Naar de inhoud
Inloggen

Geschiedenis havo

Oordelen over het verleden

Ongeveer 10 minuten. Mensen van toen dachten met de maatstaven van toen. Jij oordeelt met die van nu.

Bij een oordeel over het verleden let je op het verschil tussen feit en mening, op de tijd- en plaatsgebondenheid van wie oordeelt, op de rol van waardepatronen, en je onderbouwt je uitspraak met argumenten.

Vier dingen om in de gaten te houden

Een feit is te controleren, een mening niet. Dat een wet in een bepaald jaar is aangenomen is een feit. Dat die wet rechtvaardig was is een mening, ook als vrijwel iedereen hem deelt.

Tijdgebondenheid betekent dat iemand oordeelt vanuit de maatstaven van zijn eigen tijd. Dat geldt voor mensen uit het verleden en net zo goed voor jou, en dat laatste vergeten is de meest gemaakte fout.

Een waardepatroon is het geheel van wat een groep normaal, wenselijk of verwerpelijk vindt. Verschillen tussen oordelen komen vaak niet uit andere feiten voort maar uit een ander waardepatroon.

Begrijpen is niet hetzelfde als goedkeuren. Uitleggen waarom mensen deden wat zij deden is geschiedenis. Zeggen dat het daarom goed was is een oordeel dat je apart moet onderbouwen.

Feit, mening en standplaats

feit, te controlerenmening, met argumenten te onderbouwenstandplaats, van toen en van nuook jouw oordeel komt ergens vandaanbegrijpen is niet hetzelfde als goedkeuren

De derde balk geldt ook voor jezelf.

Zo onderbouw je een oordeel

1

Scheid eerst feit en mening

Zet op een rij wat vaststaat en wat een waardering is. Meng die twee niet in een zin.

2

Benoem de standplaats

Van de bron en van jezelf. Vanuit welke tijd, plaats en positie wordt er geoordeeld?

3

Noem het waardepatroon

Welke maatstaf hanteert de een, en welke de ander? Daar zit het verschil meestal.

4

Geef minstens twee argumenten

Een oordeel zonder argument is een mening. Met argumenten wordt het een antwoord.

De fout die bijna iedereen maakt

Is deze uitspraak een feit of een mening? De wet werd in dat jaar aangenomen en was onrechtvaardig.

een feit, want er staat een jaartal bijklopt niet

Het eerste deel is te controleren en dus een feit. Het tweede is een waardering en dus een mening. Een zin die beide mengt lijkt feitelijk en is dat niet, en examenvragen gebruiken dat verschil bewust.

Jouw standplaats telt ook mee

De eindterm noemt uitdrukkelijk oordelen van hedendaagse personen, onder wie jijzelf. Een antwoord dat alleen zegt dat mensen van toen anders dachten laat die helft liggen. Schrijf er een zin bij over hoe jouw eigen tijd je oordeel kleurt.

Oordelen over het verleden

Check jezelf

Wat is een feit?

Controleerbaarheid is het verschil, niet hoeveel mensen het ermee eens zijn.

Wat betekent tijdgebondenheid?

En dat geldt net zo goed voor jou als voor mensen uit het verleden.

Is begrijpen hetzelfde als goedkeuren?

Uitleggen waarom iemand iets deed is geschiedenis. Zeggen dat het daarom goed was is een apart oordeel.

Wat maakt van een mening een antwoord?

De eindterm noemt het ondersteunen van uitspraken met argumenten als eis.

In jouw boek

Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.

De begrippen uit deze les

anachronisme
Het beoordelen of beschrijven van het verleden met begrippen of maatstaven die toen nog niet bestonden.
standplaatsgebondenheid
Dat iemand oordeelt vanuit de tijd, plaats en positie waarin hij staat. Dat geldt voor mensen uit het verleden en net zo goed voor jou.
waardepatroon
Het geheel van wat een groep normaal, wenselijk of verwerpelijk vindt. Verschillen in oordeel komen vaak hieruit voort.

Overhoor deze begrippenAlle begrippen van dit vak

In het examen

De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 28-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak