Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

40 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. grondrecht

    Een recht van burgers dat in een grondwet is vastgelegd en dat de macht van de overheid begrenst.

    Naar de les over Tijdvak 7, pruiken en revoluties

  2. genocide

    Het stelselmatig vernietigen van een bevolkingsgroep om wie zij is. In dit tijdvak gaat het in het bijzonder om de vervolging van de joden.

    Naar de les over Vervolging, bezetting en verzet

  3. waardepatroon

    Het geheel van wat een groep normaal, wenselijk of verwerpelijk vindt. Verschillen in oordeel komen vaak hieruit voort.

    Naar de les over Oordelen over het verleden

  4. klassieke vormentaal

    De manier van bouwen en beeldhouwen uit de Grieks-Romeinse wereld, met zuilen en vaste verhoudingen, die in Europa steeds opnieuw is nagevolgd.

    Naar de les over Tijdvak 2, Grieken en Romeinen

  5. totalitair

    Een staat waarin de partij niet alleen het bestuur beheerst maar ook pers, onderwijs, vrije tijd en gezin.

    Naar de les over Tijdvak 9, dictatuur en wereldoorlog

  6. sociale kwestie

    De discussie over de armoede en de werkomstandigheden van arbeiders die bij de industrialisatie hoorden.

    Naar de les over Tijdvak 8, de industriele samenleving

  7. socialisme

    De stroming die wil dat de overheid ingrijpt om de positie van arbeiders te verbeteren.

    Naar de les over Emancipatie en politieke stromingen

  8. confessionalisme

    De stroming die het geloof als grondslag voor politiek handelen neemt en zich organiseert in eigen partijen en verenigingen.

    Naar de les over Emancipatie en politieke stromingen

  9. staatsvorming

    Het proces waarin een vorst vaste belastingen, eigen ambtenaren en eigen recht in handen krijgt.

    Naar de les over Tijdvak 4, steden en staten

  10. wetenschappelijke revolutie

    De verschuiving van gezag van oude teksten naar waarneming en experiment als bron van kennis.

    Naar de les over Tijdvak 6, regenten en vorsten

  11. structurele oorzaak

    Een oorzaak die jaren of decennia doorwerkt, zoals economische verhoudingen of een politiek stelsel dat niet meer past.

    Naar de les over Oorzaak en gevolg uit elkaar houden

  12. Moderne Tijd

    De periode vanaf 1800, tijdvak 8 tot en met 10.

    Naar de les over Perioden en het westers perspectief

  13. anachronisme

    Het beoordelen of beschrijven van het verleden met begrippen of maatstaven die toen nog niet bestonden.

    Naar de les over Oordelen over het verleden

  14. periodisering

    Het indelen van de geschiedenis in perioden. Die indeling is achteraf gemaakt en daarmee altijd een keuze.

    Naar de les over Perioden en het westers perspectief

  15. nationalisme

    De stroming die de eigen natie centraal stelt. Zij kan mensen verbinden en tegelijk anderen uitsluiten.

    Naar de les over Emancipatie en politieke stromingen

  16. jaartelling

    De afspraak vanaf welk jaar je telt. Onze westers-christelijke jaartelling is er een van, en andere culturen gebruiken een ander beginpunt.

    Naar de les over Chronologie en jaartellingen

  17. zelfvoorzienend

    Een economie waarin een gemeenschap vrijwel alles zelf maakt wat zij nodig heeft, met weinig handel over afstand.

    Naar de les over Tijdvak 3, monniken en ridders

  18. lange lijn

    Een ontwikkeling die je door meerdere tijdvakken heen volgt, met per tijdvak een situatie en daartussen een verband.

    Naar de les over Thema's en lange lijnen

  19. Oudheid

    De periode van Griekenland en Rome, in deze indeling tijdvak 2.

    Naar de les over Perioden en het westers perspectief

  20. propaganda

    Het gericht verspreiden van boodschappen om meningen en gedrag te sturen, op grote schaal mogelijk door radio, film en massabijeenkomsten.

    Naar de les over Tijdvak 9, dictatuur en wereldoorlog

  21. modern imperialisme

    De vorm van koloniale overheersing die samenhing met de industrialisatie en gericht was op grondstoffen, afzetmarkten en prestige.

    Naar de les over Tijdvak 8, de industriele samenleving

  22. stadstaat

    Een stad die tegelijk een zelfstandige staat is, zoals in het Griekenland van de Oudheid.

    Naar de les over Tijdvak 2, Grieken en Romeinen

  23. onbedoeld gevolg

    Een uitkomst die niemand beoogde, soms het tegenovergestelde van wat een maatregel wilde bereiken.

    Naar de les over Oorzaak en gevolg uit elkaar houden

  24. parlementaire democratie

    Een stelsel waarin gekozen vertegenwoordigers de regering controleren en wetten vaststellen.

    Naar de les over Rechtsstaat en parlementaire democratie

  25. overzeese expansie

    Het uitvaren van Europese landen naar andere werelddelen, waarmee de basis voor koloniale rijken wordt gelegd.

    Naar de les over Tijdvak 5, ontdekkers en hervormers

  26. primaat

    De vraag wie de hoogste macht heeft, de wereldlijke of de geestelijke. Het conflict daarover draait om benoemingen en gezag.

    Naar de les over Tijdvak 4, steden en staten

  27. horigheid

    De positie van een boer die niet vrij is om te vertrekken en verplichtingen heeft tegenover zijn heer.

    Naar de les over Tijdvak 3, monniken en ridders

  28. collaboratie

    Het samenwerken met de bezetter, van meegaan in de uitvoering van maatregelen tot actieve steun.

    Naar de les over Vervolging, bezetting en verzet

  29. landbouwsamenleving

    Een samenleving waarin mensen op een plek blijven en voedsel verbouwen, waardoor een overschot en bezit ontstaan.

    Naar de les over Tijdvak 1, jagers en boeren

  30. renaissance

    De beweging die de mens centraal stelt en terugkijkt naar de klassieke Oudheid, met een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

    Naar de les over Tijdvak 5, ontdekkers en hervormers

  31. stedelijke burgerij

    De groep stadsbewoners die niet bij de adel of de geestelijkheid hoort en haar positie ontleent aan handel en ambacht.

    Naar de les over Tijdvak 4, steden en staten

  32. abolitionisme

    De beweging die de afschaffing van de slavenhandel en de slavernij nastreefde.

    Naar de les over Tijdvak 7, pruiken en revoluties

  33. Europese eenwording

    De samenwerking tussen Europese landen die begon als economische samenwerking en uitgroeide tot een politieke unie.

    Naar de les over Tijdvak 10, blokken, welvaart en Europa

  34. feminisme

    De beweging die gelijke rechten voor vrouwen eist, te beginnen bij onderwijs, arbeid en kiesrecht.

    Naar de les over Emancipatie en politieke stromingen

  35. massaorganisatie

    Het organiseren van grote groepen mensen in verenigingen en bewegingen die aan een partij of staat verbonden zijn.

    Naar de les over Tijdvak 9, dictatuur en wereldoorlog

  36. tijdvak

    Een van de tien perioden waarin het examenprogramma de geschiedenis indeelt, elk met een naam, een tijdsgrens en kenmerkende aspecten.

    Naar de les over De tien tijdvakken op een rij

  37. imperium

    Een rijk dat grote gebieden en volken onder een bestuur brengt, zoals het Romeinse.

    Naar de les over Tijdvak 2, Grieken en Romeinen

  38. hofstelsel

    De manier waarop een landgoed draaide, met een heer en horigen die arbeid en een deel van de oogst leverden in ruil voor grond en bescherming.

    Naar de les over Tijdvak 3, monniken en ridders

  39. thema

    Een onderwerp dat je door de tijdvakken heen onderzoekt, zoals de positie van een groep of de rol van een instelling.

    Naar de les over Thema's en lange lijnen

  40. absolutisme

    Het streven van een vorst naar onbeperkte macht, zonder standen of parlement die hem tegenhouden.

    Naar de les over Tijdvak 6, regenten en vorsten

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 84 begrippen.

7 onderwerpen
12 onderwerpen
1 onderwerp
1 onderwerp
Begin opnieuw