Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
10 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
stoot
De kracht keer de tijd waarin hij werkt. De stoot is precies gelijk aan de verandering van de impuls.
-
raaklijn
Een rechte lijn die een kromme in een punt raakt. De helling ervan geeft de waarde op dat moment, bijvoorbeeld de snelheid.
-
akoestische impedantie
Een eigenschap van weefsel die bepaalt hoeveel geluid er op een grens terugkaatst. Een groot verschil geeft een sterke echo.
-
impuls
De massa keer de snelheid van een voorwerp, met een richting erbij. In een botsing zonder kracht van buiten blijft de totale impuls gelijk.
-
schaalverdeling
De afstand tussen twee streepjes op een meter, uitgedrukt in de gemeten grootheid. Die bepaalt hoe nauwkeurig je kunt aflezen.
-
gravitatie-energie
De energie van twee massa’s door hun onderlinge aantrekking. Hij is negatief, met het nulpunt op oneindige afstand.
-
decibel
De eenheid van geluidsniveau. De schaal is logaritmisch, dus je mag decibellen niet bij elkaar optellen.
-
lorentzfactor
De factor waarmee tijd langer en lengte korter wordt bij hoge snelheid. Bij alledaagse snelheden is hij vrijwel een.
-
emissiespectrum
Het patroon van losse lijnen dat een gas uitzendt. Elke lijn hoort bij een sprong, en elke stof heeft zijn eigen patroon.
-
buiging
Het ombuigen van een golf om een rand of door een spleet. Sterker bij een grote golflengte ten opzichte van de opening.