Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

20 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. groen bbp

    Het bbp min de geschatte milieuschade plus de geschatte milieuverbetering.

    Naar de les over Welvaart meten en de grenzen van het bbp

  2. averechtse selectie

    Dat juist de slechte risicos zich verzekeren, omdat zij meer weten dan de verzekeraar.

    Naar de les over Asymmetrische informatie

  3. verwachte schadebedrag

    De kans op schade maal de hoogte van die schade.

    Naar de les over Risico en verzekeren

  4. omzet

    De prijs maal het aantal verkochte eenheden.

    Naar de les over Opbrengsten en de marginale opbrengst

  5. omslagstelsel

    Een pensioenstelsel waarin de werkenden van nu de uitkeringen van nu betalen.

    Naar de les over Pensioenen en de AOW

  6. prijsdiscriminatie

    Verschillende prijzen vragen voor hetzelfde product aan verschillende groepen.

    Naar de les over Prijsdiscriminatie en productdifferentiatie

  7. prijszetter

    Een aanbieder die zijn eigen prijs kan bepalen.

    Naar de les over Marktvormen vergelijken

  8. subsidie

    Een bijdrage van de overheid die de kostprijs of de prijs verlaagt.

    Naar de les over De overheid grijpt in op de markt

  9. gevangenendilemma

    Een spel waarin beide spelers hun dominante strategie kiezen en daardoor samen slechter uitkomen.

    Naar de les over Speltheorie en het gevangenendilemma

  10. dominante strategie

    Een keuze die altijd de beste is, wat de tegenspeler ook doet.

    Naar de les over Speltheorie en het gevangenendilemma

  11. consumentensurplus

    Het verschil tussen wat kopers wilden betalen en wat zij werkelijk betaalden.

    Naar de les over Consumentensurplus en producentensurplus

  12. bestedingen

    Alle uitgaven in een economie, dus consumptie, investeringen, overheidsbestedingen en export min import.

    Naar de les over De economische kringloop en het bbp

  13. sociale norm

    Een ongeschreven regel die het gedrag en daarmee de opbrengsten in een spel beïnvloedt.

    Naar de les over Samenwerken en onderhandelen

  14. procentuele verandering

    De verandering gedeeld door de oude waarde, maal honderd.

    Naar de les over Procenten en procentpunten

  15. inferieur

    Dat de vraag naar een goed daalt als het inkomen stijgt.

    Naar de les over Inkomenselasticiteit en soorten goederen

  16. primaire inkomen

    Het inkomen dat je op de markt verdient, voor herverdeling.

    Naar de les over Ongelijkheid en herverdeling

  17. arbeidsvraag

    De werkgelegenheid plus de openstaande vacatures.

    Naar de les over Werkloosheid verklaren

  18. minimumprijs

    Een door de overheid vastgestelde laagste prijs, die boven het evenwicht ligt.

    Naar de les over De overheid grijpt in op de markt

  19. arbeidsproductiviteit

    De productie per werknemer of per gewerkt uur.

    Naar de les over Economische groei

  20. integrale benadering

    Het bepalen van de winst door de totale opbrengsten en de totale kosten te vergelijken.

    Naar de les over Winst maken, de integrale benadering

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 62 begrippen.

2 onderwerpen
12 onderwerpen
3 onderwerpen
3 onderwerpen
2 onderwerpen
3 onderwerpen
6 onderwerpen
Begin opnieuw