Naar de inhoud
Inloggen

Geschiedenis vmbo gl/tl

Werken met bronnen en tijd

Ongeveer 9 minuten. Vier vaardigheden die in elke examenvraag terugkomen.

Je hebt vier dingen nodig. Een bron beoordelen, oorzaak en gevolg uit elkaar houden, gebeurtenissen op volgorde zetten, en een standpunt met argumenten onderbouwen.

Vier vaardigheden op een rij

Bij een bron kijk je wie hem maakte, wanneer en waarom. Een krantenbericht uit 1950 zegt iets anders dan een geschiedenisboek uit 2020, ook als ze over hetzelfde gaan.

Bij oorzaak en gevolg scheid je wat eraan vooraf ging van wat erop volgde. Niet alles wat eerder gebeurde is een oorzaak, en dat is precies de val in dit soort vragen.

Bij volgorde gebruik je jaartallen en periodes. Weet je een jaartal niet, zoek dan naar een aanwijzing in de bron, zoals een uitvinding, een naam of een kledingstijl.

Bij een standpunt geef je minstens twee argumenten en verwijs je naar de bron. Een mening zonder argument levert op het examen niets op.

Vier vragen bij elke opgave

wie maakte ditwat was de oorzaakwat kwam eerstwelk argumentmet deze vier kom je bij bijna elke vraag veren noem altijd de bron waar je het uit haalt

Deze vier komen in bijna elke examenvraag terug.

Zo pak je een bronvraag aan

1

Lees eerst wat er gevraagd wordt

De laatste regel van de opgave zegt wat je moet doen. Lees die voordat je de bron leest.

2

Kijk naar de bronvermelding

Wie, wanneer en wat voor soort bron. Daar staat vaak al de helft van het antwoord.

3

Zoek in de bron wat je nodig hebt

Onderstreep de zin die bij de vraag past, zodat je er in je antwoord naar kunt verwijzen.

4

Schrijf het antwoord met een verwijzing

Zeg wat je vindt en waar in de bron dat staat. Zonder verwijzing levert het minder op.

De fout die bijna iedereen maakt

Een bron is geschreven door iemand die er zelf bij was. Is die daarom betrouwbaar?

ja, hij heeft het zelf geziente snel

Erbij zijn geweest maakt een bron waardevol maar niet automatisch waar. Iemand die er belang bij heeft dat het verhaal zo gaat, kiest wat hij vertelt. Kijk dus altijd of de maker iets te winnen had.

Lees de laatste regel eerst

In de laatste regel van een opgave staat wat je moet doen, bijvoorbeeld toelichten, verklaren of een argument geven. Lees die regel voordat je de bron leest, dan lees je gericht en zie je sneller wat je nodig hebt.

Werken met bronnen en tijd

Check jezelf

Wat kijk je het eerst na bij een bron?

De bronvermelding bevat vaak al de helft van het antwoord.

Is alles wat eerder gebeurde een oorzaak?

Volgorde in de tijd is iets anders dan een oorzakelijk verband.

Hoeveel argumenten geef je bij een standpunt?

En je verwijst daarbij naar de bron, anders telt het antwoord nauwelijks.

Wat lees je het eerst in een opgave?

Dan weet je wat je zoekt en lees je de bron gericht.

In jouw boek

Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.

De begrippen uit deze les

aanleiding
De gebeurtenis die de zaak in gang zet. Zonder structurele oorzaken had die gebeurtenis weinig losgemaakt.
anachronisme
Het beoordelen of beschrijven van het verleden met begrippen of maatstaven die toen nog niet bestonden.
eeuw
Een periode van honderd jaar. Het eeuwnummer is het aantal volle honderdtallen plus een, behalve bij een rond honderdtal.
jaartelling
De afspraak vanaf welk jaar je telt. Onze westers-christelijke jaartelling is er een van, en andere culturen gebruiken een ander beginpunt.
onbedoeld gevolg
Een uitkomst die niemand beoogde, soms het tegenovergestelde van wat een maatregel wilde bereiken.
periodisering
Het indelen van de geschiedenis in perioden. Die indeling is achteraf gemaakt en daarmee altijd een keuze.
structurele oorzaak
Een oorzaak die jaren of decennia doorwerkt, zoals economische verhoudingen of een politiek stelsel dat niet meer past.

Overhoor deze begrippenAlle begrippen van dit vak

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 28-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak