Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

20 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. model

    Een vereenvoudiging van de werkelijkheid waar je aan kunt rekenen. Hij rust op aannames en is alleen daarbinnen bruikbaar.

    Naar de les over Natuurwetten en modellen

  2. zwaartekracht

    De kracht waarmee de aarde aan een voorwerp trekt. Je rekent hem uit met de massa keer de valversnelling.

    Naar de les over Krachten en de tweede wet van Newton

  3. omgekeerd evenredig

    Twee grootheden waarvan het product gelijk blijft, dus de ene wordt half zo groot als de andere verdubbelt.

    Naar de les over Een grafiek rechttrekken

  4. helling

    De steilheid van een grafiek, uitgerekend als het verschil verticaal gedeeld door het verschil horizontaal. Welke grootheid eruit komt hangt af van wat er op de assen staat.

    Naar de les over Een grafiek rechttrekken

  5. watt

    De eenheid van vermogen, met symbool W. Een apparaat van 1000 watt gebruikt duizend joule per seconde.

    Naar de les over Schakelingen en de inwendige weerstand

  6. tweede wet van Newton

    De resulterende kracht is de massa keer de versnelling. Meer massa vraagt dus meer kracht voor dezelfde versnelling.

    Naar de les over Krachten en de tweede wet van Newton

  7. capaciteit

    De lading die een condensator per volt vasthoudt, in farad. De energie erin is een half keer de capaciteit keer het kwadraat van de spanning.

    Naar de les over De condensator

  8. kilowattuur

    De eenheid waarin je energierekening rekent. Het is het verbruik van duizend watt gedurende een uur.

    Naar de les over Schakelingen en de inwendige weerstand

  9. homogeen veld

    Een veld dat overal even sterk is en dezelfde kant op wijst, zoals tussen twee parallelle platen.

    Naar de les over Het elektrisch veld

  10. absorptiespectrum

    Donkere lijnen in doorvallend wit licht, op precies de plekken waar een gas zelf zou uitzenden.

    Naar de les over Fotonen, spectra en energieniveaus

  11. buik

    Een punt in een staande golf met de grootste uitwijking. Aan een open uiteinde zit een buik.

    Naar de les over Staande golven en eigentonen

  12. moment

    De kracht keer de arm ten opzichte van een draaipunt, in newtonmeter. Gaat de werklijn door het draaipunt, dan is het moment nul.

    Naar de les over Biofysica van het lichaam

  13. amplitude

    De grootste uitwijking vanuit de evenwichtsstand. Bij geluid hoor je een grotere amplitude als harder.

    Naar de les over Trillingen en de harmonische beweging

  14. systematische fout

    Een fout die elke meting dezelfde kant op verschuift, bijvoorbeeld een meter die niet op nul staat. Vaker meten helpt daar niet tegen.

    Naar de les over Van vraag naar meetopzet

  15. arm

    De kortste afstand van het draaipunt tot de werklijn van een kracht, loodrecht gemeten. Niet de afstand tot het aangrijpingspunt.

    Naar de les over Biofysica van het lichaam

  16. flux

    De magnetische inductie keer het omsloten oppervlak, in weber. Alleen een verandering van de flux wekt spanning op.

    Naar de les over Inductie en de wet van Faraday

  17. resulterende kracht

    Wat er van alle krachten op een voorwerp samen overblijft. Is hij nul, dan blijft de snelheid gelijk.

    Naar de les over Krachten en de tweede wet van Newton

  18. zwaarte-energie

    De energie die iets heeft doordat het hoog staat. Hij hangt af van de massa, de valversnelling en de hoogte, en wordt kinetische energie zodra het valt.

    Naar de les over Arbeid, energie en behoud

  19. parallelschakeling

    Onderdelen naast elkaar tussen dezelfde twee punten. De spanning is over alle takken gelijk en de stromen tellen op.

    Naar de les over Schakelingen en de inwendige weerstand

  20. veldlijn

    Een lijn die de richting van de kracht op een positieve lading aangeeft. Veldlijnen lopen van positief naar negatief en kruisen elkaar nooit.

    Naar de les over Het elektrisch veld

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 144 begrippen.

2 onderwerpen
8 onderwerpen
5 onderwerpen
3 onderwerpen
1 onderwerp
4 onderwerpen
2 onderwerpen
1 onderwerp
2 onderwerpen
1 onderwerp
5 onderwerpen
Begin opnieuw