Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
20 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
ader
Een bloedvat dat naar het hart toe gaat. Aders hebben kleppen, want de druk is er laag.
-
convergente evolutie
Dat niet-verwante soorten op elkaar gaan lijken doordat ze dezelfde selectiedruk ondergaan, zoals de vinvorm bij een haai en een dolfijn.
-
negatieve terugkoppeling
Een regeling waarbij het antwoord de verstoring tegengaat en zichzelf daarmee uitzet. Bijna alle regelsystemen in je lichaam werken zo.
-
allelfrequentie
Hoe vaak een allel in een populatie voorkomt, als deel van het totaal. Evolutie is op de lange termijn een verschuiving van allelfrequenties.
-
kruisingsschema
Een schema waarin je de geslachtscellen van beide ouders tegen elkaar uitzet, zodat je ziet welke genotypen de kinderen kunnen krijgen en in welke verhouding.
-
isolatie
Het gescheiden raken van populaties, door een rivier, een gebergte of een verschil in paartijd. Zonder uitwisseling van genen kunnen ze uit elkaar groeien.
-
actief transport
Een stof juist tegen de stroom in door een membraan duwen, van weinig naar veel. Dat kost de cel energie en gebeurt met eiwitten in het membraan.
-
populatie
Alle individuen van één soort in hetzelfde gebied die zich met elkaar kunnen voortplanten. Evolutie speelt zich op dit niveau af.
-
onafhankelijke variabele
Wat jij in een proef zelf instelt. Wat je daarna meet is de afhankelijke variabele, en alle andere factoren houd je gelijk.
-
genderidentiteit
Het geslacht waarin iemand zich herkent. Dat hoeft niet samen te vallen met het geslacht dat bij de geboorte is vastgesteld.
-
energiestroom
De weg die energie door een ecosysteem aflegt, van licht via producenten naar consumenten. Bij elke stap gaat het meeste verloren als warmte; daarom is er geen lange keten.
-
zenuwcel
Een cel die een prikkel razendsnel over een lange afstand doorgeeft. Zenuwen werken snel en gericht, hormonen traag en breed.
-
translatie
De tweede stap: het mRNA wordt buiten de kern per drie basen gelezen en omgezet in aminozuren, die aan elkaar geregen worden tot een eiwit.
-
microscoop
Een instrument dat een klein preparaat vergroot. De totale vergroting is die van het oculair keer die van het objectief.
-
celcommunicatie
Het doorgeven van signalen tussen cellen, met signaalstoffen en receptoren. Zo stemmen cellen hun werk op elkaar af, van een hormoon in je bloed tot een prikkel tussen twee zenuwcellen.
-
denatureren
Het verliezen van de vorm van een eiwit door hitte, zuur of zout, waardoor het niet meer werkt. Een gekookt ei komt niet meer terug.
-
adaptieve radiatie
Het uitwaaieren van één soort in veel nieuwe soorten die elk een eigen leefwijze krijgen, zoals bij eilanden met lege niches.
-
selectiedruk
Iets in de omgeving waardoor niet iedereen even goed overleeft of zich voortplant, zoals kou, een roofdier of een bestrijdingsmiddel.
-
aerobe dissimilatie
Verbranding met zuurstof, in de mitochondriën. Levert veel ATP per glucose op; zonder zuurstof valt de cel terug op gisting en houdt veel minder over.
-
transcriptie
De eerste stap van eiwitsynthese: een gen wordt in de kern overgeschreven in mRNA. Het DNA blijft daarbij zelf in de kern.