Naar de inhoud
Inloggen

Economie havo

Inkomenselasticiteit en soorten goederen

Ongeveer 10 minuten. Wat je meer koopt als je meer verdient, en wat juist minder.

De inkomenselasticiteit zegt hoe de vraag reageert op een hoger inkomen. Is die positief, dan heet het goed normaal. Is die negatief, dan is het inferieur en koop je er juist minder van als je meer verdient.

Vier soorten goederen

Een luxegoed heeft een inkomenselasticiteit boven één. De vraag groeit dan harder dan het inkomen, zoals bij verre reizen.

Een primair goed zit tussen nul en één. Je koopt er wat meer van, maar lang niet evenredig, zoals bij brood.

Een inferieur goed heeft een negatieve elasticiteit. Met een hoger inkomen stap je over op iets anders, en de vraag daalt.

Daarnaast kijk je naar de prijs van een ander product. Bij substituten stijgt je vraag als dat andere duurder wordt, bij complementen daalt die juist.

Inkomen omhoog, vraag waarheen

01inferieurprimairluxelinks koop je er minder van als je meer verdientrechts groeit de vraag harder dan je inkomen

Het teken en de één zijn de twee grenzen.

Zo bepaal je het soort goed

1

Kijk naar het teken

Negatief betekent inferieur, positief betekent normaal.

2

Vergelijk met één

Boven één is luxe, tussen nul en één is primair.

3

Koppel het aan het verhaal

Een goedkoop huismerk gedraagt zich vaak inferieur.

4

Noem het begrip

Het nakijkmodel wil het woord, niet alleen het getal.

De fout die bijna iedereen maakt

Inferieur betekent dus dat het een slecht product is?

ja, het is van mindere kwaliteitverwarring

Inferieur zegt niets over kwaliteit, alleen over hoe de vraag op inkomen reageert. Een treinkaartje kan voor de ene groep inferieur zijn en voor de andere niet, want het hangt af van wat mensen gaan doen zodra ze meer verdienen.

Substituut of complement zie je aan het teken

Wordt bier duurder en gaan mensen meer wijn kopen, dan zijn het substituten. Wordt benzine duurder en worden er minder autos verkocht, dan zijn het complementen.

Inkomenselasticiteit en soorten goederen

Check jezelf

Inkomenselasticiteit van 1,8. Welk goed?

Boven één groeit de vraag harder dan het inkomen.

Inkomenselasticiteit van min 0,3. Welk goed?

Een negatief teken betekent inferieur.

Koffie duurder, meer thee verkocht. Wat zijn het?

Het ene vervangt het andere.

Printers duurder, minder inkt verkocht. Wat zijn het?

Je gebruikt ze samen.

In jouw boek

Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.

De begrippen uit deze les

inferieur
Dat de vraag naar een goed daalt als het inkomen stijgt.
inkomenselasticiteit
De procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid gedeeld door de procentuele inkomensverandering.

Overhoor deze begrippenAlle begrippen van dit vak

In het examen

De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 29-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak