Naar de inhoud
Inloggen

Natuurkunde vwo

De juiste meting kiezen

Ongeveer 9 minuten. Welk instrument, welk bereik, en wat je meetfout daarmee wordt.

Kies een instrument waarvan het bereik net boven je verwachte waarde ligt. Een stroommeter sluit je in serie aan en een spanningsmeter parallel, want dat volgt uit hun eigen weerstand.

Bereik, aansluiting en onzekerheid

Een te groot bereik kost nauwkeurigheid, want je gebruikt maar een hoekje van de schaal. Een te klein bereik geeft helemaal geen uitslag en kan het instrument beschadigen.

Een stroommeter heeft een heel kleine eigen weerstand en hoort daarom in de kring. Een spanningsmeter heeft juist een heel grote en hoort ernaast, anders verandert hij de schakeling die hij meet.

De onzekerheid van een analoge meter schat je op een halve schaaldeel. Bij een digitale meter staat hij in de specificatie, en die is bijna altijd groter dan het laatste cijfer op het schermpje.

Noteer je meting met die marge erbij, bijvoorbeeld als een waarde plus of min een halve schaaldeel. Zonder marge suggereert je getal een nauwkeurigheid die het instrument niet waarmaakt.

A in de kring, V ernaast

AVA heeft bijna geen weerstand, V juist heel veelandersom meet je niets of maak je kortsluiting

De aansluiting volgt uit de eigen weerstand van de meter.

Zo meet je netjes

1

Schat de verwachte waarde

Reken hem ruw uit voordat je meet. Daarmee kies je het bereik.

2

Kies het bereik net erboven

Dan gebruik je de hele schaal en haal je de beste nauwkeurigheid.

3

Sluit aan met de schakelaar uit

Stroommeter in de kring, spanningsmeter over het onderdeel, en pas daarna aanzetten.

4

Noteer met onzekerheid

Een halve schaaldeel bij analoog, de specificatie bij digitaal. Zet de marge in je verslag.

De fout die bijna iedereen maakt

Je sluit een stroommeter parallel over een lampje aan. Wat gebeurt er?

je meet de stroom door het lampjeklopt niet

Een stroommeter heeft vrijwel geen weerstand. Zet je hem ernaast, dan loopt de stroom liever door de meter dan door het lampje, het lampje dooft en de meter krijgt een stroom die hij niet aankan.

Een digitale meter is niet zo precies als zijn schermpje

Vier cijfers op het display betekent niet vier significante cijfers in je antwoord. Kijk in de specificatie hoeveel de meter waarmaakt en schrijf je meting met dat aantal cijfers op.

De juiste meting kiezen

Check jezelf

Hoe sluit je een stroommeter aan?

De stroom moet erdoorheen, en daarom heeft hij bijna geen eigen weerstand.

Waarom is een te groot bereik ongunstig?

Je afleesfout blijft even groot terwijl je waarde kleiner is, dus de relatieve onzekerheid stijgt.

Hoe schat je de onzekerheid van een analoge meter?

Dat is de gebruikelijke schatting voor een afleesfout op een schaalverdeling.

Wat zegt het aantal cijfers op een digitaal display?

De specificatie bepaalt de nauwkeurigheid, en die is meestal grover dan het laatste cijfer.

In jouw boek

Er zijn nog geen methodes ingesteld voor dit vak.

De begrippen uit deze les

bereik
De grootste waarde die een meter kan aanwijzen. Een te groot bereik kost nauwkeurigheid en een te klein bereik geeft geen uitslag.
schaalverdeling
De afstand tussen twee streepjes op een meter, uitgedrukt in de gemeten grootheid. Die bepaalt hoe nauwkeurig je kunt aflezen.
spanningsmeter
Een meter die je parallel aansluit om de spanning over een onderdeel te meten. Hij heeft zelf een heel grote weerstand.
stroommeter
Een meter die je in serie opneemt om de stroomsterkte te meten. Hij heeft zelf een heel kleine weerstand.

Overhoor deze begrippenAlle begrippen van dit vak

In het examen

De examens staan op examenblad.nl, de site van het College voor Toetsen en Examens. Wij nemen er niets uit over, je opent ze daar.

Vakinhoudelijk gecontroleerd door Jasper Mulders op 28-10-2026.

En nu?

Alle onderwerpen Ander vak