mag die ook niet.

Staat de onbekende in de exponent, dan haal je hem met de logaritme naar beneden. Ook dat is exact.

Komt de onbekende op twee plekken voor die je niet kunt samennemen, dan is er meestal geen exacte oplossing. Dan teken je beide kanten als grafiek en zoek je het snijpunt, of je gebruikt de solver.

Bij een ongelijkheid zoek je eerst het grenspunt en kijk je daarna welk gebied voldoet. Eén getal invullen aan elke kant is genoeg om te beslissen.

Welke route

algebraïschherleiden, abc, logaritmegrafischsnijpunt van twee grafiekennumerieksolver, met een benadering als antwoordexact gaat voor als het kan

Bij een benadering hoort een afgeronde uitkomst en de opmerking dat het een benadering is.

Zo kies je

1

Breng alles naar één kant

Of juist niet, als je twee grafieken wilt snijden; kies bewust.

2

Kijk waar de onbekende staat

In de exponent betekent logaritme; in een kwadraat betekent abc.

3

Kijk hoe vaak hij voorkomt

Meer dan één keer en niet samen te nemen, dan wordt het numeriek.

4

Los op en controleer

Vul je oplossing terug in de oorspronkelijke vergelijking.

5

Bij een ongelijkheid: test een getal

Links en rechts van het grenspunt één waarde invullen.

De fout die bijna iedereen maakt

Je lost een ongelijkheid op en vindt x is 4. Wat is je antwoord?

x is 4klopt niet

De oplossing van een ongelijkheid is een gebied, geen getal. Het getal dat je vindt is de grens. Vul daarna aan beide kanten één waarde in om te zien welk gebied voldoet; dat is sneller en betrouwbaarder dan nadenken over het teken.

Zeg erbij of je antwoord exact is

Een oplossing uit de solver is een benadering. Schrijf dan "ongeveer" en rond passend af. Een exacte oplossing laat je staan in de vorm waarin hij exact is, bijvoorbeeld met een wortel of een logaritme erin.

Check jezelf

De onbekende staat in de exponent. Wat gebruik je?

Daarmee haal je de exponent naar beneden.

Wat is de oplossing van een ongelijkheid?

Het gevonden getal is de grens van dat gebied.

Wanneer gebruik je de solver?

Exact gaat voor; de solver geeft een benadering.

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 9-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak