Begrippenlijst
havo62 begrippen die je bij Economie op havo moet kennen, elk met een paar zinnen uitleg. Staat er een les bij, dan wordt het begrip daar gebruikt en geoefend.
A 7
- actor A3
- Een partij met een eigen belang, zoals een consument, een producent, een werknemer of de overheid. Naar de les
- anticyclisch begrotingsbeleid I2
- Beleid dat tegen de conjunctuur ingaat, dus stimuleren in een dip en afremmen bij hoogconjunctuur. Naar de les
- arbeidsaanbod H4
- De beroepsbevolking, dus iedereen die kan en wil werken. Naar de les
- arbeidsproductiviteit H2
- De productie per werknemer of per gewerkt uur. Naar de les
- arbeidsvraag H4
- De werkgelegenheid plus de openstaande vacatures. Naar de les
- asymmetrische informatie G2
- Een situatie waarin de ene partij meer weet dan de andere. Naar de les
- averechtse selectie G2
- Dat juist de slechte risicos zich verzekeren, omdat zij meer weten dan de verzekeraar. Naar de les
B 4
- basisjaar A2
- Het jaar waarmee je vergelijkt, en dat in een indexreeks op 100 staat. Naar de les
- bbp H1
- Het bruto binnenlands product, de waarde van alles wat er in een land in een jaar wordt geproduceerd. Naar de les
- begrotingssaldo E2
- Het verschil tussen ontvangsten en uitgaven van de overheid over een jaar. Naar de les
- bestedingen H1
- Alle uitgaven in een economie, dus consumptie, investeringen, overheidsbestedingen en export min import. Naar de les
C 3
- collectieve aanbodlijn D2
- De lijn die aangeeft hoeveel alle aanbieders samen willen leveren bij elke prijs. Naar de les
- constante kosten D5
- Kosten die gelijk blijven hoeveel er ook wordt geproduceerd. Naar de les
- consumentensurplus D6
- Het verschil tussen wat kopers wilden betalen en wat zij werkelijk betaalden. Naar de les
D 1
- dominante strategie F1
- Een keuze die altijd de beste is, wat de tegenspeler ook doet. Naar de les
E 1
- externe effecten H1
- Voor- of nadelen van productie of consumptie die niet in de prijs zitten. Naar de les
G 4
- geloofwaardige dreiging F2
- Een dreigement dat de ander serieus neemt, omdat uitvoeren voor de dreiger niet slechter is. Naar de les
- gemiddelde opbrengst D5
- De omzet gedeeld door de afzet, dus de prijs per eenheid. Naar de les
- gevangenendilemma F1
- Een spel waarin beide spelers hun dominante strategie kiezen en daardoor samen slechter uitkomen. Naar de les
- groen bbp H1
- Het bbp min de geschatte milieuschade plus de geschatte milieuverbetering. Naar de les
H 2
- heffing D8
- Een belasting die de kostprijs van een product verhoogt. Naar de les
- hoogconjunctuur I1
- Een situatie van overbesteding, met lage werkloosheid en oplopende inflatie. Naar de les
I 6
- importtarief H2
- Een heffing op ingevoerde producten, waardoor die duurder worden. Naar de les
- indexcijfer A2
- Een getal dat een waarde afzet tegen het basisjaar, dat op 100 staat. Naar de les
- inferieur D6
- Dat de vraag naar een goed daalt als het inkomen stijgt. Naar de les
- informele sector H1
- Productie die niet in het bbp wordt meegeteld, zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg. Naar de les
- inkomenselasticiteit D6
- De procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid gedeeld door de procentuele inkomensverandering. Naar de les
- integrale benadering D7
- Het bepalen van de winst door de totale opbrengsten en de totale kosten te vergelijken. Naar de les
K 1
- kapitaaldekkingsstelsel E3
- Een pensioenstelsel waarin iedereen zijn eigen pot opbouwt. Naar de les
L 1
- laagconjunctuur I1
- Een situatie van onderbesteding, met hoge werkloosheid en afnemende inflatie. Naar de les
M 6
- marginale kosten D5
- De kosten van één extra geproduceerde eenheid. Naar de les
- marginale opbrengst D5
- De verandering van de omzet door één extra verkochte eenheid. Naar de les
- marktfalen D8
- Een uitkomst van de markt die maatschappelijk niet gewenst is. Naar de les
- maximumprijs D8
- Een door de overheid vastgestelde hoogste prijs, die onder het evenwicht ligt. Naar de les
- minimumprijs D8
- Een door de overheid vastgestelde laagste prijs, die boven het evenwicht ligt. Naar de les
- moral hazard G2
- Dat iemand zich minder voorzichtig gedraagt omdat hij verzekerd is. Naar de les
O 3
- omslagstelsel E3
- Een pensioenstelsel waarin de werkenden van nu de uitkeringen van nu betalen. Naar de les
- omzet D5
- De prijs maal het aantal verkochte eenheden. Naar de les
- opbrengstenmatrix F1
- Een tabel met de opbrengsten van beide spelers bij elke combinatie van keuzes. Naar de les
P 9
- prijsdiscriminatie D7
- Verschillende prijzen vragen voor hetzelfde product aan verschillende groepen. Naar de les
- prijsnemer D4
- Een aanbieder die de marktprijs moet accepteren. Naar de les
- prijszetter D4
- Een aanbieder die zijn eigen prijs kan bepalen. Naar de les
- primaire inkomen H3
- Het inkomen dat je op de markt verdient, voor herverdeling. Naar de les
- procentpunt A2
- Het verschil tussen twee percentages. Naar de les
- procentuele verandering A2
- De verandering gedeeld door de oude waarde, maal honderd. Naar de les
- producentensurplus D6
- Het verschil tussen de marktprijs en de laagste prijs waarvoor aanbieders willen leveren. Naar de les
- productdifferentiatie D7
- Je product net anders maken dan dat van de concurrent. Naar de les
- productiefactoren H2
- Arbeid, kapitaal, natuur en ondernemerschap. Naar de les
Q 1
- quotum D8
- Een door de overheid vastgelegde maximale hoeveelheid. Naar de les
R 1
- rente G3
- De vergoeding voor het uitlenen van geld of voor het uitstellen van consumptie. Naar de les
S 5
- secundaire inkomen H3
- Het inkomen na belastingen, premies, uitkeringen en toeslagen. Naar de les
- sociale norm F2
- Een ongeschreven regel die het gedrag en daarmee de opbrengsten in een spel beïnvloedt. Naar de les
- staatsschuld E2
- Het totaal van alle openstaande schulden van de overheid op een moment. Naar de les
- structurele groei H2
- Groei van de productiecapaciteit op lange termijn. Naar de les
- subsidie D8
- Een bijdrage van de overheid die de kostprijs of de prijs verlaagt. Naar de les
T 1
- totale kosten D5
- De constante kosten plus de variabele kosten. Naar de les
V 4
- variabele kosten D5
- Kosten die meegroeien met de productie. Naar de les
- vermogen E1
- Het bezit min de schulden op een bepaald moment. Naar de les
- verwachte schadebedrag G1
- De kans op schade maal de hoogte van die schade. Naar de les
- volkomen concurrentie D3
- Een markt met veel aanbieders, een homogeen goed en vrije toetreding. Naar de les
W 1
- werkloosheid D9
- Dat iemand werk zoekt en beschikbaar is maar geen baan heeft. Naar de les
Z 1
- zelfbinding F2
- Jezelf vrijwillig een keuze ontnemen om je belofte of dreiging geloofwaardig te maken. Naar de les
Geen begrip gevonden. Probeer een ander woord.