Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
40 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
mineraal
Een eenvoudige voedingsstof uit de bodem die een plant opneemt via zijn wortels. Reducenten maken ze vrij uit dood materiaal.
-
progesteron
Het hormoon van het lege eiblaasje na de eisprong. Het houdt het baarmoederslijmvlies dik, zodat innesteling mogelijk blijft.
-
trofisch niveau
Een stap in een voedselketen, geteld vanaf de plant. Elke stap verliest energie, dus hoe hoger het niveau hoe minder er overblijft.
-
eierstok
Het orgaan waarin eicellen rijpen. Ongeveer een keer per maand komt er een vrij.
-
voedselweb
Alle voedselrelaties in een gebied door elkaar. De pijl wijst altijd naar wie eet, dus in de richting waarin de energie gaat.
-
producent
Een organisme dat zijn eigen voedsel maakt met fotosynthese, dus een plant of alg. Elk voedselweb begint hier.
-
vacuole
Een grote blaas vol vocht in een plantencel. Als die goed gevuld is staat de plant rechtop, loopt hij leeg dan hangt de plant slap.
-
pupil
Het zwarte gat in je oog waar het licht doorheen gaat. De iris eromheen maakt hem groter of kleiner, afhankelijk van hoe fel het is.
-
doelorgaan
Het orgaan waar een hormoon iets doet. Het hormoon komt overal langs in je bloed, maar alleen het doelorgaan heeft de juiste ontvangers.
-
zintuigcel
Een cel in een zintuig die op één soort prikkel reageert, bijvoorbeeld op licht of op druk. Die maakt er een zenuwsignaal van.
-
uitscheiding
Het verwijderen van afvalstoffen uit je lichaam, vooral door de nieren en de longen. Dat is iets anders dan ontlasting: die is nooit in je bloed geweest.
-
centraal zenuwstelsel
Je hersenen en je ruggenmerg samen. Daar komen signalen binnen en vandaar gaan de opdrachten terug naar je spieren en klieren.
-
teelbal
Het orgaan waarin zaadcellen worden gemaakt. Dat gebeurt vanaf de puberteit onafgebroken.
-
DNA
Het molecuul waarin de erfelijke informatie staat, in de volgorde van vier basen. De twee strengen passen op elkaar, en dat maakt kopiëren mogelijk.
-
bevruchting
Het samensmelten van een eicel en een zaadcel tot één cel met een compleet stel chromosomen.
-
staafje
Een zintuigcel in je netvlies die al bij weinig licht werkt, maar geen kleur ziet. Daarom is alles in het donker grijzig.
-
alvleesklier
De klier die insuline en glucagon aan je bloed afgeeft. Daarmee houdt hij de hoeveelheid suiker in je bloed op peil.
-
bladgroenkorrel
Het onderdeel in plantencellen waar fotosynthese gebeurt. Het bladgroen erin vangt het licht op.
-
passieve immunisatie
Je krijgt kant en klare antistoffen toegediend. Dat werkt meteen, maar kort, want je maakt zelf geen geheugencellen aan.
-
reducent
Een organisme dat dood materiaal afbreekt tot mineralen, zoals schimmels en bacteriën. Zonder reducenten stokt elke kringloop.
-
aangeboren gedrag
Gedrag dat er van begin af aan is en niet geleerd hoeft te worden, zoals zuigen bij een baby. Het ligt vast en gaat snel.
-
middenrif
De grote platte spier onder je longen. Trekt hij samen en gaat hij omlaag, dan wordt je borstholte groter en stroomt er lucht naar binnen.
-
zintuig
Een orgaan dat een prikkel uit de omgeving omzet in een signaal voor je zenuwen. Elk zintuig reageert op zijn eigen soort prikkel.
-
orgaan
Een deel van een organisme dat uit verschillende weefsels bestaat en samen één taak doet, zoals het hart of een blad.
-
homozygoot
Met twee dezelfde allelen voor een kenmerk. Iemand met een recessieve aandoening is altijd homozygoot.
-
genotype
De allelen die iemand heeft, dus wat er in het DNA staat. Dat is iets anders dan wat je ziet.
-
antistof
Een eiwit dat precies op het oppervlak van één ziekteverwekker past en hem onschadelijk maakt of markeert voor opruiming.
-
haarvat
Het dunste bloedvat, één cel dik. Alleen hier worden stoffen afgeleverd bij de cellen en afvalstoffen opgehaald.
-
slagader
Een bloedvat dat van het hart af gaat. Dat zegt niets over zuurstof: de longslagader vervoert juist zuurstofarm bloed.
-
eileider
De buis tussen de eierstok en de baarmoeder. Daarin vindt meestal de bevruchting plaats.
-
mitochondrion
Het onderdeel waar de verbranding plaatsvindt. Hier wordt glucose met zuurstof omgezet en komt de energie vrij waar de cel op draait.
-
gedragsbeschrijving
Opschrijven wat een dier precies doet, zonder er een verklaring bij te geven. Zo blijft de waarneming los van je uitleg.
-
afvalstof
Een stof die overblijft bij processen in je cellen en die weg moet, zoals ureum en koolstofdioxide. Je nieren en longen raken ze kwijt.
-
kleine bloedsomloop
Het korte rondje van je hart naar je longen en weer terug. Daar haalt het bloed zuurstof op en geeft het koolstofdioxide af.
-
ruggenmerg
De streng zenuwweefsel in je ruggengraat. Bij een reflex gaat het signaal daar meteen over op de bewegingszenuw, zonder je hersenen.
-
baarmoederslijmvlies
De laag aan de binnenkant van de baarmoeder. Die wordt elke maand dik, zodat een bevruchte eicel zich kan innestelen.
-
antagonist
Een spier die de beweging van een andere spier terugdraait. Spieren kunnen alleen trekken, dus ze werken altijd in paren.
-
oestrogeen
Het hormoon van het rijpende eiblaasje. Het zorgt dat het baarmoederslijmvlies weer wordt opgebouwd.
-
placenta
Het orgaan dat tijdens een zwangerschap voeding en zuurstof uit het bloed van de moeder haalt en naar het kind brengt. Het bloed zelf mengt niet.
-
consument
Een organisme dat andere organismen eet. Een planteneter is eerste orde, wie die planteneter eet is tweede orde.