Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

84 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. hofstelsel

    De manier waarop een landgoed draaide, met een heer en horigen die arbeid en een deel van de oogst leverden in ruil voor grond en bescherming.

    Naar de les over Tijdvak 3, monniken en ridders

  2. Prehistorie

    De tijd waaruit geen geschreven bronnen bestaan, in deze indeling tijdvak 1.

    Naar de les over Perioden en het westers perspectief

  3. staatsvorming

    Het proces waarin een vorst vaste belastingen, eigen ambtenaren en eigen recht in handen krijgt.

    Naar de les over Tijdvak 4, steden en staten

  4. reformatie

    De beweging die begon als kritiek op de kerk en leidde tot een blijvende splitsing tussen katholiek en protestant in West-Europa.

    Naar de les over Tijdvak 5, ontdekkers en hervormers

  5. Oudheid

    De periode van Griekenland en Rome, in deze indeling tijdvak 2.

    Naar de les over Perioden en het westers perspectief

  6. stedelijke burgerij

    De groep stadsbewoners die niet bij de adel of de geestelijkheid hoort en haar positie ontleent aan handel en ambacht.

    Naar de les over Tijdvak 4, steden en staten

  7. waardepatroon

    Het geheel van wat een groep normaal, wenselijk of verwerpelijk vindt. Verschillen in oordeel komen vaak hieruit voort.

    Naar de les over Oordelen over het verleden

  8. betrouwbaarheid

    De vraag voor welk doel je de inhoud van een bron kunt gebruiken. Een bron is niet betrouwbaar of onbetrouwbaar maar bruikbaar voor een bepaalde vraag.

    Naar de les over Een bron op waarde schatten

  9. socialisme

    De stroming die wil dat de overheid ingrijpt om de positie van arbeiders te verbeteren.

    Naar de les over Emancipatie en politieke stromingen

  10. crisis van het wereldkapitalisme

    De wereldwijde economische instorting met massale werkloosheid die het vertrouwen in bestaande partijen ondermijnde.

    Naar de les over Tijdvak 9, dictatuur en wereldoorlog

  11. parlementaire democratie

    Een stelsel waarin gekozen vertegenwoordigers de regering controleren en wetten vaststellen.

    Naar de les over Rechtsstaat en parlementaire democratie

  12. representativiteit

    De vraag of een bron geldt voor een hele groep of alleen voor de maker. Een dagboek zegt iets over een persoon, niet vanzelf over iedereen.

    Naar de les over Een bron op waarde schatten

  13. fascisme

    De ideologie die natie en leider centraal stelt, tegenstanders uitschakelt en de samenleving van bovenaf ordent.

    Naar de les over Tijdvak 9, dictatuur en wereldoorlog

  14. ancien regime

    De oude orde van vorst, adel en geestelijkheid met hun voorrechten, zoals die voor de revoluties bestond.

    Naar de les over Tijdvak 7, pruiken en revoluties

  15. overzeese expansie

    Het uitvaren van Europese landen naar andere werelddelen, waarmee de basis voor koloniale rijken wordt gelegd.

    Naar de les over Tijdvak 5, ontdekkers en hervormers

  16. jaartelling

    De afspraak vanaf welk jaar je telt. Onze westers-christelijke jaartelling is er een van, en andere culturen gebruiken een ander beginpunt.

    Naar de les over Chronologie en jaartellingen

  17. pluriforme samenleving

    Een samenleving waarin verschillende groepen met eigen opvattingen en gewoonten naast elkaar leven.

    Naar de les over Tijdvak 10, blokken, welvaart en Europa

  18. structurele oorzaak

    Een oorzaak die jaren of decennia doorwerkt, zoals economische verhoudingen of een politiek stelsel dat niet meer past.

    Naar de les over Oorzaak en gevolg uit elkaar houden

  19. regent

    Een lid van de bestuurlijke bovenlaag in de Nederlandse Republiek, die zijn positie ontleende aan stedelijke ambten en niet aan adel.

    Naar de les over Tijdvak 6, regenten en vorsten

  20. collaboratie

    Het samenwerken met de bezetter, van meegaan in de uitvoering van maatregelen tot actieve steun.

    Naar de les over Vervolging, bezetting en verzet

  21. industriele revolutie

    De overgang naar productie met machines in fabrieken, die de basis legde voor een industriele samenleving.

    Naar de les over Tijdvak 8, de industriele samenleving

  22. communisme

    De ideologie die de productiemiddelen in gemeenschappelijke handen wil brengen en in de praktijk een totalitaire partijstaat opleverde.

    Naar de les over Tijdvak 9, dictatuur en wereldoorlog

  23. monotheisme

    Het geloof in een enkele god. Jodendom en christendom zijn in dit tijdvak de eerste godsdiensten met die opzet.

    Naar de les over Tijdvak 2, Grieken en Romeinen

  24. humanisme

    Een denkrichting binnen de renaissance die de mens en zijn mogelijkheden centraal stelt en klassieke teksten opnieuw bestudeert.

    Naar de les over Tijdvak 5, ontdekkers en hervormers

  25. jagers-verzamelaars

    Mensen die rondtrekken met de seizoenen mee en leven van jagen en verzamelen, in kleine groepen met weinig bezit.

    Naar de les over Tijdvak 1, jagers en boeren

  26. Verlichting

    De beweging die rede en kritiek toepaste op godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.

    Naar de les over Tijdvak 7, pruiken en revoluties

  27. dekolonisatie

    Het proces waarin kolonien onafhankelijke staten worden en de westerse hegemonie in de wereld eindigt.

    Naar de les over Tijdvak 10, blokken, welvaart en Europa

  28. standplaatsgebondenheid

    Dat iemand oordeelt vanuit de tijd, plaats en positie waarin hij staat. Dat geldt voor mensen uit het verleden en net zo goed voor jou.

    Naar de les over Oordelen over het verleden

  29. liberalisme

    De stroming die vrijheid van het individu centraal stelt en een terughoudende overheid wil.

    Naar de les over Emancipatie en politieke stromingen

  30. democratisering

    Het proces waarin steeds meer mannen en vrouwen gaan deelnemen aan het politieke proces.

    Naar de les over Emancipatie en politieke stromingen

  31. wetenschappelijke revolutie

    De verschuiving van gezag van oude teksten naar waarneming en experiment als bron van kennis.

    Naar de les over Tijdvak 6, regenten en vorsten

  32. totalitair

    Een staat waarin de partij niet alleen het bestuur beheerst maar ook pers, onderwijs, vrije tijd en gezin.

    Naar de les over Tijdvak 9, dictatuur en wereldoorlog

  33. confessionalisme

    De stroming die het geloof als grondslag voor politiek handelen neemt en zich organiseert in eigen partijen en verenigingen.

    Naar de les over Emancipatie en politieke stromingen

  34. horigheid

    De positie van een boer die niet vrij is om te vertrekken en verplichtingen heeft tegenover zijn heer.

    Naar de les over Tijdvak 3, monniken en ridders

  35. breukpunt

    Een moment waarop tijdgenoten zelf merkten dat de situatie wezenlijk veranderde, in tegenstelling tot een jaartal dat wij achteraf handig vinden.

    Naar de les over Verandering en continuiteit

  36. Middeleeuwen

    De periode van ongeveer 500 tot 1500, tijdvak 3 en 4. De naam is later in Europa bedacht en past op de Europese geschiedenis.

    Naar de les over Perioden en het westers perspectief

  37. kenmerkend aspect

    Een eigenschap die typisch is voor een tijdvak. Bij elk aspect hoort een voorbeeld en een uitleg waarom dat voorbeeld erbij past.

    Naar de les over De tien tijdvakken op een rij

  38. bezetting

    De situatie waarin een vreemde mogendheid het gezag in een land uitoefent, zoals Duitsland in Nederland deed.

    Naar de les over Vervolging, bezetting en verzet

  39. renaissance

    De beweging die de mens centraal stelt en terugkijkt naar de klassieke Oudheid, met een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

    Naar de les over Tijdvak 5, ontdekkers en hervormers

  40. thema

    Een onderwerp dat je door de tijdvakken heen onderzoekt, zoals de positie van een groep of de rol van een instelling.

    Naar de les over Thema's en lange lijnen

  41. Europese eenwording

    De samenwerking tussen Europese landen die begon als economische samenwerking en uitgroeide tot een politieke unie.

    Naar de les over Tijdvak 10, blokken, welvaart en Europa

  42. primaire bron

    Een bron die uit de tijd zelf komt, gemaakt door iemand die erbij was.

    Naar de les over Een bron op waarde schatten

  43. grondrecht

    Een recht van burgers dat in een grondwet is vastgelegd en dat de macht van de overheid begrenst.

    Naar de les over Tijdvak 7, pruiken en revoluties

  44. zelfvoorzienend

    Een economie waarin een gemeenschap vrijwel alles zelf maakt wat zij nodig heeft, met weinig handel over afstand.

    Naar de les over Tijdvak 3, monniken en ridders

  45. algemeen kiesrecht

    Het recht van alle volwassen burgers om te stemmen, in Nederland in stappen bereikt na politieke strijd.

    Naar de les over Rechtsstaat en parlementaire democratie

  46. stadstaat

    Een stad die tegelijk een zelfstandige staat is, zoals in het Griekenland van de Oudheid.

    Naar de les over Tijdvak 2, Grieken en Romeinen

  47. Moderne Tijd

    De periode vanaf 1800, tijdvak 8 tot en met 10.

    Naar de les over Perioden en het westers perspectief

  48. plantagekolonie

    Een kolonie die draait op grootschalige landbouw voor de export, met dwangarbeid en slavernij als arbeidsvorm.

    Naar de les over Tijdvak 7, pruiken en revoluties

  49. absolutisme

    Het streven van een vorst naar onbeperkte macht, zonder standen of parlement die hem tegenhouden.

    Naar de les over Tijdvak 6, regenten en vorsten

  50. emancipatiebeweging

    Een beweging die gelijke rechten eist voor een groep die achtergesteld is.

    Naar de les over Emancipatie en politieke stromingen

  51. periodisering

    Het indelen van de geschiedenis in perioden. Die indeling is achteraf gemaakt en daarmee altijd een keuze.

    Naar de les over Perioden en het westers perspectief

  52. centralisatie

    Het samenbrengen van bestuur en macht bij een centraal gezag, in plaats van verspreid over lokale heren.

    Naar de les over Tijdvak 4, steden en staten

  53. sociale kwestie

    De discussie over de armoede en de werkomstandigheden van arbeiders die bij de industrialisatie hoorden.

    Naar de les over Tijdvak 8, de industriele samenleving

  54. voedseloverschot

    Meer voedsel dan de producenten zelf nodig hebben. Dat maakt beroepen buiten de landbouw mogelijk.

    Naar de les over Tijdvak 1, jagers en boeren

  55. primaat

    De vraag wie de hoogste macht heeft, de wereldlijke of de geestelijke. Het conflict daarover draait om benoemingen en gezag.

    Naar de les over Tijdvak 4, steden en staten

  56. abolitionisme

    De beweging die de afschaffing van de slavenhandel en de slavernij nastreefde.

    Naar de les over Tijdvak 7, pruiken en revoluties

  57. ministeriele verantwoordelijkheid

    De regel dat ministers verantwoording afleggen aan het parlement en niet de vorst.

    Naar de les over Rechtsstaat en parlementaire democratie

  58. anachronisme

    Het beoordelen of beschrijven van het verleden met begrippen of maatstaven die toen nog niet bestonden.

    Naar de les over Oordelen over het verleden

  59. imperium

    Een rijk dat grote gebieden en volken onder een bestuur brengt, zoals het Romeinse.

    Naar de les over Tijdvak 2, Grieken en Romeinen

  60. klassieke vormentaal

    De manier van bouwen en beeldhouwen uit de Grieks-Romeinse wereld, met zuilen en vaste verhoudingen, die in Europa steeds opnieuw is nagevolgd.

    Naar de les over Tijdvak 2, Grieken en Romeinen

  61. verlicht absolutisme

    Bestuur waarin een vorst verlichte hervormingen doorvoert maar de macht zelf volledig behoudt.

    Naar de les over Tijdvak 7, pruiken en revoluties

  62. propaganda

    Het gericht verspreiden van boodschappen om meningen en gedrag te sturen, op grote schaal mogelijk door radio, film en massabijeenkomsten.

    Naar de les over Tijdvak 9, dictatuur en wereldoorlog

  63. rechtsstaat

    Een staat die de macht aan regels bindt en rechten van burgers beschermt, met onafhankelijke rechters.

    Naar de les over Rechtsstaat en parlementaire democratie

  64. feminisme

    De beweging die gelijke rechten voor vrouwen eist, te beginnen bij onderwijs, arbeid en kiesrecht.

    Naar de les over Emancipatie en politieke stromingen

  65. genocide

    Het stelselmatig vernietigen van een bevolkingsgroep om wie zij is. In dit tijdvak gaat het in het bijzonder om de vervolging van de joden.

    Naar de les over Vervolging, bezetting en verzet

  66. lange lijn

    Een ontwikkeling die je door meerdere tijdvakken heen volgt, met per tijdvak een situatie en daartussen een verband.

    Naar de les over Thema's en lange lijnen

  67. landbouwsamenleving

    Een samenleving waarin mensen op een plek blijven en voedsel verbouwen, waardoor een overschot en bezit ontstaan.

    Naar de les over Tijdvak 1, jagers en boeren

  68. continuiteit

    Wat er ondanks veranderingen hetzelfde blijft. Een goed antwoord over verandering noemt die continuiteit erbij.

    Naar de les over Verandering en continuiteit

  69. onbedoeld gevolg

    Een uitkomst die niemand beoogde, soms het tegenovergestelde van wat een maatregel wilde bereiken.

    Naar de les over Oorzaak en gevolg uit elkaar houden

  70. nationalisme

    De stroming die de eigen natie centraal stelt. Zij kan mensen verbinden en tegelijk anderen uitsluiten.

    Naar de les over Emancipatie en politieke stromingen

  71. Vroegmoderne Tijd

    De periode van 1500 tot 1800, tijdvak 5 tot en met 7.

    Naar de les over Perioden en het westers perspectief

  72. leen

    Grond of een recht dat een heer aan een vazal geeft in ruil voor trouw en dienst.

    Naar de les over Tijdvak 3, monniken en ridders

  73. handelskapitalisme

    Een economie waarin winst uit handel over lange afstand wordt herbelegd, met compagnieen die wereldwijd opereren.

    Naar de les over Tijdvak 6, regenten en vorsten

  74. aanleiding

    De gebeurtenis die de zaak in gang zet. Zonder structurele oorzaken had die gebeurtenis weinig losgemaakt.

    Naar de les over Oorzaak en gevolg uit elkaar houden

  75. modern imperialisme

    De vorm van koloniale overheersing die samenhing met de industrialisatie en gericht was op grondstoffen, afzetmarkten en prestige.

    Naar de les over Tijdvak 8, de industriele samenleving

  76. grondwet

    De wet die de inrichting van de staat en de rechten van burgers vastlegt en boven andere wetten staat.

    Naar de les over Rechtsstaat en parlementaire democratie

  77. Koude Oorlog

    De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken met een wapenwedloop en de dreiging van een atoomoorlog.

    Naar de les over Tijdvak 10, blokken, welvaart en Europa

  78. feodale verhoudingen

    Bestuur als keten van persoonlijke afspraken, waarin een heer een leen geeft aan een vazal in ruil voor trouw en militaire dienst.

    Naar de les over Tijdvak 3, monniken en ridders

  79. eeuw

    Een periode van honderd jaar. Het eeuwnummer is het aantal volle honderdtallen plus een, behalve bij een rond honderdtal.

    Naar de les over Chronologie en jaartellingen

  80. verzet

    Handelen tegen de bezetter, van illegale bladen en valse papieren tot onderduik en gewapende actie.

    Naar de les over Vervolging, bezetting en verzet

  81. tijdvak

    Een van de tien perioden waarin het examenprogramma de geschiedenis indeelt, elk met een naam, een tijdsgrens en kenmerkende aspecten.

    Naar de les over De tien tijdvakken op een rij

  82. wapenwedloop

    Het over en weer uitbreiden van bewapening, waarbij elke kant reageert op wat de ander doet.

    Naar de les over Tijdvak 10, blokken, welvaart en Europa

  83. secundaire bron

    Een bron die later over die tijd is gemaakt, bijvoorbeeld een boek van een historicus.

    Naar de les over Een bron op waarde schatten

  84. massaorganisatie

    Het organiseren van grote groepen mensen in verenigingen en bewegingen die aan een partij of staat verbonden zijn.

    Naar de les over Tijdvak 9, dictatuur en wereldoorlog

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 84 begrippen.

7 onderwerpen
12 onderwerpen
1 onderwerp
1 onderwerp
Begin opnieuw