Assimilatie en dissimilatie
Ongeveer 9 minuten. Opbouwen kost energie, afbreken levert het op.
Twee kanten van de stofwisseling
Een cel bouwt voortdurend stoffen op die hij nodig heeft: eiwitten, vetten, reservestoffen. Dat opbouwen heet assimilatie en kost energie.
Tegelijk breekt hij stoffen af om aan die energie te komen. Dat heet dissimilatie, en de bekendste vorm is de verbranding van glucose.
Samen heet dat de stofwisseling. Hij staat nooit stil, ook niet als je slaapt, want een cel die niet verbrandt houdt niets in stand.
Op en af
De energie voor het opbouwen komt uit het afbreken. Een cel draait in rondjes.
Zo herken je welke van de twee
Kijk naar de moleculen
Worden kleine deeltjes samengevoegd tot grotere? Dan is het assimilatie. Worden grote moleculen in stukken gehakt? Dan is het dissimilatie.
Kijk waar de energie heen gaat
Assimilatie kost energie, dissimilatie levert energie. Dat is de snelste controle.
Benoem het voorbeeld
Fotosynthese is assimilatie, verbranding is dissimilatie. Noem er een, dan laat je zien dat je het begrip gebruikt.
De fout die bijna iedereen maakt
Een plant doet aan fotosynthese. Verbrandt die plant dan ook?
Een plant maakt overdag glucose met fotosynthese, maar hij moet er net als jij energie uit halen om te leven. Dat verbranden gaat gewoon door in het donker, alleen de fotosynthese stopt dan.
Pro- en eukaryoot
Een prokaryoot, zoals een bacterie, heeft geen celkern en geen mitochondriën. De stofwisseling gebeurt daar in het cytoplasma zelf. Bij eukaryoten, zoals jouw cellen, zit de verbranding in de mitochondriën.
Check jezelf
Glucose wordt omgezet in zetmeel. Welk proces is dat?
Waar komt de energie voor assimilatie vandaan?
Wat gebeurt er in de mitochondriën?
Een bacterie heeft geen mitochondriën. Kan hij dan dissimileren?