Van gen naar eiwit
Ongeveer 11 minuten. Drie basen vormen een woord, een rij woorden vormt een eiwit, en de vorm bepaalt het werk.
Twee stappen, twee plekken
Transcriptie gebeurt in de kern. Eén streng van het gen dient als sjabloon; daarlangs wordt mRNA gemaakt, met uracil op de plek van thymine.
Translatie gebeurt aan het ribosoom. Het mRNA wordt per drie basen gelezen; zo n codon staat voor één aminozuur, aangevoerd door tRNA met het passende anticodon.
De genetische code is degeneratief: meerdere codons staan voor hetzelfde aminozuur. Daarom verandert niet elke verandering in het DNA het eiwit.
De volgorde van aminozuren bepaalt hoe het eiwit zich vouwt, en die vouwing bepaalt de functie. Eén verkeerd aminozuur op een cruciale plek kan dat hele eiwit onbruikbaar maken.
Van DNA naar eiwit
Het DNA blijft in de kern; alleen de kopie gaat eropuit.
Zo pak je een vraag over mutaties aan
Schrijf de basenvolgorde op
En let op welke streng de sjabloon is.
Knip in drietallen
Vanaf het startcodon, niet vanaf het begin van de regel.
Zoek de aminozuren op
In de tabel in je bronnenboek.
Vergelijk voor en na de mutatie
Verandert er een aminozuur, of niets?
Koppel aan de functie
Zit het op een cruciale plek, zoals de holte van een enzym?
De fout die bijna iedereen maakt
Eén base verandert. Verandert het eiwit dan altijd?
De derde base van een codon doet vaak niet mee. Een verandering daar levert meestal hetzelfde aminozuur op en dus hetzelfde eiwit; dat heet een stille mutatie. Verandert er wel een aminozuur, dan hangt het gevolg af van de plek in het eiwit.
Een verschuiving is erger dan een vervanging
Valt er een base weg of komt er een bij, dan verschuift het hele leesraam en klopt vanaf dat punt geen enkel codon meer. Dat heeft bijna altijd een groter gevolg dan één vervangen base.
Check jezelf
Waar gebeurt de translatie?
Waarvoor staat één codon?
Wat is het gevolg van een verschoven leesraam?
Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 9-10-2026.