Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

40 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. soevereiniteit

    Het hoogste gezag over een gebied. Formele soevereiniteit valt niet vanzelf samen met economische zelfstandigheid.

    Naar de les over Het conflict van 1945 tot 1949

  2. parlementaire democratie

    Een stelsel waarin gekozen vertegenwoordigers de regering controleren en wetten vaststellen.

    Naar de les over Hoe Nederland bestuurd wordt

  3. distributiestelsel

    Een regeling waarbij de overheid schaarse goederen verdeelt met bonnen.

    Naar de les over De Eerste Wereldoorlog

  4. bronverwijzing

    De aanduiding waar je informatie vandaan komt, zodat een lezer het kan nagaan.

    Naar de les over Zelf informatie zoeken en verwerken

  5. beurskrach

    Een plotselinge instorting van de koersen op de beurs.

    Naar de les over Het Interbellum en de crisis

  6. indirect bestuur

    Koloniaal bestuur via bestaande elites en instellingen. Goedkoop, maar het houdt structuren in stand die verzet mogelijk maken.

    Naar de les over Nederland en Indonesie

  7. aanleiding

    De gebeurtenis die de zaak in gang zet. Zonder structurele oorzaken had die gebeurtenis weinig losgemaakt.

    Naar de les over Werken met bronnen en tijd

  8. communisme

    De ideologie die de productiemiddelen in gemeenschappelijke handen wil brengen en in de praktijk een totalitaire partijstaat opleverde.

    Naar de les over Een thema uitdiepen, de Sovjet-Unie

  9. secularisatie

    Het terugtreden van kerk en geloof uit het dagelijks leven en uit de politiek.

    Naar de les over Verzuiling en ontzuiling

  10. arbeidsinzet

    De gedwongen tewerkstelling van mannen in Duitse fabrieken tijdens de bezetting.

    Naar de les over Bezetting en vervolging in Nederland

  11. secundaire bron

    Een bron die later over die tijd is gemaakt, bijvoorbeeld een boek van een historicus.

    Naar de les over Een bron beoordelen

  12. anachronisme

    Het beoordelen of beschrijven van het verleden met begrippen of maatstaven die toen nog niet bestonden.

    Naar de les over Werken met bronnen en tijd

  13. Lebensraum

    De nazi-opvatting dat Duitsland recht had op woongebied in het oosten van Europa.

    Naar de les over Dictaturen in het Interbellum

  14. betrouwbaarheid

    De vraag voor welk doel je de inhoud van een bron kunt gebruiken. Een bron is niet betrouwbaar of onbetrouwbaar maar bruikbaar voor een bepaalde vraag.

    Naar de les over Een bron beoordelen

  15. grondrecht

    Een recht van burgers dat in een grondwet is vastgelegd en dat de macht van de overheid begrenst.

    Naar de les over De grondwet van 1848

  16. politionele actie

    De naam die Nederland gaf aan het militaire optreden in Indonesie, om het woord oorlog te vermijden.

    Naar de les over Het conflict van 1945 tot 1949

  17. totale oorlog

    Een oorlog waarin de hele samenleving wordt ingezet en ook steden en burgers doelwit zijn.

    Naar de les over De Tweede Wereldoorlog in Europa

  18. sociale zekerheid

    Het stelsel van uitkeringen en verzekeringen dat inkomen geeft bij ziekte, werkloosheid of ouderdom.

    Naar de les over Sociale zekerheid en de verzorgingsstaat

  19. plantagekolonie

    Een kolonie die draait op grootschalige landbouw voor de export, met dwangarbeid en slavernij als arbeidsvorm.

    Naar de les over Nederland en Indonesie

  20. periodisering

    Het indelen van de geschiedenis in perioden. Die indeling is achteraf gemaakt en daarmee altijd een keuze.

    Naar de les over Werken met bronnen en tijd

  21. democratisering

    Het proces waarin steeds meer mannen en vrouwen gaan deelnemen aan het politieke proces.

    Naar de les over Van kiesrecht voor weinigen naar iedereen

  22. continuiteit

    Wat er ondanks veranderingen hetzelfde blijft. Een goed antwoord over verandering noemt die continuiteit erbij.

    Naar de les over Het historisch overzicht vanaf 1900

  23. censuur

    Het vooraf controleren en tegenhouden van wat gezegd, geschreven of getoond mag worden.

    Naar de les over Dictaturen in het Interbellum

  24. vluchteling

    Iemand die zijn woonplaats verliet of moest verlaten door oorlog of vervolging.

    Naar de les over Israel en de Arabische wereld

  25. pluriforme samenleving

    Een samenleving waarin verschillende groepen met eigen opvattingen en gewoonten naast elkaar leven.

    Naar de les over Nederland verandert na 1945

  26. jeugdcultuur

    Eigen muziek, kleding en omgangsvormen van jongeren, los van die van hun ouders.

    Naar de les over Nederland verandert na 1945

  27. censuskiesrecht

    Stemrecht dat aan een belastinggrens hangt, zodat alleen mannen met genoeg bezit mochten kiezen.

    Naar de les over Van kiesrecht voor weinigen naar iedereen

  28. hoofdvraag

    De vraag waar je onderzoek over gaat. Je verdeelt hem in subvragen om hem te kunnen beantwoorden.

    Naar de les over Zelf informatie zoeken en verwerken

  29. jaartelling

    De afspraak vanaf welk jaar je telt. Onze westers-christelijke jaartelling is er een van, en andere culturen gebruiken een ander beginpunt.

    Naar de les over Werken met bronnen en tijd

  30. ontzuiling

    Het losser worden van de band met de eigen zuil, waardoor mensen school, krant, club en partij zelf gingen kiezen.

    Naar de les over Verzuiling en ontzuiling

  31. loonafhankelijkheid

    De situatie waarin loon de enige bron van bestaan is, zonder grond of gereedschap om op terug te vallen.

    Naar de les over De industriele samenleving in Nederland

  32. emancipatiebeweging

    Een beweging die gelijke rechten eist voor een groep die achtergesteld is.

    Naar de les over Nederland verandert na 1945

  33. wapenwedloop

    Het over en weer uitbreiden van bewapening, waarbij elke kant reageert op wat de ander doet.

    Naar de les over De Koude Oorlog

  34. Europese eenwording

    De samenwerking tussen Europese landen die begon als economische samenwerking en uitgroeide tot een politieke unie.

    Naar de les over Nederland en Europa

  35. verzuiling

    De organisatie van de samenleving in zuilen met eigen partijen, scholen, kranten en verenigingen op grond van geloof of levensbeschouwing.

    Naar de les over Verzuiling en ontzuiling

  36. interne markt

    Een markt waarin goederen, diensten, geld en mensen zonder grenzen bewegen tussen de deelnemende landen.

    Naar de les over Nederland en Europa

  37. rechtsstaat

    Een staat die de macht aan regels bindt en rechten van burgers beschermt, met onafhankelijke rechters.

    Naar de les over De grondwet van 1848

  38. feminisme

    De beweging die gelijke rechten voor vrouwen eist, te beginnen bij onderwijs, arbeid en kiesrecht.

    Naar de les over Nederland verandert na 1945

  39. tweefrontenoorlog

    Een oorlog waarin een land aan twee kanten tegelijk moet vechten.

    Naar de les over De Tweede Wereldoorlog in Europa

  40. dekolonisatie

    Het proces waarin kolonien onafhankelijke staten worden en de westerse hegemonie in de wereld eindigt.

    Naar de les over Nederland en Indonesie

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 101 begrippen.

2 onderwerpen
1 onderwerp
8 onderwerpen
1 onderwerp
2 onderwerpen
3 onderwerpen
1 onderwerp
1 onderwerp
1 onderwerp
1 onderwerp
3 onderwerpen
3 onderwerpen
Begin opnieuw