Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

10 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. insuline

    Het hormoon dat je bloedsuiker verlaagt: glucose gaat de cellen in en de lever slaat het overschot op als glycogeen.

    Naar de les over Je bloedsuiker op peil

  2. dominant

    Een allel dat het kenmerk laat zien ook als er maar één van is. Het overstemt het andere allel.

    Naar de les over Een kruisingsschema maken

  3. accommodatie

    Het scherpstellen van je oog door de lens boller of platter te maken. Voor dichtbij spant de kringspier aan en wordt de lens bol.

    Naar de les over Hoe je oog scherpstelt

  4. duurzaamheid

    Gebruiken zonder uit te putten, zodat het ook later nog kan. In de biologie gaat het vaak over de vraag of een gebruik binnen de draagkracht blijft.

    Naar de les over Eén soort weg, en dan?

  5. aangeleerd gedrag

    Gedrag dat verandert door ervaring. Het kost tijd om te leren, maar past zich aan nieuwe omstandigheden aan.

    Naar de les over Aangeboren en aangeleerd gedrag

  6. stamcel

    Een cel die zich nog kan delen én nog kan specialiseren. Daarom zijn stamcellen interessant voor het herstellen van weefsel.

    Naar de les over Waarom cellen verschillend worden

  7. substraat

    De stof waar een enzym op past en mee werkt. Het enzym en het substraat passen op elkaar als een sleutel in een slot; daarom werkt een enzym maar voor één soort reactie.

    Naar de les over Assimilatie en dissimilatie

  8. dynamisch evenwicht

    Een toestand waarin aantallen schommelen rond een waarde zonder weg te lopen. Er gebeurt van alles, maar het geheel blijft overeind.

    Naar de les over Evenwicht in een ecosysteem

  9. actieve immuniteit

    Bescherming die je zelf opbouwt, doordat je de ziekte had of een prik kreeg. Er blijven geheugencellen achter, dus het gaat lang mee.

    Naar de les over Waarom een prik werkt

  10. X-gebonden

    Een gen dat op het X-chromosoom ligt. Een recessieve X-gebonden aandoening komt veel vaker bij jongens voor, want zij hebben maar één X.

    Naar de les over Een stamboom lezen

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 117 begrippen.

6 onderwerpen
5 onderwerpen
6 onderwerpen
4 onderwerpen
10 onderwerpen
11 onderwerpen
Begin opnieuw