Naar de inhoud
Inloggen

Begrippenlijst

Begrippen stampen

Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.

Rondje van 10 20 40 alles

20 begrippen in deze stapel

Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.

  1. ader

    Een bloedvat dat naar het hart toe gaat. Aders hebben kleppen, want de druk is er laag.

    Naar de les over Organen die samenwerken

  2. convergente evolutie

    Dat niet-verwante soorten op elkaar gaan lijken doordat ze dezelfde selectiedruk ondergaan, zoals de vinvorm bij een haai en een dolfijn.

    Naar de les over Hoe een nieuwe soort ontstaat

  3. negatieve terugkoppeling

    Een regeling waarbij het antwoord de verstoring tegengaat en zichzelf daarmee uitzet. Bijna alle regelsystemen in je lichaam werken zo.

    Naar de les over Het lichaam houdt zichzelf in balans

  4. allelfrequentie

    Hoe vaak een allel in een populatie voorkomt, als deel van het totaal. Evolutie is op de lange termijn een verschuiving van allelfrequenties.

    Naar de les over Selectie doet het werk

  5. kruisingsschema

    Een schema waarin je de geslachtscellen van beide ouders tegen elkaar uitzet, zodat je ziet welke genotypen de kinderen kunnen krijgen en in welke verhouding.

    Naar de les over Van geslachtscel tot nieuw organisme

  6. isolatie

    Het gescheiden raken van populaties, door een rivier, een gebergte of een verschil in paartijd. Zonder uitwisseling van genen kunnen ze uit elkaar groeien.

    Naar de les over Hoe een nieuwe soort ontstaat

  7. actief transport

    Een stof juist tegen de stroom in door een membraan duwen, van weinig naar veel. Dat kost de cel energie en gebeurt met eiwitten in het membraan.

    Naar de les over De cel als fabriek

  8. populatie

    Alle individuen van één soort in hetzelfde gebied die zich met elkaar kunnen voortplanten. Evolutie speelt zich op dit niveau af.

    Naar de les over Hoe een nieuwe soort ontstaat

  9. onafhankelijke variabele

    Wat jij in een proef zelf instelt. Wat je daarna meet is de afhankelijke variabele, en alle andere factoren houd je gelijk.

    Naar de les over Een proef die iets aantoont

  10. genderidentiteit

    Het geslacht waarin iemand zich herkent. Dat hoeft niet samen te vallen met het geslacht dat bij de geboorte is vastgesteld.

    Naar de les over Voortplanting en de regeling erachter

  11. energiestroom

    De weg die energie door een ecosysteem aflegt, van licht via producenten naar consumenten. Bij elke stap gaat het meeste verloren als warmte; daarom is er geen lange keten.

    Naar de les over Wie eet wie, en wie helpt wie

  12. zenuwcel

    Een cel die een prikkel razendsnel over een lange afstand doorgeeft. Zenuwen werken snel en gericht, hormonen traag en breed.

    Naar de les over Van prikkel tot beleving

  13. translatie

    De tweede stap: het mRNA wordt buiten de kern per drie basen gelezen en omgezet in aminozuren, die aan elkaar geregen worden tot een eiwit.

    Naar de les over Van gen naar eiwit

  14. microscoop

    Een instrument dat een klein preparaat vergroot. De totale vergroting is die van het oculair keer die van het objectief.

    Naar de les over Meten in de biologie

  15. celcommunicatie

    Het doorgeven van signalen tussen cellen, met signaalstoffen en receptoren. Zo stemmen cellen hun werk op elkaar af, van een hormoon in je bloed tot een prikkel tussen twee zenuwcellen.

    Naar de les over Cellen die met elkaar praten

  16. denatureren

    Het verliezen van de vorm van een eiwit door hitte, zuur of zout, waardoor het niet meer werkt. Een gekookt ei komt niet meer terug.

    Naar de les over De cel als fabriek

  17. adaptieve radiatie

    Het uitwaaieren van één soort in veel nieuwe soorten die elk een eigen leefwijze krijgen, zoals bij eilanden met lege niches.

    Naar de les over Hoe een nieuwe soort ontstaat

  18. selectiedruk

    Iets in de omgeving waardoor niet iedereen even goed overleeft of zich voortplant, zoals kou, een roofdier of een bestrijdingsmiddel.

    Naar de les over Selectie doet het werk

  19. aerobe dissimilatie

    Verbranding met zuurstof, in de mitochondriën. Levert veel ATP per glucose op; zonder zuurstof valt de cel terug op gisting en houdt veel minder over.

    Naar de les over De cel als fabriek

  20. transcriptie

    De eerste stap van eiwitsynthese: een gen wordt in de kern overgeschreven in mRNA. Het DNA blijft daarbij zelf in de kern.

    Naar de les over Van gen naar eiwit

Kies wat je wilt stampen
Waarover

Vink niets aan voor alle 143 begrippen.

7 onderwerpen
5 onderwerpen
4 onderwerpen
5 onderwerpen
5 onderwerpen
11 onderwerpen
Begin opnieuw