Naar de inhoud
Inloggen

Geschiedenis vmbo gl/tl

Begrippenlijst

vmbo gl/tl

101 begrippen die je bij Geschiedenis op vmbo gl/tl moet kennen, elk met een paar zinnen uitleg. Staat er een les bij, dan wordt het begrip daar gebruikt en geoefend.

Overhoor jezelf op deze begrippen

A 4

aanleiding GS/K/3
De gebeurtenis die de zaak in gang zet. Zonder structurele oorzaken had die gebeurtenis weinig losgemaakt. Naar de les
algemeen kiesrecht GS/K/5
Het recht van alle volwassen burgers om te stemmen, in Nederland in stappen bereikt na politieke strijd. Naar de les
anachronisme GS/K/3
Het beoordelen of beschrijven van het verleden met begrippen of maatstaven die toen nog niet bestonden. Naar de les
arbeidsinzet GS/K/10
De gedwongen tewerkstelling van mannen in Duitse fabrieken tijdens de bezetting. Naar de les

B 9

betrouwbaarheid GS/K/2
De vraag voor welk doel je de inhoud van een bron kunt gebruiken. Een bron is niet betrouwbaar of onbetrouwbaar maar bruikbaar voor een bepaalde vraag. Naar de les
beurskrach GS/K/10
Een plotselinge instorting van de koersen op de beurs. Naar de les
bezetting GS/K/10
De situatie waarin een vreemde mogendheid het gezag in een land uitoefent, zoals Duitsland in Nederland deed. Naar de les
bezettingszone GS/K/9
Een deel van een verslagen land dat door een van de overwinnaars bestuurd werd. Naar de les
blokvorming GS/K/9
Het indelen van landen in twee kampen die tegenover elkaar staan. Naar de les
bondgenootschap GS/V/6
Een afspraak tussen landen om elkaar militair bij te staan. Naar de les
breukpunt GS/K/10
Een moment waarop tijdgenoten zelf merkten dat de situatie wezenlijk veranderde, in tegenstelling tot een jaartal dat wij achteraf handig vinden. Naar de les
bronverwijzing GS/V/7
De aanduiding waar je informatie vandaan komt, zodat een lezer het kan nagaan. Naar de les
bruikbaarheid GS/K/2
Of een bron bij jouw vraag past. Een onbetrouwbare bron kan heel bruikbaar zijn. Naar de les

C 9

capitulatie GS/K/10
De overgave van een leger of een land aan de tegenstander. Naar de les
censuskiesrecht GS/K/5
Stemrecht dat aan een belastinggrens hangt, zodat alleen mannen met genoeg bezit mochten kiezen. Naar de les
censuur GS/K/10
Het vooraf controleren en tegenhouden van wat gezegd, geschreven of getoond mag worden. Naar de les
collaboratie GS/K/10
Het samenwerken met de bezetter, van meegaan in de uitvoering van maatregelen tot actieve steun. Naar de les
collectivisatie GS/V/9
Het samenvoegen van boerenbedrijven tot grote bedrijven onder leiding van de staat. Naar de les
communisme GS/V/9
De ideologie die de productiemiddelen in gemeenschappelijke handen wil brengen en in de praktijk een totalitaire partijstaat opleverde. Naar de les
confessionalisme GS/V/5
De stroming die het geloof als grondslag voor politiek handelen neemt en zich organiseert in eigen partijen en verenigingen. Naar de les
continuiteit GS/K/10
Wat er ondanks veranderingen hetzelfde blijft. Een goed antwoord over verandering noemt die continuiteit erbij. Naar de les
crisis van het wereldkapitalisme GS/K/10
De wereldwijde economische instorting met massale werkloosheid die het vertrouwen in bestaande partijen ondermijnde. Naar de les

D 6

dekolonisatie GS/K/4
Het proces waarin kolonien onafhankelijke staten worden en de westerse hegemonie in de wereld eindigt. Naar de les
deling van Duitsland GS/K/9
Het uiteengroeien van de bezettingszones tot twee Duitse staten met elk een eigen bondgenoot. Naar de les
democratisering GS/K/5
Het proces waarin steeds meer mannen en vrouwen gaan deelnemen aan het politieke proces. Naar de les
deportatie GS/K/10
Het onder dwang wegvoeren van mensen naar een ander gebied of naar een kamp. Naar de les
dictatuur GS/K/10
Een staat waarin een partij of leider alles bepaalt en er geen echte keuze en geen vrije pers is. Naar de les
distributiestelsel GS/K/10
Een regeling waarbij de overheid schaarse goederen verdeelt met bonnen. Naar de les

E 4

Eerste Kamer GS/K/5
De Kamer die een voorstel na de Tweede Kamer alleen nog kan aannemen of verwerpen. Naar de les
eeuw GS/K/3
Een periode van honderd jaar. Het eeuwnummer is het aantal volle honderdtallen plus een, behalve bij een rond honderdtal. Naar de les
emancipatiebeweging GS/K/8
Een beweging die gelijke rechten eist voor een groep die achtergesteld is. Naar de les
Europese eenwording GS/V/2
De samenwerking tussen Europese landen die begon als economische samenwerking en uitgroeide tot een politieke unie. Naar de les

F 2

fascisme GS/K/10
De ideologie die natie en leider centraal stelt, tegenstanders uitschakelt en de samenleving van bovenaf ordent. Naar de les
feminisme GS/K/8
De beweging die gelijke rechten voor vrouwen eist, te beginnen bij onderwijs, arbeid en kiesrecht. Naar de les

G 6

gastarbeider GS/K/8
Iemand die op uitnodiging naar Nederland kwam om te werken toen er handen tekortkwamen. Naar de les
genocide GS/K/10
Het stelselmatig vernietigen van een bevolkingsgroep om wie zij is. In dit tijdvak gaat het in het bijzonder om de vervolging van de joden. Naar de les
globalisering GS/K/10
Het sneller en verder bewegen van goederen, geld, mensen en nieuws over de wereld. Naar de les
grijze zone GS/K/10
Het gebied tussen volledig meewerken en gewapend verzet, waarin aanpassen, wegkijken, traineren en helpen vallen. Naar de les
grondrecht GS/K/5
Een recht van burgers dat in een grondwet is vastgelegd en dat de macht van de overheid begrenst. Naar de les
grondwet GS/K/5
De wet die de inrichting van de staat en de rechten van burgers vastlegt en boven andere wetten staat. Naar de les

H 2

herstelbetaling GS/K/10
Een betaling die een verslagen land moet doen voor de schade van een oorlog. Naar de les
hoofdvraag GS/V/7
De vraag waar je onderzoek over gaat. Je verdeelt hem in subvragen om hem te kunnen beantwoorden. Naar de les

I 4

indirect bestuur GS/K/4
Koloniaal bestuur via bestaande elites en instellingen. Goedkoop, maar het houdt structuren in stand die verzet mogelijk maken. Naar de les
industriele revolutie GS/K/6
De overgang naar productie met machines in fabrieken, die de basis legde voor een industriele samenleving. Naar de les
interne markt GS/V/2
Een markt waarin goederen, diensten, geld en mensen zonder grenzen bewegen tussen de deelnemende landen. Naar de les
interpretatie GS/K/2
De samenhangende uitleg die een historicus aan bronnen geeft. Twee historici met dezelfde bronnen komen tot een andere interpretatie door hun vraag, selectie en waardepatroon. Naar de les

J 2

jaartelling GS/K/3
De afspraak vanaf welk jaar je telt. Onze westers-christelijke jaartelling is er een van, en andere culturen gebruiken een ander beginpunt. Naar de les
jeugdcultuur GS/K/8
Eigen muziek, kleding en omgangsvormen van jongeren, los van die van hun ouders. Naar de les

K 2

kabinet GS/K/5
De ministers en staatssecretarissen samen. Zij vormen met de koning de regering. Naar de les
Koude Oorlog GS/K/9
De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken met een wapenwedloop en de dreiging van een atoomoorlog. Naar de les

L 4

Lebensraum GS/K/10
De nazi-opvatting dat Duitsland recht had op woongebied in het oosten van Europa. Naar de les
liberalisme GS/K/5
De stroming die vrijheid van het individu centraal stelt en een terughoudende overheid wil. Naar de les
loonafhankelijkheid GS/K/6
De situatie waarin loon de enige bron van bestaan is, zonder grond of gereedschap om op terug te vallen. Naar de les
loopgravenoorlog GS/K/10
Een oorlog waarin beide kanten zich ingraven en de fronten nauwelijks bewegen. Naar de les

M 5

massaorganisatie GS/V/5
Het organiseren van grote groepen mensen in verenigingen en bewegingen die aan een partij of staat verbonden zijn. Naar de les
milieubeweging GS/V/3
Groepen die aandacht vragen voor vervuiling en voor de gevolgen daarvan voor mens en natuur. Naar de les
ministeriele verantwoordelijkheid GS/K/5
De regel dat ministers verantwoording afleggen aan het parlement en niet de vorst. Naar de les
mobilisatie GS/K/10
Het onder de wapenen roepen van soldaten, zodat het leger klaarstaat. Naar de les
modern imperialisme GS/K/4
De vorm van koloniale overheersing die samenhing met de industrialisatie en gericht was op grondstoffen, afzetmarkten en prestige. Naar de les

N 2

nationalisme GS/K/10
De stroming die de eigen natie centraal stelt. Zij kan mensen verbinden en tegelijk anderen uitsluiten. Naar de les
neutraliteit GS/K/10
De keuze van een land om in een oorlog geen partij te kiezen en niet mee te vechten. Naar de les

O 2

onbedoeld gevolg GS/K/3
Een uitkomst die niemand beoogde, soms het tegenovergestelde van wat een maatregel wilde bereiken. Naar de les
ontzuiling GS/V/5
Het losser worden van de band met de eigen zuil, waardoor mensen school, krant, club en partij zelf gingen kiezen. Naar de les

P 8

parlementaire democratie GS/K/5
Een stelsel waarin gekozen vertegenwoordigers de regering controleren en wetten vaststellen. Naar de les
periodisering GS/K/3
Het indelen van de geschiedenis in perioden. Die indeling is achteraf gemaakt en daarmee altijd een keuze. Naar de les
persoonsverheerlijking GS/K/10
Het tonen van de leider als onfeilbaar en als redder van het volk. Naar de les
plantagekolonie GS/K/4
Een kolonie die draait op grootschalige landbouw voor de export, met dwangarbeid en slavernij als arbeidsvorm. Naar de les
pluriforme samenleving GS/K/8
Een samenleving waarin verschillende groepen met eigen opvattingen en gewoonten naast elkaar leven. Naar de les
politionele actie GS/V/1
De naam die Nederland gaf aan het militaire optreden in Indonesie, om het woord oorlog te vermijden. Naar de les
primaire bron GS/K/2
Een bron die uit de tijd zelf komt, gemaakt door iemand die erbij was. Naar de les
propaganda GS/K/2
Het gericht verspreiden van boodschappen om meningen en gedrag te sturen, op grote schaal mogelijk door radio, film en massabijeenkomsten. Naar de les

R 2

rassenleer GS/K/10
De opvatting dat mensen in rangen van rassen zijn in te delen, met de eigen groep bovenaan. Naar de les
rechtsstaat GS/K/5
Een staat die de macht aan regels bindt en rechten van burgers beschermt, met onafhankelijke rechters. Naar de les

S 9

secularisatie GS/V/5
Het terugtreden van kerk en geloof uit het dagelijks leven en uit de politiek. Naar de les
secundaire bron GS/K/2
Een bron die later over die tijd is gemaakt, bijvoorbeeld een boek van een historicus. Naar de les
sociale kwestie GS/K/6
De discussie over de armoede en de werkomstandigheden van arbeiders die bij de industrialisatie hoorden. Naar de les
sociale zekerheid GS/K/7
Het stelsel van uitkeringen en verzekeringen dat inkomen geeft bij ziekte, werkloosheid of ouderdom. Naar de les
socialisme GS/K/6
De stroming die wil dat de overheid ingrijpt om de positie van arbeiders te verbeteren. Naar de les
soevereiniteit GS/V/1
Het hoogste gezag over een gebied. Formele soevereiniteit valt niet vanzelf samen met economische zelfstandigheid. Naar de les
soevereiniteitsoverdracht GS/V/1
Het overdragen van het gezag over een gebied aan een andere staat. Dat is iets anders dan het uitroepen van onafhankelijkheid. Naar de les
structurele oorzaak GS/K/3
Een oorzaak die jaren of decennia doorwerkt, zoals economische verhoudingen of een politiek stelsel dat niet meer past. Naar de les
subvraag GS/V/7
Een vraag over een stuk van de hoofdvraag, met eigen bronnen. Naar de les

T 6

thema GS/V/9
Een onderwerp dat je door de tijdvakken heen onderzoekt, zoals de positie van een groep of de rol van een instelling. Naar de les
tijdvak GS/K/10
Een van de tien perioden waarin het examenprogramma de geschiedenis indeelt, elk met een naam, een tijdsgrens en kenmerkende aspecten. Naar de les
totale oorlog GS/K/10
Een oorlog waarin de hele samenleving wordt ingezet en ook steden en burgers doelwit zijn. Naar de les
totalitair GS/V/9
Een staat waarin de partij niet alleen het bestuur beheerst maar ook pers, onderwijs, vrije tijd en gezin. Naar de les
Tweede Kamer GS/K/5
De gekozen Kamer die wetsvoorstellen behandelt, mag wijzigen en de regering controleert. Naar de les
tweefrontenoorlog GS/K/10
Een oorlog waarin een land aan twee kanten tegelijk moet vechten. Naar de les

V 10

vaccinatie GS/V/4
Een inenting die het lichaam leert een ziekte af te weren voordat iemand die oploopt. Naar de les
verantwoording GS/V/7
Het deel van een onderzoek waarin je vertelt welke bronnen je gebruikte, wat je liet liggen en waarom. Naar de les
Verdrag van Versailles GS/K/10
De vrede na de Eerste Wereldoorlog, die Duitsland de schuld, herstelbetalingen, gebiedsverlies en een klein leger oplegde. Naar de les
Verenigde Naties GS/V/1
De organisatie van landen die na 1945 geschillen wil oplossen zonder oorlog. Naar de les
vertrouwensregel GS/K/5
Een minister of kabinet moet opstappen als de Tweede Kamer het vertrouwen opzegt. Naar de les
verzet GS/K/10
Handelen tegen de bezetter, van illegale bladen en valse papieren tot onderduik en gewapende actie. Naar de les
verzorgingsstaat GS/K/7
Een staat die met uitkeringen, zorg en onderwijs een bodem onder het bestaan van iedere inwoner legt. Naar de les
verzuiling GS/V/5
De organisatie van de samenleving in zuilen met eigen partijen, scholen, kranten en verenigingen op grond van geloof of levensbeschouwing. Naar de les
vluchteling GS/K/11
Iemand die zijn woonplaats verliet of moest verlaten door oorlog of vervolging. Naar de les
volksgezondheid GS/V/4
De gezondheid van de bevolking als geheel, en de maatregelen die daarop gericht zijn. Naar de les

W 3

wapenwedloop GS/K/9
Het over en weer uitbreiden van bewapening, waarbij elke kant reageert op wat de ander doet. Naar de les
werkverschaffing GS/K/10
Werk dat de overheid in crisistijd laat uitvoeren om werklozen een inkomen te geven. Naar de les
wetsvoorstel GS/K/5
Een voorgestelde wet die nog door beide Kamers moet. Pas na instemming van beide is het een wet. Naar de les

Alle onderwerpen