Naar de inhoud

Biologie havo

Een kruisingsschema maken

Ongeveer 10 minuten. Vier vakjes, en je weet wat eruit kan komen.

Zet de allelen van beide ouders langs de randen. Elk vakje is één mogelijke combinatie voor het nageslacht.

Wat er in zo'n vakje staat

Elk kenmerk krijg je twee keer: één allel van je vader en één van je moeder. Samen vormen ze je genotype.

Is één van de twee dominant, dan zie je alleen die. Het andere allel zit er nog wel, maar het blijft onzichtbaar: dat heet recessief.

Met een kruisingsschema reken je uit welke combinaties er kunnen ontstaan, en in welke verhouding je ze verwacht.

Aa kruisen met Aa

moeder Aavader AaAaAaAAAaAaaa3 rood op 1 witin genotype: 1 AA, 2 Aa, 1 aa

Drie van de vier vakjes hebben minstens één A, dus die zien er rood uit. Alleen aa is wit.

In 4 stappen naar het antwoord

1

Schrijf het genotype van beide ouders op

Twee letters per ouder. Een hoofdletter is het dominante allel, een kleine letter het recessieve.

2

Zet de allelen langs de randen

De twee allelen van de ene ouder boven het schema, die van de andere ernaast. Elke ouder geeft er één door.

3

Vul elk vakje

Combineer de letter boven de kolom met de letter naast de rij. Zet de hoofdletter altijd voorop.

4

Tel de fenotypes

Tel hoeveel vakjes er hetzelfde uitzien. Bij Aa × Aa is dat 3 op 1.

De fout die bijna iedereen maakt

Aa × Aa. Welk deel van het nageslacht heeft het genotype Aa?

75 procent, want 3 van de 4 zijn roodklopt niet

3 op 1 is de verhouding in fenotype: wat je ziet. In genotype is het 1 AA, 2 Aa en 1 aa. Die twee Aa zien er hetzelfde uit als AA, maar ze zijn het niet.

Gebruik één letter per kenmerk

Kies een letter waarvan de hoofdletter en de kleine letter goed verschillen. Een B en een b zie je uit elkaar, een S en een s op een toets niet altijd.

Check jezelf

Aa × aa. Welk deel van het nageslacht krijgt genotype aa?

De ene ouder geeft altijd een a. De andere geeft in de helft van de gevallen ook een a, dus twee van de vier vakjes worden aa.

Wat betekent recessief?

Een recessief allel verdwijnt niet, het wordt alleen overstemd. Pas als er geen dominant allel naast staat zie je het terug.

Een plant heeft witte bloemen, genotype aa. Beide ouders bloeiden rood. Welke genotypes hadden zij?

Beide ouders moesten een a kunnen doorgeven, anders was het kind niet aa. Toch zagen ze er rood uit, dus ze waren allebei Aa.

Wat is het verschil tussen genotype en fenotype?

Genotype staat in je DNA. Fenotype is wat daarvan naar buiten komt, en dat hangt ook nog van de omgeving af.

Hoort bij jouw boek

Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.

En nu?

Alle onderwerpen van biologie havo Of kies een ander vak