Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

20 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. parlementaire democratie

    Een stelsel waarin gekozen vertegenwoordigers de regering controleren en wetten vaststellen.

    Naar de les over Rechtsstaat en parlementaire democratie

  2. handelskapitalisme

    Een economie waarin winst uit handel over lange afstand wordt herbelegd, met compagnieen die wereldwijd opereren.

    Naar de les over Tijdvak 6, regenten en vorsten

  3. algemeen kiesrecht

    Het recht van alle volwassen burgers om te stemmen, in Nederland in stappen bereikt na politieke strijd.

    Naar de les over Rechtsstaat en parlementaire democratie

  4. renaissance

    De beweging die de mens centraal stelt en terugkijkt naar de klassieke Oudheid, met een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

    Naar de les over Tijdvak 5, ontdekkers en hervormers

  5. dekolonisatie

    Het proces waarin kolonien onafhankelijke staten worden en de westerse hegemonie in de wereld eindigt.

    Naar de les over Tijdvak 10, blokken, welvaart en Europa

  6. secundaire bron

    Een bron die later over die tijd is gemaakt, bijvoorbeeld een boek van een historicus.

    Naar de les over Een bron op waarde schatten

  7. Europese eenwording

    De samenwerking tussen Europese landen die begon als economische samenwerking en uitgroeide tot een politieke unie.

    Naar de les over Tijdvak 10, blokken, welvaart en Europa

  8. Moderne Tijd

    De periode vanaf 1800, tijdvak 8 tot en met 10.

    Naar de les over Perioden en het westers perspectief

  9. primaire bron

    Een bron die uit de tijd zelf komt, gemaakt door iemand die erbij was.

    Naar de les over Een bron op waarde schatten

  10. betrouwbaarheid

    De vraag voor welk doel je de inhoud van een bron kunt gebruiken. Een bron is niet betrouwbaar of onbetrouwbaar maar bruikbaar voor een bepaalde vraag.

    Naar de les over Een bron op waarde schatten

  11. continuiteit

    Wat er ondanks veranderingen hetzelfde blijft. Een goed antwoord over verandering noemt die continuiteit erbij.

    Naar de les over Verandering en continuiteit

  12. monotheisme

    Het geloof in een enkele god. Jodendom en christendom zijn in dit tijdvak de eerste godsdiensten met die opzet.

    Naar de les over Tijdvak 2, Grieken en Romeinen

  13. structurele oorzaak

    Een oorzaak die jaren of decennia doorwerkt, zoals economische verhoudingen of een politiek stelsel dat niet meer past.

    Naar de les over Oorzaak en gevolg uit elkaar houden

  14. eeuw

    Een periode van honderd jaar. Het eeuwnummer is het aantal volle honderdtallen plus een, behalve bij een rond honderdtal.

    Naar de les over Chronologie en jaartellingen

  15. imperium

    Een rijk dat grote gebieden en volken onder een bestuur brengt, zoals het Romeinse.

    Naar de les over Tijdvak 2, Grieken en Romeinen

  16. plantagekolonie

    Een kolonie die draait op grootschalige landbouw voor de export, met dwangarbeid en slavernij als arbeidsvorm.

    Naar de les over Tijdvak 7, pruiken en revoluties

  17. verzet

    Handelen tegen de bezetter, van illegale bladen en valse papieren tot onderduik en gewapende actie.

    Naar de les over Vervolging, bezetting en verzet

  18. primaat

    De vraag wie de hoogste macht heeft, de wereldlijke of de geestelijke. Het conflict daarover draait om benoemingen en gezag.

    Naar de les over Tijdvak 4, steden en staten

  19. propaganda

    Het gericht verspreiden van boodschappen om meningen en gedrag te sturen, op grote schaal mogelijk door radio, film en massabijeenkomsten.

    Naar de les over Tijdvak 9, dictatuur en wereldoorlog

  20. tijdvak

    Een van de tien perioden waarin het examenprogramma de geschiedenis indeelt, elk met een naam, een tijdsgrens en kenmerkende aspecten.

    Naar de les over De tien tijdvakken op een rij

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 84 begrippen.

7 onderwerpen
12 onderwerpen
1 onderwerp
1 onderwerp
Begin opnieuw