Ongeveer 10 minuten. Twee manieren om meer uit dezelfde markt te halen.
Bij prijsdiscriminatie vraagt een aanbieder verschillende prijzen voor hetzelfde product aan verschillende groepen. Bij productdifferentiatie maakt hij zijn product juist anders dan dat van de buurman.
Waarom het allebei werkt
Een monopolist weet dat sommige kopers meer willen betalen. Door die groep een hogere prijs te rekenen haalt hij een deel van het consumentensurplus naar zich toe.
Dat lukt alleen als hij de groepen uit elkaar kan houden en doorverkoop kan voorkomen. Een studentenkorting op vertoon van een pas is zo een scheiding.
Bij monopolistische concurrentie werkt differentiatie. Is jouw product net iets anders, dan loop je niet meteen alle klanten kwijt bij een hogere prijs.
Twee groepen, twee prijzen
Wie wil betalen, betaalt meer.
Zo herken je prijsdiscriminatie
1
Kijk of het product hetzelfde is
Anders is het differentiatie en geen discriminatie.
2
Kijk of de prijzen verschillen per groep
Leeftijd, tijdstip of plaats zijn gebruikelijke scheidingen.
3
Controleer of doorverkoop onmogelijk is
Anders kopen goedkope klanten door aan dure.
4
Noem het effect
De aanbieder haalt een deel van het consumentensurplus weg.
De fout die bijna iedereen maakt
Een trein is op zondag goedkoper. Is dat prijsdiscriminatie?
nee, de dienst is anderstwijfel
De rit is hetzelfde en alleen de koper verschilt, want reizigers die op zondag kunnen reizen zijn prijsgevoeliger. Dat is prijsdiscriminatie. Was het rijtuig comfortabeler geweest, dan was het productdifferentiatie.
Zelfde product is het sleutelwoord
Bij prijsdiscriminatie verandert alleen de prijs. Verandert het product zelf, al is het maar de verpakking of de service, dan is het productdifferentiatie en hoort dat woord in je antwoord.