Begrippen stampen
Je leest een uitleg en kiest welk begrip erbij hoort. Een begrip is klaar als je het drie keer goed hebt. Wat je fout hebt komt terug tot het blijft zitten.
40 begrippen in deze stapel
Lees het begrip, bedenk wat het betekent en klap het open om te zien of je het had.
-
emulsie
Een mengsel van vet en water dat niet uit elkaar valt, zoals een crème of melk.
-
grondstof
Een stof waar je iets anders van maakt. Korte moleculen uit aardolie zijn de grondstof voor plastic, verf en kleding.
-
zandfilter
Een laag zand waar water doorheen gaat, zodat de kleine zwevende deeltjes achterblijven.
-
coëfficiënt
Het grote getal vóór een formule, dat zegt hoeveel deeltjes er meedoen. Daarmee maak je een reactievergelijking kloppend.
-
chemische reactie
Een verandering waarbij stoffen verdwijnen en er nieuwe stoffen met andere eigenschappen ontstaan. Smelten en verdampen horen er niet bij.
-
zuur
Een stof die in water waterstofionen afgeeft, zoals zoutzuur of zwavelzuur.
-
fenolftaleïne
Een indicator die kleurloos is in zuur en roze in basisch. Handig bij een titratie van een zuur met een sterke base.
-
exotherm
Een reactie waarbij warmte vrijkomt, zoals een verbranding. De omgeving wordt warmer.
-
branddriehoek
De drie dingen die een vuur nodig heeft, namelijk brandstof, zuurstof en een temperatuur boven het ontbrandingspunt. Haal er één weg en het vuur gaat uit.
-
stofeigenschap
Een eigenschap die bij de stof zelf hoort en niet bij het stuk dat je vasthebt, zoals kookpunt, dichtheid en kleur.
-
rendement
Hoeveel je in de praktijk overhoudt van wat er in theorie mogelijk was, in procenten. Een deel reageert niet of blijft achter in de installatie.
-
thermoplast
Een plastic dat zacht wordt als je het verwarmt. Daardoor is het om te smelten en opnieuw te vormen.
-
oplossing
Een mengsel waarin een stof zo fijn verdeeld is dat je hem niet meer ziet, zoals zout in water. Filtreren helpt dan niet, indampen wel.
-
faseovergang
Een verandering tussen vast, vloeibaar en gas. De stof blijft dezelfde, dus het is geen chemische reactie.
-
monomeer
Het kleine molecuul waaruit een polymeer wordt opgebouwd.
-
brak water
Water waar zoet en zout water zich mengen, bijvoorbeeld waar een rivier in zee stroomt.
-
molecuul
Twee of meer atomen die aan elkaar vastzitten. Water en zuurstof bestaan uit moleculen.
-
actieve kool
Kool met een enorm oppervlak vol poriën. Daaraan blijven smaakstoffen en vuil hangen, zodat het water schoner wordt.
-
fractie
Een stuk uit de destillatietoren dat op ongeveer hetzelfde kookpunt naar buiten komt. Het is nog steeds een mengsel, alleen een smaller.
-
zure oplossing
Een oplossing met veel waterstofionen erin. De pH is lager dan 7.
-
gevaarsymbool
Het zwarte plaatje in een ruit met een rode rand op een verpakking. Het zegt in één oogopslag waar je bij die stof op moet letten.
-
oppervlaktewater
Water uit een rivier of een meer. Dat is viezer dan grondwater en moet dus verder gezuiverd worden.
-
endotherm
Een reactie waarbij juist warmte nodig is. De omgeving wordt kouder of je moet blijven verwarmen.
-
demiwater
Water waar ook de opgeloste zouten uit zijn gehaald. Het wordt gebruikt waar aanslag een probleem is.
-
halveringstijd
De tijd waarin de helft van de radioactieve kernen vervalt. Elke halveringstijd haalt er weer de helft af, niet een vast stuk.
-
lakmoes
Een indicator die rood is in zuur en blauw in basisch. Hij zegt welke kant het op is, niet hoeveel.
-
polymeer
Een heel lang molecuul dat is opgebouwd uit duizenden kleine, gelijke stukjes. Plastic bestaat eruit.
-
mengsel
Twee of meer stoffen door elkaar. Een mengsel smelt en kookt over een traject en is met een scheidingsmethode te splitsen.
-
atoom
Het kleinste deeltje van een element. Alles om je heen is eruit opgebouwd.
-
kraken
Lange moleculen uit aardolie in kortere breken. Dat levert extra benzine op, waar meer vraag naar is.
-
polymerisatie
De reactie waarbij monomeren aan elkaar worden gekoppeld tot een polymeer.
-
base
Een stof die in water hydroxide-ionen afgeeft, zoals natronloog of ammonia.
-
zout
Een stof die uit ionen bestaat, positieve en negatieve netjes verdeeld in een rooster. De ladingen bepalen de verhouding, dus voorvoegsels gebruik je niet.
-
pH
Het getal dat zegt hoe zuur of hoe basisch een oplossing is. Onder 7 is zuur, 7 is neutraal en boven 7 is basisch.
-
pH-meter
Een apparaat dat de pH elektrisch meet en een getal met een decimaal geeft. Nauwkeuriger dan een indicator.
-
bijtende stof
Een stof die je huid of je ogen aantast. Hij blijft doorwerken zolang hij erop zit, ook als je nog niets voelt.
-
behoud van massa
Bij een chemische reactie is de massa van de beginstoffen samen gelijk aan die van de reactieproducten samen. Er verdwijnt niets, het ziet er alleen anders uit.
-
koolstofmono-oxide
Een gas dat ontstaat bij een onvolledige verbranding. Je ruikt en ziet het niet en het is giftig.
-
periodiek systeem
De tabel waarin alle elementen op volgorde staan. Je leest er het symbool, de plek in een rij en de plek in een kolom uit af.