Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
20 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
meiose
De deling die geslachtscellen maakt. Het aantal chromosomen wordt gehalveerd en de paren worden door elkaar gehusseld, dus elke geslachtscel is anders.
-
betrouwbaar
Of je bij herhaling hetzelfde uitkomt. Je verhoogt het door vaker te meten en met meer proefdieren of proefpersonen te werken.
-
producent
Een organisme dat zijn eigen voedsel maakt met fotosynthese, dus een plant of alg. Elk voedselweb begint hier.
-
energiestroom
De weg die energie door een ecosysteem aflegt, van licht via producenten naar consumenten. Bij elke stap gaat het meeste verloren als warmte; daarom is er geen lange keten.
-
biodiversiteit
De verscheidenheid aan leven, op drie niveaus: verschillen binnen een soort, het aantal soorten, en het aantal ecosystemen.
-
indicatorsoort
Een soort die alleen voorkomt onder bepaalde omstandigheden. Vind je hem, dan weet je iets over het water of de bodem zonder te meten.
-
celdifferentiatie
Het proces waarbij een cel zich specialiseert tot bijvoorbeeld spiercel of zenuwcel. Daarna kan hij meestal niet meer terug.
-
uitscheiding
Het verwijderen van afvalstoffen uit je lichaam, vooral door de nieren en de longen. Dat is iets anders dan ontlasting: die is nooit in je bloed geweest.
-
celmembraan
Het laagje om de cel dat bepaalt wat er in en uit mag. Het is selectief doorlaatbaar: kleine en vetachtige stoffen gaan er makkelijk door, grote en geladen niet zomaar.
-
haploïd
Met één chromosoom van elke soort. Geslachtscellen zijn haploïd, zodat er na de bevruchting weer een compleet stel ontstaat.
-
passieve immuniteit
Bescherming door antistoffen die je van buiten krijgt, bijvoorbeeld van je moeder of via een injectie. Werkt meteen, maar is na weken weg.
-
preparaat
Het stukje materiaal onder de microscoop, vaak dun gesneden en gekleurd zodat je de structuren kunt onderscheiden.
-
diploïd
Met chromosomen in paren, dus twee van elke soort. Lichaamscellen zijn diploïd.
-
genexpressie
Of een gen in een cel aan of uit staat. Alle cellen van een organisme hebben hetzelfde DNA; wat ze van elkaar laat verschillen is welke genen er worden afgelezen.
-
beargumenteerd oordeel
Een oordeel waarbij je wetenschappelijke argumenten, maatschappelijke normen en persoonlijke opvattingen uit elkaar houdt. Dat onderscheid is zelf het antwoord op veel vragen.
-
bladgroenkorrel
Het onderdeel in plantencellen waar fotosynthese gebeurt. Het bladgroen erin vangt het licht op.
-
hypothese
Een verwachting die je vooraf opschrijft en die te toetsen is. Hij moet onjuist kunnen blijken, anders valt er niets mee te onderzoeken.
-
biologische tekening
Een tekening met potlood, enkele lijnen, een titel en de vergroting erbij. Je tekent wat je ziet en niet wat je verwacht te zien.
-
X-gebonden
Een gen dat op het X-chromosoom ligt. Een recessieve X-gebonden aandoening komt veel vaker bij jongens voor, want zij hebben maar één X.
-
substraat
De stof waar een enzym op past en mee werkt. Het enzym en het substraat passen op elkaar als een sleutel in een slot; daarom werkt een enzym maar voor één soort reactie.