Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
20 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
sectorwerkstuk
Een eigen werkstuk over een onderwerp uit je sector, waarbij je zelf informatie zoekt, verwerkt en presenteert.
Naar de les over Je sectorwerkstuk over een biologisch onderwerp
-
houtvat
Buis in een plant die water met mineralen van de wortels naar de bladeren brengt. Altijd omhoog, nooit terug.
-
bevruchting
Het samensmelten van een eicel en een zaadcel tot één cel met een compleet stel chromosomen.
-
zetmeel
Een lange keten van aan elkaar geplakte glucosemoleculen, de manier waarop een plant suiker opslaat. Je speeksel knipt hem in stukken.
-
heterozygoot
Met twee verschillende allelen. Bij een recessieve aandoening heet zo iemand drager: zelf niets te merken, wel door te geven.
-
kiemen
Het uitgroeien van een zaadje tot een plantje. Daarvoor is water, warmte en zuurstof nodig, licht nog niet.
-
conditioneren
Leren door een koppeling, doordat iets steeds samengaat met een beloning of een straf. Denk aan een hond die kwijlt bij een belletje.
-
biodiversiteit
De verscheidenheid aan leven, op drie niveaus: verschillen binnen een soort, het aantal soorten, en het aantal ecosystemen.
-
egestie
Het kwijtraken van wat nooit in je cellen is geweest, zoals onverteerde resten in je ontlasting. Dat is iets anders dan uitscheiding.
-
mitochondrion
Het onderdeel waar de verbranding plaatsvindt. Hier wordt glucose met zuurstof omgezet en komt de energie vrij waar de cel op draait.
-
mineraal
Een eenvoudige voedingsstof uit de bodem die een plant opneemt via zijn wortels. Reducenten maken ze vrij uit dood materiaal.
-
dominant
Een allel dat het kenmerk laat zien ook als er maar één van is. Het overstemt het andere allel.
-
eenheid
Waarin je meet, bijvoorbeeld gram, milliliter of graden. Een getal zonder eenheid zegt niets.
-
ongeslachtelijke voortplanting
Nageslacht uit één ouder, genetisch identiek. Snel en zeker, maar zonder variatie, en dus kwetsbaar als de omstandigheden veranderen.
-
passieve immunisatie
Je krijgt kant en klare antistoffen toegediend. Dat werkt meteen, maar kort, want je maakt zelf geen geheugencellen aan.
-
natuurlijke selectie
Het proces waarbij individuen die beter passen bij hun omgeving meer nakomelingen krijgen. Je legt het uit in vier stappen: variatie, selectiedruk, overleven en voortplanten, en doorgeven.
-
zaadlob
Het deel van een zaad met het voedsel voor het kiemplantje. Daarop leeft het tot het zelf bladeren heeft.
-
progesteron
Het hormoon van het lege eiblaasje na de eisprong. Het houdt het baarmoederslijmvlies dik, zodat innesteling mogelijk blijft.
-
waarneming
Het beeld of gevoel dat in je hersenen ontstaat uit de signalen van je zintuigen. De prikkel is buiten, de waarneming is binnen.
-
zaad
Een bevruchte eicel met een plantje in rust erin, plus voedsel voor de eerste dagen.