Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
10 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
ooglens
Het doorzichtige lensje achter je pupil dat het licht buigt. Door van vorm te veranderen stelt je oog scherp op dichtbij of ver weg.
-
allel
Een van de varianten van een gen. Je hebt er twee van, één van elke ouder, en samen bepalen ze het kenmerk.
-
oestrogeen
Het hormoon van het rijpende eiblaasje. Het zorgt dat het baarmoederslijmvlies weer wordt opgebouwd.
-
netvlies
De binnenkant van je oog waar de staafjes en kegeltjes zitten. Staafjes zien licht en donker, kegeltjes zien kleur.
-
uitscheiding
Het verwijderen van afvalstoffen uit je lichaam, vooral door de nieren en de longen. Dat is iets anders dan ontlasting: die is nooit in je bloed geweest.
-
reducent
Een organisme dat dood materiaal afbreekt tot mineralen, zoals schimmels en bacteriën. Zonder reducenten stokt elke kringloop.
-
weefsel
Een groep cellen van dezelfde soort die samen één taak doen, zoals spierweefsel of bladgroenweefsel.
-
bevruchting
Het samensmelten van een eicel en een zaadcel tot één cel met een compleet stel chromosomen.
-
antistof
Een eiwit dat precies op het oppervlak van één ziekteverwekker past en hem onschadelijk maakt of markeert voor opruiming.
-
alvleesklier
De klier die insuline en glucagon aan je bloed afgeeft. Daarmee houdt hij de hoeveelheid suiker in je bloed op peil.