Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

20 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. sectorwerkstuk

    Een eigen werkstuk over een onderwerp uit je sector, waarbij je zelf informatie zoekt, verwerkt en presenteert.

    Naar de les over Je sectorwerkstuk over een biologisch onderwerp

  2. houtvat

    Buis in een plant die water met mineralen van de wortels naar de bladeren brengt. Altijd omhoog, nooit terug.

    Naar de les over Transport in een plant

  3. bevruchting

    Het samensmelten van een eicel en een zaadcel tot één cel met een compleet stel chromosomen.

    Naar de les over Van twee cellen naar een kind

  4. zetmeel

    Een lange keten van aan elkaar geplakte glucosemoleculen, de manier waarop een plant suiker opslaat. Je speeksel knipt hem in stukken.

    Naar de les over Van hap tot bouwstof

  5. heterozygoot

    Met twee verschillende allelen. Bij een recessieve aandoening heet zo iemand drager: zelf niets te merken, wel door te geven.

    Naar de les over Een kruisingsschema maken

  6. kiemen

    Het uitgroeien van een zaadje tot een plantje. Daarvoor is water, warmte en zuurstof nodig, licht nog niet.

    Naar de les over Van zaad tot plant

  7. conditioneren

    Leren door een koppeling, doordat iets steeds samengaat met een beloning of een straf. Denk aan een hond die kwijlt bij een belletje.

    Naar de les over Aangeboren en aangeleerd gedrag

  8. biodiversiteit

    De verscheidenheid aan leven, op drie niveaus: verschillen binnen een soort, het aantal soorten, en het aantal ecosystemen.

    Naar de les over Waarom wij de natuur nodig hebben

  9. egestie

    Het kwijtraken van wat nooit in je cellen is geweest, zoals onverteerde resten in je ontlasting. Dat is iets anders dan uitscheiding.

    Naar de les over Wat je nieren uit je bloed halen

  10. mitochondrion

    Het onderdeel waar de verbranding plaatsvindt. Hier wordt glucose met zuurstof omgezet en komt de energie vrij waar de cel op draait.

    Naar de les over Van cel naar organisme

  11. mineraal

    Een eenvoudige voedingsstof uit de bodem die een plant opneemt via zijn wortels. Reducenten maken ze vrij uit dood materiaal.

    Naar de les over Schimmels en bacteriën ruimen op

  12. dominant

    Een allel dat het kenmerk laat zien ook als er maar één van is. Het overstemt het andere allel.

    Naar de les over Een kruisingsschema maken

  13. eenheid

    Waarin je meet, bijvoorbeeld gram, milliliter of graden. Een getal zonder eenheid zegt niets.

    Naar de les over Een tabel of diagram lezen

  14. ongeslachtelijke voortplanting

    Nageslacht uit één ouder, genetisch identiek. Snel en zeker, maar zonder variatie, en dus kwetsbaar als de omstandigheden veranderen.

    Naar de les over Planten zonder zaad

  15. passieve immunisatie

    Je krijgt kant en klare antistoffen toegediend. Dat werkt meteen, maar kort, want je maakt zelf geen geheugencellen aan.

    Naar de les over Antistoffen en vaccinatie

  16. natuurlijke selectie

    Het proces waarbij individuen die beter passen bij hun omgeving meer nakomelingen krijgen. Je legt het uit in vier stappen: variatie, selectiedruk, overleven en voortplanten, en doorgeven.

    Naar de les over Hoe evolutie werkt

  17. zaadlob

    Het deel van een zaad met het voedsel voor het kiemplantje. Daarop leeft het tot het zelf bladeren heeft.

    Naar de les over Van zaad tot plant

  18. progesteron

    Het hormoon van het lege eiblaasje na de eisprong. Het houdt het baarmoederslijmvlies dik, zodat innesteling mogelijk blijft.

    Naar de les over De cyclus van 28 dagen

  19. waarneming

    Het beeld of gevoel dat in je hersenen ontstaat uit de signalen van je zintuigen. De prikkel is buiten, de waarneming is binnen.

    Naar de les over Wat je zintuigen opvangen

  20. zaad

    Een bevruchte eicel met een plantje in rust erin, plus voedsel voor de eerste dagen.

    Naar de les over Van zaad tot plant

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 144 begrippen.

1 onderwerp
1 onderwerp
1 onderwerp
1 onderwerp
2 onderwerpen
2 onderwerpen
1 onderwerp
4 onderwerpen
1 onderwerp
1 onderwerp
2 onderwerpen
3 onderwerpen
1 onderwerp
6 onderwerpen
4 onderwerpen
Begin opnieuw