Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

20 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. context

    De situatie waarin een vraag is verpakt: een ziekenhuis, een natuurgebied, een sportveld. Je haalt er het biologische concept uit en vertaalt je antwoord terug naar die situatie.

    Naar de les over Een contextvraag lezen

  2. dissimilatie

    Afbreken om aan energie te komen, meestal glucose met zuurstof. Dat gebeurt dag en nacht in elke cel, ook bij planten.

    Naar de les over Assimilatie en dissimilatie

  3. reflex

    Een vaste, snelle reactie die buiten je wil om gaat. De route loopt via het ruggenmerg, dus je hersenen merken het pas als het al gebeurd is.

    Naar de les over Van prikkel naar waarneming

  4. consument

    Een organisme dat andere organismen eet. Een planteneter is eerste orde, wie die planteneter eet is tweede orde.

    Naar de les over Een voedselweb lezen

  5. vorm-functiedenken

    Uit de bouw van iets afleiden waar het voor dient, en andersom. Een lange darm met plooien wijst op opname, een scherpe tand op vlees eten.

    Naar de les over Vorm verraadt functie

  6. fotosynthese

    Het proces waarbij een plant met licht als energiebron glucose maakt uit koolstofdioxide en water. De zuurstof die overblijft gaat naar buiten.

    Naar de les over Fotosynthese: licht wordt suiker

  7. energiestroom

    De weg die energie door een ecosysteem aflegt, van licht via producenten naar consumenten. Bij elke stap gaat het meeste verloren als warmte; daarom is er geen lange keten.

    Naar de les over Een voedselweb lezen

  8. glycogeen

    De opslagvorm van glucose bij dieren, vooral in de lever en de spieren. Bij planten is zetmeel de opslagvorm.

    Naar de les over Je bloedsuiker op peil

  9. codon

    Een groepje van drie basen in het mRNA dat voor één aminozuur staat. Er zijn meer codons dan aminozuren, dus sommige verschillen maken niets uit.

    Naar de les over Van DNA naar eiwit

  10. haploïd

    Met één chromosoom van elke soort. Geslachtscellen zijn haploïd, zodat er na de bevruchting weer een compleet stel ontstaat.

    Naar de les over Mitose en meiose

  11. sleutelsoort

    Een soort waar veel andere soorten van afhangen. Verdwijnt die, dan verandert het hele ecosysteem.

    Naar de les over Eén soort weg, en dan?

  12. programma van eisen

    De meetbare eisen die je vooraf opschrijft voor een ontwerp. Daarmee kun je achteraf beoordelen of het gelukt is.

    Naar de les over Van probleem naar ontwerp

  13. biotische factor

    Een invloed die van levende wezens komt: voedsel, roofdieren, concurrentie, ziekte.

    Naar de les over Evenwicht in een ecosysteem

  14. microscoop

    Een instrument dat een klein preparaat vergroot. De totale vergroting is die van het oculair keer die van het objectief.

    Naar de les over Meten in de biologie

  15. negatieve terugkoppeling

    Een regeling waarbij het antwoord de verstoring tegengaat en zichzelf daarmee uitzet. Bijna alle regelsystemen in je lichaam werken zo.

    Naar de les over Je bloedsuiker op peil

  16. genexpressie

    Of een gen in een cel aan of uit staat. Alle cellen van een organisme hebben hetzelfde DNA; wat ze van elkaar laat verschillen is welke genen er worden afgelezen.

    Naar de les over Genen aan en uit zetten

  17. zenuwcel

    Een cel die een prikkel razendsnel over een lange afstand doorgeeft. Zenuwen werken snel en gericht, hormonen traag en breed.

    Naar de les over Van prikkel naar waarneming

  18. variatie

    De verschillen tussen individuen van dezelfde soort. Zonder variatie valt er niets te selecteren, dus hier begint elke evolutie-uitleg.

    Naar de les over Natuurlijke selectie in vier stappen

  19. organisatieniveau

    De schaal waarop je kijkt: molecuul, cel, weefsel, orgaan, organisme, populatie, ecosysteem. Een goed antwoord blijft niet op één niveau hangen.

    Naar de les over Zoomen: van molecuul tot ecosysteem

  20. soortvorming

    Het ontstaan van een nieuwe soort, meestal doordat twee populaties gescheiden raken en los van elkaar veranderen tot ze zich niet meer met elkaar kunnen voortplanten.

    Naar de les over Hoe een nieuwe soort ontstaat

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 117 begrippen.

6 onderwerpen
5 onderwerpen
6 onderwerpen
4 onderwerpen
10 onderwerpen
11 onderwerpen
Begin opnieuw