Naar de inhoud
Inloggen

Natuurkunde vwo

Biofysica van het lichaam

Ongeveer 10 minuten. Het hart is een pomp, het oog een lens en het skelet een stelsel hefbomen.

Het lichaam volgt dezelfde natuurkunde als de rest. Druk en stroming in de bloedsomloop, lenzen in het oog, hefbomen in het skelet en warmteafgifte door de huid.

Bekende formules in een nieuwe context

De bloeddruk meet je in millimeter kwikdruk. Over een vernauwing valt druk weg, en bij een smaller vat moet het hart meer druk leveren voor dezelfde doorstroming.

Het oog is een lenzenstelsel met een variabele sterkte. Bij accommoderen wordt de ooglens boller, en een bril corrigeert het verschil tussen de benodigde en de aanwezige sterkte.

In het skelet grijpen spieren vlak bij het draaipunt aan. De arm is daardoor kort en de spierkracht veel groter dan het gewicht dat je tilt, maar de hand legt wel een grote afstand af.

Warmte verlaat het lichaam door straling, geleiding, stroming en verdamping. Bij zweten koelt niet het vocht zelf maar het verdampen ervan, en daarom werkt het slecht in vochtige lucht.

Korte arm, grote kracht

draaipuntspierkracht, grootgewicht, kleinkorte armkracht keer arm is aan beide kanten gelijk

Een korte arm vraagt een grote kracht.

Zo pak je een biofysische vraag aan

1

Herken het systeem

Gaat het over druk en stroming, over een lens, over een hefboom of over warmte?

2

Teken het natuurkundige model

Een arm wordt een balk met een draaipunt, een bloedvat een buis, het oog een lens met een scherm.

3

Gebruik de gewone formules

Druk is kracht gedeeld door oppervlak, bij een hefboom is kracht keer arm aan beide kanten gelijk.

4

Toets of het biologisch kan

Een spierkracht van tien newton om vijf kilogram te tillen is onzin. Zo vang je een rekenfout.

De fout die bijna iedereen maakt

Je houdt een gewicht in je hand. Hoe groot is de kracht van je biceps ongeveer?

ongeveer even groot als het gewichtklopt niet

Kracht keer arm moet aan beide kanten gelijk zijn. De spier heeft een arm van een paar centimeter en de hand van tientallen, dus de spierkracht is een veelvoud van het gewicht. Daar staat tegenover dat de hand veel sneller beweegt.

Zeg welke natuurkunde je gebruikt

In een biofysische vraag zitten de punten op het benoemen van het model. Zeg dat je de arm als hefboom ziet of het vat als buis, en noem de formule erbij, want daar is het vak op uit.

Biofysica van het lichaam

Check jezelf

Waarom is de spierkracht in een arm zo groot?

Kracht keer arm is aan beide kanten gelijk, dus een korte arm vraagt een grote kracht.

Wat gebeurt er met de ooglens bij dichtbij kijken?

Een bollere lens heeft een grotere sterkte en brengt dichtbij licht op het netvlies samen.

Waardoor koelt zweten?

Verdampen kost energie, en die haalt het uit de huid. In vochtige lucht verdampt het nauwelijks.

Wat gebeurt er met de benodigde hartdruk bij een vernauwd vat?

Een smaller vat biedt meer weerstand, dus is er meer druk nodig voor dezelfde doorstroming.

In jouw boek

Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.

De begrippen uit deze les

arm
De kortste afstand van het draaipunt tot de werklijn van een kracht, loodrecht gemeten. Niet de afstand tot het aangrijpingspunt.
bloeddruk
De druk van het bloed op de vaatwand, meestal in millimeter kwikdruk. Hij wisselt tussen de bovendruk bij het samentrekken en de onderdruk daartussen.
druk
De kracht per oppervlak, in pascal. Dezelfde kracht op een kleiner oppervlak geeft een hogere druk.
hefboom
Een stijf voorwerp dat om een draaipunt kan draaien. In het lichaam zijn de botten de hefbomen en de spieren de krachten.
moment
De kracht keer de arm ten opzichte van een draaipunt, in newtonmeter. Gaat de werklijn door het draaipunt, dan is het moment nul.
momentenwet
Bij evenwicht is de som van de momenten linksom gelijk aan de som rechtsom, gerekend om hetzelfde draaipunt.
soortelijke warmte
De energie die nodig is om één kilogram van een stof één graad warmer te maken. Water heeft een hoge soortelijke warmte.
warmteafgifte
De energie die het lichaam per seconde aan de omgeving verliest, door straling, geleiding, stroming en verdamping.
werklijn
De lijn waarop een kracht werkt, de krachtpijl naar beide kanten verlengd. Daarop meet je de arm loodrecht.

Overhoor deze begrippenAlle begrippen van dit vak

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 28-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak